Baker Tilly

Vrijstelling doorstorting bedrijfsvoorheffing voor starters

Voor de ondersteuning van startende ondernemers is een vrijstelling van doorstorting bedrijfsvoorheffing van toepassing vanaf 1 augustus 2015 en dit ingevolge KB van 23/08/15 tot wijziging van het KB/WIB 1992. Hierbij kan 10% of 20% vrijstelling verkregen worden.

De voorwaarden om in aanmerking te komen voor de vrijstelling van 10% zijn de volgende :

1° de werkgever moet vallen onder het toepassingsgebied van de wet van 5 december 1968 betreffende de collectieve arbeidsovereenkomsten en de paritaire comités of met andere woorden als u werknemers in dienst heeft waarvoor u RSZ betaalt;

2° de werkgever wordt aangemerkt als kleine vennootschap op grond van artikel 15 van het Wetboek van vennootschappen of is een natuurlijke persoon die op overeenkomstige wijze beantwoordt aan de criteria van het voormelde artikel 15;

Om te worden aangemerkt als kleine vennootschap of eenmanszaak mag het laatste en het voorlaatste afgesloten boekjaar niet meer dan één van de volgende criteria overschrijden:

  • Jaargemiddelde van personeelsbestand: 50;
  • Jaaromzet (exclusief BTW) : 7.300.000 EUR;
  • Balanstotaal: 3.650.000 EUR,

Wanneer het personeelsbestand meer dan 100 werknemers bedraagt, zal de onderneming evenmin als klein worden beschouwd.

3° de werkgever is sinds ten hoogste 48 maanden ingeschreven in de Kruispuntbank van Ondernemingen.

Wanneer de werkgever een werkzaamheid voortzet die voorheen werd uitgeoefend door een natuurlijke persoon of een andere rechtspersoon, vangt de termijn van 48 maanden aan op het ogenblik van de eerste inschrijving in de Kruispuntbank van Ondernemingen door die natuurlijke of rechtspersoon.

Het percentage van 10% wordt verhoogd naar 20 % wanneer de werkgever op het einde van het belastbaar tijdperk tevens aan tenminste twee van de drie onderstaande criteria voldoet (micro-onderneming)

  • het balanstotaal bedraagt niet meer dan 350.000 euro;
  • de omzet exclusief de belasting over de toegevoegde waarde bedraagt niet meer dan 700.000 euro;
  • het gemiddelde personeelsbestand gedurende het jaar bedraagt niet meer dan 10.

De vrijstelling van doorstorting van de bedrijfsvoorheffing kan evenwel niet worden toegepast door een werkgever:

  • waarvoor een aangifte of vordering tot faillietverklaring is ingesteld of waarvan het beheer van het actief geheel of ten dele is ontnomen zoals bepaald in de artikelen 7 en 8 van de faillissementswet van 8 augustus 1997;
  • waarvoor een procedure van gerechtelijke reorganisatie is geopend zoals bedoeld in artikel 23 van de wet van 31 januari 2009 betreffende de continuïteit van de ondernemingen;
  • de vennootschap zich in staat van vereffening bevindt.

Om te genieten van voormelde vrijstellingen dient de werkgever een nominatieve lijst ter beschikking van de fiscale administratie te houden waarin volgende elementen voor elke werknemer worden vermeld:

  • De volledige identiteit;
  • Het nationaal nummer;
  • Het bedrag van de betaalde of toegekende bruto belastbare bezoldigingen;
  • Het bedrag van de op die bezoldigingen ingehouden bedrijfsvoorheffing en een gedetailleerde berekening van deze bedrijfsvoorheffing.

Deze gegevens kunnen steeds geraadpleegd of opgevraagd worden bij uw sociaal secretariaat.

Tevens moet het bewijs geleverd worden aan de administratie of er is voldaan aan de voorwaarden om beschouwd te worden als KMO of micro-onderneming.

In de aangifte bedrijfsvoorheffing worden hiervoor twee nieuwe codes toegevoegd:

  • Code 60 starters: 10% voor KMO
  • Code 61 starters: 20% voor micro-ondernemingen

Concreet kunnen startende ondernemingen een vrijstelling van doorstorting bedrijfsvoorheffing van 10% of 20% genieten vanaf 1 augustus 2015 indien aan bovenstaande voorwaarden voldaan zijn.

Indien u hierover meer wenst te weten neem dan contact op met uw dossierverantwoordelijke of uw sociaal secretariaat.

28/10/2015