Baker Tilly

Elektrische wagens: groene fiscaliteit in uw voordeel

 

De tijd dat elektrische wagens thuishoorden in de sciencefictionsfeer, ligt al enige jaren achter ons. Elke zichzelf respecterende autobouwer heeft intussen een elektrisch staaltje van zijn kunnen op de markt. Een markt die blijkbaar steeds groter wordt, ondanks het hogere prijskaartje dat aan deze bolides is verbonden. Deze groei heeft vooral te maken met het ecologisch bewustzijn van de kopers, maar evenzeer met de fiscaliteit rond deze groene aankoop.

1. We bekijken even van nabij wat de fiscale regels zijn wanneer zo’n elektrische wagen voor de bedrijfsleider of werknemer van een vennootschap wordt aangekocht

In beginsel zijn de kosten van aankoop, huur, bezit, gebruik en onderhoud van een personenwagen in de vennootschap slechts beperkt aftrekbaar. Het aftrekpercentage is afhankelijk van het type motor (diesel of benzine) en de CO²-uitstoot van de wagen. In praktijk geven de courant voorkomende bedrijfswagens recht op een aftrek van 75% à 80%. Het niet aftrekbare deel moet worden aangegeven als zogeheten verworpen uitgaven.

Deze aftrekbeperking geldt voor zowat alle autokosten, zoals daar zijn :

  • Afschrijvingen;
  • Kosten van leasing, met uitzondering van de in de leasingtermijnen inbegrepen financieringskosten;
  • Onderhouds- en herstellingskosten;
  • Verzekeringspremies;
  • Verkeersbelasting en belasting op de inverkeerstelling (BIV);
  • Deel van de niet-aftrekbare btw op wagens;
  • Carwash, parkeerkosten, enz…

Zoals meestal, gelden ook op deze regel een aantal uitzonderingen. De belangrijkste zijn : Brandstofkosten : deze zijn maar voor 75% aftrekbaar, ongeacht de CO2-uitstoot van de wagen of het type brandstof.
De financieringskost van uw wagen : die blijft onbeperkt (dus 100%) aftrekbaar. Dit zijn bijvoorbeeld de interesten en andere financiële kosten van de lening die u heeft aangegaan voor de aankoop van de wagen, maar ook de financiële kost van een leasingcontract.

Van deze niet-aftrekbare autokosten mag het voordeel van alle aard dat wordt belast bij de bedrijfsleider of werknemer in mindering worden gebracht. Dit voordeel alle aard wordt opgesplitst: 30% ervan wordt afgetrokken van de brandstofkosten en 70% komt in mindering van de andere autokosten.

Tenslotte moet ook 17% van het voordeel van alle aard worden opgenomen in verworpen uitgaven op de fiscale aangifte van de vennootschap. Ook wanneer een vennootschap het boekjaar afsluit met een verlies, zal zij steeds belast worden op dit bedrag. Voor de berekening van het voordeel van alle aard verwijzen we naar het luik personenbelasting verder in dit artikel.

Wat is nu het aftrekpercentage voor een elektrische wagen?

Een elektrische wagen heeft een CO²-uitstoot van 0 g/km, en komt dus niet in de tabel voor. Er gelden dan ook andere regels, die maken dat de autokosten van een elektrische wagen voor 120% aftrekbaar zijn.

Deze aankoop geeft uw vennootschap dus recht op een bijkomende fiscale aftrek van 20% bovenop het bedrag van de werkelijke kosten en afschrijvingen die in de boekhouding zijn opgenomen. Fiscaaltechnisch moet hiervoor een belastingvrije reserve geboekt worden en blijven. Indien deze zogenaamde onaantastbaarheids-voorwaarde niet wordt gerespecteerd, wordt dit deel van de aftrek als winst van het boekjaar belast. Hieruit blijkt dat deze bijkomende aftrek slechts tijdelijk is : Op het ogenblik dat de belastingvrije reserve wordt teruggenomen (bijvoorbeeld omdat de vennootschap wordt ontbonden), zal deze 20% worden belast.

Net als voor de andere wagens, zijn ook de financieringskosten verbonden aan de aankoop/leasing/renting van een elektrische wagen gewoon 100% aftrekbaar.

Een andere uitzondering bestond voor het aftrekpercentage van brandstofkosten, die waren slechts voor 75% aftrekbaar. Een elektrische wagen rijdt uiteraard niet op brandstof, maar wordt opgeladen aan een oplaadstation.

Ook de investering in zo’n oplaadstation is 120% aftrekbaar in de vennootschapsbelasting, en gebonden aan de onaantastbaarheidsvoorwaarde.

KMO’s die in 2015 investeren in een oplaadstation voor elektrische wagens, hebben ook recht op een investeringsaftrek van 4%. Hiervoor moet het oplaadstation wel nieuw verworven zijn en rechtstreeks verband houden met de economische activiteit van de vennootschap. Maar als deze dient om uw bedrijfswagens op te laden, is deze voorwaarde uiteraard voldaan.

Wat met de elektriciteitsfactuur van dit oplaadstation ? De belastingadministratie beschouwt de elektriciteitskosten als brandstofkosten en past hierop dezelfde regel toe : uw elektriciteitsfactuur is dus beperkt aftrekbaar voor 75%. Wanneer het om praktische redenen niet mogelijk is om een aparte elektriciteitsfactuur voor te leggen voor het verbruik door het oplaadstation, en u het exacte elektriciteitsverbruik niet kan aantonen, is het aangewezen om een individueel akkoord te sluiten met de belastingadministratie om het verbruik in onderling overleg te bepalen. Dit kan u discussies achteraf besparen.

Ook voor de bedrijfsleider of werknemer is de elektrische bedrijfswagen een goede zaak. Hij zal voor zijn privé-gebruik namelijk in de personenbelasting belast worden op het voordeel van alle aard.

Dit voordeel van alle aard wordt als volgt berekend:

Voordeel alle aard = Cataloguswaarde[1] x CO²-coëfficient[2] x 6/7 x leeftijdsfactor[3]

[1] Inclusief opties, inclusief de werkelijk betaalde BTW en exclusief kortingen.
[2] De CO2-coëfficiënt = 5,5% voor een referentie uitstoot van 110g/km voor benzine, LPG of aardgas en 91g/km voor dieselvoertuigen. Dit zijn de referentiecijfers voor 2015. Bij een hogere uitstoot wordt voormeld basispercentage vermeerderd met 0,1% per CO2-gram, tot maximum 18%. Bij een lagere uitstoot wordt het basispercentage verminderd met 0,1% per CO2-gram, tot minimum 4%. Het belastbaar voordeel bedraagt minimaal 1.250 EUR (geïndexeerd bedrag voor AJ 2015, het geïndexeerd bedrag voor AJ2016 blijft behouden op 1.250 EUR).
[3] Jaarlijks wordt de cataloguswaarde verminderd met een bepaald percentage, afhankelijk van de ouderdom van het voertuig. Vanaf het 2e jaar anciënniteit na de eerste inschrijving wordt de cataloguswaarde jaarlijks met 6% verminderd maar met een maximum van 30%.

Aangezien een elektrische wagen geen CO2-uitstoot heeft, neemt men voor de berekening van het voordeel alle aard het minimumpercentage van 4% in aanmerking.

Voor een elektrische wagen met een catalogusprijs van 100.000 EUR, bedraagt het voordeel:

Jaar 1: 100.000,00 x 4% x 6/7 = 3.428,57
Jaar 2: 100.000,00 x 4% x 6/7 x 0,94 = 3.222,86
Jaar 3: 100.000,00 x 4% x 6/7 x 0,88 = 3.017,14

Ondanks het prijskaartje een rekening die goed meevalt dus…

Wat indien de vennootschap naast de elektrische wagen eveneens gratis elektriciteit ter beschikking stelt aan haar zaakvoerder/bedrijfsleider?

Als deze elektriciteit uitsluitend heeft gediend voor het opladen van de elektrische bedrijfswagen zal de zaakvoerder/bedrijfsleider enkel belast worden op het voordeel alle aard bedrijfswagen. Indien de zaakvoeder/bedrijfsleider deze elektriciteit ook voor privédoeleinden kon gebruiken, zal er naast het voordeel alle aard bedrijfswagen ook een voordeel alle aard voor de kosteloze verstrekking van elektriciteit in aanmerking moeten worden genomen.

2. De elektrische auto in een éénmanszaak

In de personenbelasting zijn de kosten met betrekking tot de aankoop en alle andere kosten van een elektrische wagen slechts voor 75% van het beroepsgedeelte aftrekbaar. Voor een éénmanszaak is er dus geen enkel verschil tussen een gewone of een elektrische wagen. In de personenbelasting voorzag men wel een belastingvermindering voor de aanschaf van een elektrisch voertuig maar sinds inkomstenjaar 2013 is er flink gesnoeid in deze vermindering.

De uitgaven die in de jaren 2010, 2011 en/of 2012 werden betaald met het oog op de verwerving van een elektrisch voertuig gaven voor deze jaren recht op een belastingvermindering van 30% in de berekening van de personenbelasting voor dat jaar. Vanaf het jaar 2013 is deze vermindering echter afgeschaft voor de aankoop van een elektrische personenwagen, elektrische wagen voor dubbel gebruik (i.e. wagen die bestemd is voor het vervoer van personen én zaken en die bij gebruik voor bezoldigd vervoer van personen ten hoogste 8 zitplaatsen mag bevatten), elektrische minibus en voor de installatie van een laadpaal. Enkel voor de uitgaven inzake de verwerving van een nieuwe elektrische motorfietsen, drie – of vierwielers blijft de belastingvermindering van toepassing.

Zoals in het vennootschapsluik reeds werd aangegeven, wordt de elektriciteit die de wagen verbruikt als brandstofkost beschouwd waarop de aftrekbeperking van 75% van toepassing is. Dit is ook het geval in de personenbelasting. De elektriciteit die men in een éénmanszaak beroepsmatig gebruikt maar voor andere doeleinden dan het opladen van de elektrische wagen, is wel voor 100% aftrekbaar. Bijgevolg zal men het deel van de elektriciteitsfactuur dat betrekking heeft op het professionele verbruik moeten opsplitsen in enerzijds het verbruik van de elektrische wagen en anderzijds het gewone professionele verbruik.  

BTW

Btw op aankoop of huur van elektrische wagen

Inzake btw bestaan in België geen specifieke maatregelen voor de aankoop of het gebruik van elektrische bedrijfsvoertuigen. De aankoop of de huur ervan is bijgevolg onderworpen aan het normaal btw-tarief van 21%.

De afgelopen jaren heeft de minister van Financiën meermaals bevestigd dat een verlaging van het toepasselijk btw-tarief voor elektrische voertuigen om Europese redenen thans niet in overweging kan worden genomen.

Aftrekpercentage btw op wagenkosten

Met ingang van 1 januari 2011 werd in België de nieuwe wetgeving inzake de btw-aftrek op gemengd gebruikte bedrijfsmiddelen van kracht. Wat betreft bedrijfswagens wordt de btw-aftrek enkel nog toegestaan voor het beroepsmatig gebruik, waarbij de aftrekbeperking van 50% blijft gelden als maximumgrens.

Deze aftrekbeperking in functie van het beroepsgebruik geldt ook voor elektrische personenwagens. Eventuele wijzigingen van de verhouding privé-beroepsgebruik kunnen gevolgen hebben voor het recht op aftrek. Er zal hierbij dus ook moeten gekozen worden voor één van de drie toegelaten methodes om het beroepsgebruik vast te leggen.

Oplaadstation

De btw op de investering in een oplaadstation in de garage is 100% aftrekbaar, dit naar analogie met de btw op de kosten voor het opslaan van brandstof (voorraadtanks, pompen, enz.).

Elektriciteitsfactuur oplaadstation

De administratie beschouwt de elektriciteitskosten van het oplaadstation als brandstofkosten en past hierop dezelfde regeling toe. De btw op dergelijke elektriciteitskosten is bijgevolg maximum 50% aftrekbaar, rekening houdend met het beroepsgebruik van het voertuig.

Men kan zich hierbij de vraag stellen naar de praktische uitwerking. Om zijn recht op aftrek te kunnen uitoefenen moet de belastingplichtige immers in het bezit zijn van een regelmatige factuur. Een oplaadstation is in principe voorzien van een afzonderlijk teller, maar de elektriciteitsfactuur op zich wordt niet noodzakelijk uitgesplitst. Tevens is deze factuur niet noodzakelijk aan de vennootschap gericht. Voorafgaande afspraken dringen zich dus mogelijks op.  

Diversen: BIV en Verkeersbelasting

BIV

De berekeningswijze van de belasting op de inverkeerstelling werd in 2012 aangepast, en wordt berekend op basis van o.a. de zogenaamde ‘euronorm’, de CO²-uitstoot, het brandstoftype en de leeftijd van de wagen. Maar voor elektrische wagens geldt een volledige vrijstelling van BIV.

Verkeersbelasting

De jaarlijkse verkeersbelasting is afhankelijk van het vermogen van de motor, maar ook hier scoort de elektrische wagen beter dan een zuinige benzinewagen.

Niets dan goeds te vertellen dus over de fiscaliteit van elektrische wagens. Al kunnen we niet voorspellen wat de toekomst brengt, feit is dat eco-fiscaliteit nog steeds op het programma van de huidige regering staat….

 Wenst u over dit alles meer te weten, neem dan contact op met uw dossierverantwoordelijke.

 21/05/2015