Baker Tilly

Uw onderneming gaat internationaal... Informeer u vooraf over het fiscale plaatje

De omgeving waarbinnen Belgische ondernemingen opereren, evolueert steeds sneller onder impuls van digitalisering en globalisering... Ondanks de misvattingen, zijn het lang niet alleen grote ondernemingen of uit de kluiten gewassen kmo’s die deze weg inslaan. Ook bescheiden ondernemingen grijpen de kans om over de landsgrenzen heen te kijken én te werken… Een evolutie die fiscale gevolgen kan hebben, maar ook opportuniteiten biedt...

Grenzen vervagen door de digitale evolutie. Dit maakt dat internationaal werken voor vele ondernemers slechts een kleine stap is. Hun vakkennis, werkethiek en talenkennis zorgen ervoor dat zij alle troeven in huis hebben om hun activiteiten succesvol over de landsgrenzen heen te tillen en hun groeipad verder te zetten. Soms gaat dit over loutere verkoop in het buitenland. In andere gevallen worden in het buitenland diensten aangeboden óf worden Belgische werknemers uitgestuurd om een voet in de lokale markt te krijgen. Een evolutie die meestal geleidelijk verloopt.

Toch is enige voorzichtigheid geboden. Het kan namelijk best zijn dat deze internationale activiteiten ook bijkomende fiscale verplichtingen creëren voor de onderneming. Dit is het geval wanneer deze door de buitenlandse activiteiten geacht wordt daar een fiscale vaste inrichting te hebben.

Wanneer heeft uw onderneming een vaste inrichting?

Voor de landen waarmee België een dubbelbelastingverdrag heeft afgesloten, werden de spelregels in verband met het al dan niet ontstaan van een vaste inrichting vastgelegd in deze verdragen. Samengevat ontstaat een vaste inrichting meestal in twee gevallen:

  • De meest voor de hand liggende situatie is wanneer u of uw werknemer(s) een vaste werkplaats hebben in het buitenland, van waaruit de gewoonlijke activiteiten eigen aan de onderneming (zgn. core business) worden uitgeoefend. Dit kan een kantoor zijn (voor dienstverlenende ondernemingen), een winkel (voor verkoop), een fabriek (voor productieactiviteiten), edm…. Dit is de zogenaamde materiële vaste inrichting. Op deze regel bestaan uitzonderingen, bijvoorbeeld wanneer deze “werkplaats” enkel wordt gebruikt voor de opslag of uitstalling van goederen of voor louter ondersteunende of voorbereidende werkzaamheden. Bouwondernemingen die in het buitenland actief zijn, hebben pas dan een vaste inrichting wanneer de bouw-of constructiewerkzaamheden de termijn voorzien in het dubbelbelastingverdrag overschrijden (in de meeste gevallen is dit 12 maanden).
  • Een vaste inrichting kan ook ontstaan wanneer de activiteiten van uw personeel de landsgrenzen overschrijden. Vanaf het ogenblik dat deze personeelsleden gemachtigd zijn om uw onderneming te vertegenwoordigen en ten opzichte van derde personen, kunnen geacht worden uw onderneming wettelijk te verbinden, heeft uw onderneming in beginsel een vaste inrichting in dat land, zelfs wanneer deze persoon geen handtekeningsbevoegdheid heeft (zgn. personele vaste inrichting). Ook op deze regel bestaan tal van uitzonderingen, zodat het nuttig is om hierover advies in te winnen bij uw dossierbeheerder voorafgaand aan het uitsturen van uw personeel.

Welke verplichtingen creëert een vaste inrichting?

Wanneer uw onderneming vanuit fiscaal oogpunt een vaste inrichting heeft in het buitenland, zijn alle inkomsten die voortvloeien uit uw activiteiten aldaar, in beginsel belastbaar in dat land. Uiteraard kan u hiervan de kosten die u maakte om deze inkomsten te verwerven in mindering brengen.

Om het betreffende land toe te laten uw lokale winsten te belasten, zal u een aantal rapporteringsverplichtingen moeten vervullen, die vergelijkbaar zijn met deze in België, zijnde:

  • voeren van een boekhouding (volgens de plaatselijke boekhoudregels) die toelaat de belastbare winst te bepalen;
  • jaarrekening (van het Belgisch hoofdhuis) voorleggen;
  • aangifte vennootschapsbelasting indienen : Dit zal een aangifte niet-inwoners zijn, aangezien de juridische entiteit die belastbaar is in het buitenland, de Belgische vennootschap is. Een buitenlandse vaste inrichting is namelijk geen afzonderlijk rechtspersoon.

In België zal u het wereldwijde resultaat van uw Belgische vennootschap moeten aangeven, de winst van haar buitenlandse vaste inrichting incluis. In dubbelbelastingverdragen werd echter geregeld dat België geen vennootschapsbelasting zal heffen op de winsten met betrekking tot deze buitenlandse activiteiten, zodat geen dubbele belasting ontstaat. Aangezien de Belgische administratie middels de aangifte zicht heeft op de winsten die u toerekent aan het buitenland, is het belangrijk om de resultaten op een correcte wijze toe te wijzen aan België versus de buitenlandse vaste inrichting om discussies te vermijden.

Tegenover deze bijkomende verplichtingen en de kosten die dit met zich meebrengt, staat ook een voordeel: in de meeste landen is het tarief vennootschapsbelasting namelijk lager dan in België, waardoor uw vennootschap op de buitenlandse winst minder belastingen betaalt. Meestal zorgt de opstart van activiteiten in het buitenland in de eerste jaren voor verliezen, die aftrekbaar zijn van de Belgische winsten. Het is pas wanneer deze verliezen in het buitenland worden aangewend om lokale winsten te neutraliseren, dat de belastbare basis België in dezelfde mate moet verhoogd worden om dubbele verliescompensatie te vermijden. Uw buitenlandse verliezen zorgen zo voor een uitstel van Belgische vennootschapsbelasting op de Belgische winst.

Of beter een dochteronderneming oprichten in het buitenland?

Net omwille van het feit dat buitenlandse verliezen het Belgische belastbaar resultaat kunnen drukken, wordt in de opstartjaren meestal gekozen voor een vaste inrichting. Wanneer het buitenlandse verhaal faalt, zijn de buitenlandse verliezen in België namelijk definitief verworven. Pas wanneer de buitenlandse activiteit een stabiel gegeven wordt of wanneer het een risicovolle activiteit betreft die best gescheiden blijft van de Belgische vennootschap, is het aangewezen om over te gaan tot oprichting van een buitenlandse dochtervennootschap. De boekhoudkundige en fiscale verplichtingen (en kosten) zijn gelijkaardig aan deze van een vaste inrichting.

Idem voor btw?

Algemeen kan gesteld worden dat de regels voor btw strikter zijn, zodat u op dit vlak minder snel met een vaste inrichting geconfronteerd wordt : voor btw dient vooreerst gekeken te worden naar de lokale btw-wetgeving terzake. Over het algemeen komt het erop neer dat uw onderneming in het buitenland een bedrijfsruimte moet hebben (directiezetel, filiaal, fabriek, kantoor, werkplaats, agentschap, een magazijn, ..) welke moet worden beheerd door een persoon die bekwaam is om uw onderneming te verbinden tegenover derden (leveranciers/klanten). Tevens dienen btw-belastbare handelingen te worden gesteld.

Buitenlandse tewerkstelling:

ook gevolgen voor uw werknemers Het fysiek uitsturen van uw personeel naar het buitenland om een lokale activiteit uit te bouwen of te ondersteunen, kan als gevolg hebben dat uw werknemers (gedeeltelijk) in het buitenland belastbaar worden. Ook dit hoeft, rekening houdend met onze Belgische belastingschalen, niet noodzakelijk een slechte zaak te zijn. Verder kan een gelijktijdige tewerkstelling in verschillende landen toelaten voor bepaalde werknemers een salary split-regeling uit te werken (zie in dit verband het artikel i.v.m. salary split). Uiteraard mag u de sociale en andere formaliteiten niet uit het oog verliezen.

Besluit

Voor ondernemers die actief bouwen aan de groei van hun bedrijf is de stap naar het buitenland vaak snel gezet, dank zij de digitalisering en toenemende globalisering.

Onze ervaring is dat vele ondernemers reeds actief zíjn in het buitenland zonder te beseffen dat ze hierdoor een buitenlandse vaste inrichting hebben. Dit is niet verwonderlijk, aangezien het al dan niet hebben van een vaste inrichting wordt bepaald door de regels van het specifieke dubbelbelastingverdrag dat België heeft afgesloten met het betreffende land.

Zelfs binnen een Europese context blijft belastingheffing een puur territoriaal gegeven, met alle gevolgen vandien op het vlak van vennootschapsbelasting : de lokale belastingadministratie zal de winsten uit uw activiteiten op haar “territorium” willen belasten, terwijl deze winst in België niet werd vrijgesteld (want u was zich niet bewust van uw buitenlandse vaste inrichting, en had deze inkomsten in uw Belgische aangifte dus niet toegewezen aan uw vaste inrichting). Deze dubbele belasting kan in beginsel worden gecorrigeerd, al zal dit u in praktijk veel inspanningen en geduld kosten, zonder enige garantie op succes.

Nochtans levert goed geïnformeerd aan de start staan, niets dan voordelen op aangezien het fiscale regime in de meeste landen voordeliger is dan in België, zowel wat vennootschapsbelasting als personenbelasting betreft.

Een goede reden om zich in uw buitenland-project van bij de start te laten bijstaan door een ervaren adviseur als Baker Tilly Belgium.

28/10/2015