Baker Tilly

Een duwtje in de rug voor starters...

Door de immer wijzigende fiscale spelregels stellen startende ondernemers zich steeds vaker de vraag of het nog zinvol is om een vennootschap op te richten. De huidige regering is zich hiervan bewust. Naast de maatregelen inzake loonlastenverlaging, werd in de Programmawet van 10 augustus 2015 ook een incentive ingevoerd voor starters, onder de noemer “tax shelter voor startende ondernemingen”.

Het voordeel voorzien in de “tax shelter voor startende ondernemingen” bestaat in het toekennen van een belastingvermindering aan natuurlijke personen die

  • rechtstreeks (al dan niet via een crowdfunding platform) of onrechtstreeks via een erkend startersfonds
  • risicokapitaal verschaffen - aan startende ondernemingen.

Deze belastingvermindering is van toepassing voor kapitaalinjecties in ruil voor nieuwe aandelen op naam, alsook voor deelnemingsrechten die worden uitgegeven door een startersfonds.

Zoals de benaming van de maatregel aangeeft, moet het om startende vennootschappen gaan. Derhalve komen alle kapitaalinbrengen in aanmerking bij de oprichting van de vennootschap, alsook de inbrengen naar aanleiding van een kapitaalverhoging binnen de 4 jaar na datum van oprichting (voor vennootschappen die zijn opgericht op 1 januari 2013 of later). Ook een startende vennootschap waarin de activiteit die wordt uitgeoefend, reeds eerder via een eenmanszaak werd uitgeoefend, komt in aanmerking voor deze incentive. De vierjarige periode vangt dan aan op datum van eerste inschrijving van de eenmanszaak in de Kruispuntbank van Ondernemingen.

Enkel voor nieuw kapitaal in kleine vennootschappen of micro-vennootschappen

Deze maatregel is voorbehouden voor kapitaalinbrengen in kleine vennootschappen of micro-vennootschappen (zie onder). Dit kunnen zowel binnenlandse vennootschappen zijn als vennootschappen die gevestigd zijn in een andere lidstaat van de EER en die een Belgische vaste inrichting aanhouden.

  • Een kleine vennootschap is een vennootschap die voldoet aan de criteria van artikel 15 van het Wetboek Vennootschappen. Weet dat de definitie van artikel 15 W.Venns. werd herschreven en dat de nieuwe regels ingaan voor boekjaren die aanvangen vanaf 1 januari 2016.
  • Tevens werd een nieuwe categorie van “micro-vennootschap” ingevoerd. Dit is een vennootschap die aan minstens 2 van de volgende criteria voldoet:
    - maximum jaaromzet excl. btw : 700.000 euro
    - maximum balanstotaal : 350.000 euro
    - maximum jaargemiddelde personeel : 10

Aangezien het starters betreft die vaak nog geen jaarcijfers kunnen voorleggen, mogen de cijfers bij het begin van het boekjaar te goeder trouw worden geraamd.

Belangrijke uitsluitingen

Een aantal vennootschapstypes zijn zondermeer uitgesloten van de nieuwe tax shelter voordelen :

  1. vastgoedvennootschappen;
  2. managementvennootschappen;
  3. beleggings-, financierings- en thesaurievennootschappen;
  4. beursgenoteerde vennootschappen;
  5. vennootschappen die zijn opgericht in het kader van een fusie of splitsing;
  6. vennootschappen die zich binnen de voorwaarden voor een collectieve insolventieprocedure bevinden;
  7. vennootschappen die in het verleden een kapitaalvermindering hebben doorgevoerd of dividenden hebben uitgekeerd; alsook
  8. vennootschappen die de ontvangen sommen gebruiken voor de uitkering van dividenden, de aankoop van aandelen of het verstrekken van leningen.

Komen ook niet in aanmerking:

  • Inbrengen anders dan in geld;
  • Inbrengen gedaan door zaakvoerders en bestuurders (met mandaat), alsook door natuurlijke personen die de dagelijkse leiding uitoefenen in de vennootschap (zonder bestuursmandaat);
  • Inbrengen in de mate dat ze een deelneming vertegenwoordigen van meer dan 30% van het maatschappelijk kapitaal;
  • Inbrengen die in aanmerking komen voor de belastingvermindering voor de aanschaf van werkgeversaandelen en ontwikkelingsfondsen.

Wat is het voordeel?

In ruil voor het verschaffen van risicokapitaal aan starters hebben natuurlijke personen recht op een belastingvermindering van:

  • 30% voor inbreng in een KMO-vennootschap; of
  • 45% voor een rechtstreekse inbreng in een micro-vennootschap.

Inbrengen via een startersfonds geven derhalve nooit recht op de belastingvermindering van 45%. Bij rechtstreekse inbreng wordt de belastingvermindering in de personenbelasting toegekend in het belastbaar tijdperk waarin men inschrijft op de aandelen en deze ook volstort. Bij een inbreng via een erkend startersfonds moet men 1 jaar langer wachten op de belastingvermindering. Dit komt omdat voor het startersfonds bepaalde investeringsvoorwaarden gelden, waarop dient gecontroleerd vooraleer de belastingvermindering wordt toegekend.

Het fiscaal voordeel wordt als volgt begrensd:

  • Per belastingplichtig natuurlijk persoon is het maximumbedrag dat deze kan inbrengen mét belastingvermindering begrensd tot 100.000 euro per belastbaar tijdperk. De aandelen moeten onmiddellijk worden volstort.
  • Per startersvennootschap bedraagt het maximumbedrag van de tax shelter-inbrengen tijdens de startperiode van 4 jaar 250.000 euro.
  • De belastingplichtige moet de aandelen of deelbewijzen gedurende tenminste 4 jaar in zijn bezit houden. Bij vervroegde overdracht (tenzij bij overlijden) wordt de belastingvermindering gedeeltelijk teruggenomen via een belastingvermeerdering.
  • Ook wanneer de startersvennootschap binnen de 4 jaar na volstorting van de (nieuwe) aandelen de hoedanigheid van de eerste drie vermelde uitgesloten vennootschapstypes zou aannemen of de ontvangen sommen zou gebruiken voor dividenduitkering, aankoop van aandelen of verstrekking van leningen, wordt de belastingvermindering gedeeltelijk teruggenomen. Hetzelfde geldt wanneer het startersfonds niet aan de opgelegde investeringsverplichtingen heeft voldaan. Dit vormt derhalve een risico voor de inbrenger-natuurlijk persoon.

Besluit

Voor starters die overwegen om hun zin voor ondernemen definitief op te bergen, zal nog meer boter bij de vis moeten komen om het ondernemersvuur in hen terug aan te wakkeren.

Maar laat ons optimistisch blijven en erkennen dat de recent ingevoerde wetswijzigingen voor onze kmo’s reeds een stap in de goede richting zijn. U herinnert zich wellicht dat middels dezelfde Programmawet ook andere ondersteunende maatregelen werden ingevoerd, zoals:

Ook werden volgende wetsontwerpen ingediend voor: - Maaltijdcheques : verhoging van de maximum werkgeversbijdrage van 5,91 eur naar 6,91 eur per maaltijdcheque + verhoging van het aftrekbaar bedrag voor de werkgever van 1euro per maaltijdcheque naar 2 euro . De verwachting is dat deze verhogingen zullen gelden voor werknemers én bedrijfsleiders voor maaltijdcheques toegekend vanaf 1 januari 2016. - Niet-recurrente resultaatsgebonden voordelen : verhoging van het vrijstellingsbedrag vanaf 1 januari 2016 tot 3.200 euro geïndex. (sociaal) en 2.782 euro geïndex. (fiscaal).

In al ons optimisme moeten we ook volledig zijn : wijzigende fiscale wetgeving is immers zelden alleen een goed nieuws-show… Een aantal andere maatregelen zijn het ondernemersklimaat minder gunstig gezind. Denk maar aan de aangekondigde verhoging van het tarief roerende voorheffing op interesten en dividenden van 25% naar 27 %...

Voor verdere toelichting kan u steeds contact opnemen met Tanja De Decker (t.dedecker@bakertillybelgium.be) of andere leden van de consulting-afdeling van Baker Tilly Belgium.

28/10/2015