Baker Tilly

Hoe liquidatieboni blijvend aan 10% belasting laten onderwerpen?

Zoals algemeen geweten, heeft de wetgever op initiatief van de vorige regering het tarief van de roerende voorheffing ('RV') en personenbelasting ('PB') toepasselijk op de liquidatieboni verhoogd van 10% naar 25% en dit met ingang van 1 oktober 2013. Deze maatregel was (en is) heel omstreden in het ondernemersmilieu. Om aan het wijdverspreid protest enigszins tegemoet te komen besliste de vorige regering tevens om een overgangsmaatregel op poten te zetten die moest toelaten de in het verleden opgebouwde belaste reserves alsnog vast te klikken aan 10% RV, zodat het 25% tarief enkel effect zou sorteren voor alle later opgebouwde reserves. De in artikel 537 WIB 1992 opgenomen vastklikregeling bestond kort gezegd hierin dat (grote of kleine) vennootschappen alle of een deel van hun belaste reserves zoals deze ten laatste op 31 maart 2013 waren goedgekeurd door de algemene vergadering (d.i. in concreto veelal de winst van boekjaar 2011 en vroeger) als een dividend aan 10% RV konden uitkeren, op voorwaarde en in de mate dat minstens het verkregen netto bedrag (na afhouding van 10% RV) onmiddellijk werd ingebracht in geld of in natura (vordering op het dividend) in het maatschappelijk kapitaal van de uitkerende vennootschap, en dit in de periode van 1 juli 2013 tot uiterlijk tijdens het laatste belastbaar tijdperk dat afsloot op 1 oktober 2014.

Belangrijk is dat het kapitaal gevormd in het kader van de vastklikregeling door inbreng van het netto dividend gedurende een bepaalde termijn moet behouden blijven, met name gedurende 8 jaar, tenzij voor 'kleine' vennootschappen in de zin van artikel 15 W. Venn. voor wie de periode gehalveerd wordt tot 4 jaar. Elke kapitaalvermindering binnen de periode van 8 of 4 jaar wordt fiscaal beschouwd als een dividend, waarop een bijkomende RV van toepassing is van 15, 10 of 5% afhankelijk van het tijdstip van de kapitaalvermindering.

Gezien het aanhoudend ongenoegen over de verhoging van de fiscale druk op liquidatieboni, besliste de regering Michel om een permanent vastkliksysteem in te stellen. In tegenstelling tot de tijdelijke regeling geldt dit nieuw regime enkel voor 'kleine' vennootschappen (artikel 15 W. Venn).

Kort samengevat komt de nieuwe regeling erop neer dat de vennootschap elk jaar vanaf boekjaar 2014 kan beslissen om haar boekhoudkundige winst na vennootschapsbelasting (lijn 9905 van de jaarrekening "Te bestemmen winst van het boekjaar"), geheel of gedeeltelijk over te boeken naar een of meer afzonderlijke rekeningen van het passief om er een liquidatiereserve te vormen. De bedoeling is dat deze reserves op deze passiefrekening geboekt worden en blijven en niet tot grondslag mogen dienen voor enige beloning of toekenning (zgn. "onaantastbaarheidsvoorwaarde"). Een en ander zal dienen vermeld te worden in een opgave 275A te voegen bij de aangifte in de vennootschapsbelasting vanaf het aanslagjaar waarvoor de liquidatiereserve is aangelegd. Voor laatstgenoemd aanslagjaar wordt een afzonderlijke aanslag gevestigd van 10% op het naar de liquidatiereserve overgeboekte winstgedeelte. Deze aanslag staat los van en komt bovenop de aanslag in de vennootschapsbelasting, doch wordt er samen mee ingekohierd.

Nieuw is ook dat de wetgever binnenkort dit regime ook gaat uitbreiden tot de (nog aanwezige) belaste winst van boekjaren 2012 en 2013, welke dreigden tussen twee stoelen te vallen. In tegenstelling tot de gewone regeling, bevat deze 'bijzondere' liquidatiereserve een aantal afwijkende kenmerken, m.n.

(i) de afzonderlijke aanslag van 10% voor belaste winst van aanslagjaren 2013 en 2014 dient betaald te worden respectievelijk ten laatste op 30 november 2015 en 30 november 2016, welke meteen ook de einddata zijn voor het indienen van de bijzondere aangifte aangaande deze aanslag;

(ii) de liquidatiereserve zelf dient geboekt te worden ten laatste op de afsluitdatum van het boekjaar waarin de betaling van de relevante afzonderlijke aanslag dient te geschieden, d.i. bij een boekjaar gelijk aan het kalenderjaar ten laatste op 31 december 2015 en 31 december 2016, eventueel in combinatie met de liquidatiereserve voor de jaarwinst van deze boekjaren;

(iii) de bijzondere aangifte vermeld in (i) hierboven dient als bijlage gevoegd te worden bij de aangifte in de vennootschapsbelasting voor het betrokken boekjaar.

Eens de liquidatiereserve is geboekt, kan de vennootschap in principe op elk moment in vereffening gaan, zonder dat de vennootschap noch de aandeelhouder(s) nog enige belasting verschuldigd zijn op de vastgeklikte reserves uitgekeerd boven het maatschappelijk kapitaal. Wenst men deze liquidatiereserve aan te spreken voor een dividenduitkering, dan zal de vennootschap nog een RV dienen in te houden van 15% bij uitkering in de eerste vijf jaar na overboeking op de liquidatiereserve en 5% bij uitkering nadien. De aanrekening gebeurt op de oudst aangelegde liquidatiereserves (FIFO-methode).

Dit houdt in dat kleine vennootschappen met een dividendpolitiek systematisch dividenden aan (nominaal) 15% belasting kunnen uitkeren, in plaats van aan het normale tarief van 25%. Men noemt de liquidatiereserve daarom ook het VVPR-ter stelsel, naast het VVPR-bis stelsel (via nieuwe stortingen van cash in kapitaal - zie artikel 269, §2 WIB) en het ondertussen afgeschafte originele VVPR stelsel.

Voor verdere toelichting omtrent de nieuwe liquidatiereserve en de opportuniteiten voor u en uw onderneming kan u steeds contact opnemen met Marc De Munter, Tax Partner bij Baker Tilly Belgium (m.demunter@bakertillybelgium.be of 09/272.72.10).

26/05/2015