Baker Tilly

Hogere taks op de liquidatiebonus vermijden? De tijd dringt, ondanks licht uitstel voor inbrengakte!

Zoals bekend kunnen vanaf 1 juli 2013 belaste reserves uitgekeerd worden met toepassing van 10% roerende voorheffing, op voorwaarde dat deze netto dividenden onmiddellijk in het maatschappelijk kapitaal van de uitkerende vennootschap worden ingebracht. Dit kadert in de overgangsregeling voor liquidatieboni. Waar tot op heden deze inbreng diende te geschieden ten laatste op 31 december 2013 (voor boekjaren die samenvallen met het kalenderjaar), aanvaardt de Administratie nu dat de inbreng uiterlijk op 31 maart 2014 geschiedt, zolang het dividend maar wordt toegekend ten laatste op 31 december 2013. Eén en ander staat te lezen in een recente circulaire van 13 november 2013.

Artikel 537 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen voorziet dat minstens het verkregen netto bedrag van het dividend in het kapitaal dient opgenomen te worden tijdens het laatste belastbaar tijdperk dat afsluit voor 1 oktober 2014. Dit betekent voor vennootschappen die hun boekhouding per kalenderjaar voeren dat de overgangsregeling voor de liquidatieboni maar tot eind 2013 geldt.

Gezien vele vennootschappen de nodige formaliteiten moeilijk gingen rond krijgen voor 31 december en onder druk van de adviseurs en notarissen, heeft de Minister van Financiën uiteindelijk ingestemd met een beperkte verlenging van de overgangstermijn, doch enkel wat betreft het formaliseren voor notaris van de kapitaalverhoging door inbreng van het netto dividend. Concreet ziet de administratieve versoepeling van de overgangsregeling er als volgt uit.

Het uitstel voor de akte van kapitaalverhoging geldt enkel voor vennootschappen die hun boekjaar tussen 1 oktober 2013 en 30 maart 2014 afsluiten. Voor deze vennootschappen wordt de wettelijke termijn (zie boven) geacht vervuld te zijn, indien aan drie cumulatieve voorwaarden wordt voldaan:

1° de toekenning of betaalbaarstelling van het dividend moet nog steeds uiterlijk op 31 december 2013 worden verricht voor vennootschappen die hun boekhouding per kalenderjaar voeren. Op deze manier zal de roerende voorheffing van 10% voor de meeste vennootschappen nog in 2013 opeisbaar worden. De eigenlijke doorstorting dient dan ook uiterlijk tegen 15 januari 2014 te geschieden. Sluit de jaarrekening af tussen 1 januari 2014 en 30 maart 2014, dan dient het dividend toegekend te worden uiterlijk op de laatste dag van het boekjaar, waarbij de roerende voorheffing dan dient gestort te worden binnen de 15 dagen.

2° uiterlijk op dezelfde datum van toekenning van het dividend, dienen de vennootschap en haar aandeelhouder(s) zich wederzijds te verbinden, de ene om de kapitaalsverhoging door te voeren en de andere(n) om minstens het verkregen dividendbedrag in het kapitaal in te brengen. Deze wederzijdse verbintenissen moeten kunnen bewezen worden bijvoorbeeld via schriftelijke verklaringen, de storting van de gelden op een geblokkeerde rekening op naam van de vennootschap, het bestaan van een revisoraal verslag betreffende een inbreng in natura, enz.

3° de kapitaalverhoging en inbreng dienen geformaliseerd te worden per notariële akte uiterlijk op 31 maart 2014. Bij gebreke hieraan, zal een aanvullende roerende voorheffing van 15% verschuldigd zijn op het uitgekeerde dividend, verhoogd met nalatigheidinteresten.

Er dient opgemerkt te worden dat dit uitstel van de inbreng met maximaal drie maand niet de inkorting teweeg brengt van de termijn van vier of acht jaar, waarbinnen de ingebrachte reserves in het kapitaal moeten blijven teneinde een bijkomende roerende voorheffing te vermijden.

Hoewel er dus een beperkt uitstel is voor het formaliseren van de inbreng, dient er toch in de komende weken en uiterlijk tegen 31 december actie ondernomen te worden, minstens het organiseren van een bijzondere algemene vergadering die beslist tot uitkering van een tussentijds dividend uit de beschikbare belaste reserves en met aantoonbare wederzijdse verbintenissen tot kapitaalverhoging tegen inbreng van het netto dividend. Voor veel vennootschappen zal er ook nood zijn aan externe (bank)financiering om de dividenduitkering in cash te kunnen doen. Anderzijds zal zich in bepaalde dossiers een inbreng in natura (met de nodige bijkomende formaliteiten) opdringen, hetgeen ook een impact heeft op de timing.

Indien u beslist om over te gaan tot het vastklikken van de belaste reserves aan 10% is het dan ook aangewezen om spoedig de nodige voorbereidingen te treffen en de procedure op te starten. Het uitstel tot 31 maart 2014 voor de eigenlijke inbreng laat niet toe om de hele operatie uit te stellen tot begin 2014, tenminste niet indien het boekjaar samenvalt met het kalenderjaar.

Wenst u over dit alles meer te weten, neemt dan contact op met Marc De Munter, Tanja De Decker of uw dossierverantwoordelijke bij Baker Tilly Belgium.

 

15/11/2013