Baker Tilly

De liquidatiereserve voor ‘kleine’ vennootschappen onverwacht uitgebreid!

De verhoging van de roerende voorheffing op de liquidatieboni van 10% naar 25% vanaf 1 oktober 2014 heeft intussen voor heel wat commotie gezorgd bij ondernemers en zowel de regering Di Rupo I als de regering Michel I hebben getracht hier een mouw aan te passen. Onder Di Rupo I werd een overgangsmaatregel uitgewerkt waarbij de in de vennootschap opgebouwde belaste reserves konden “vastgeklikt” worden aan 10% roerende voorheffing via inbreng in het kapitaal. Deze overgangsregeling gold voor alle vennootschappen. In de meeste gevallen ging dit om de reserves die opgebouwd waren tot en met boekjaar 2011. Michel I heeft vervolgens een definitieve regeling in het leven geroepen voor KMO’s (‘kleine’ vennootschappen) voor winsten die ten vroegste gerealiseerd zijn tijdens het boekjaar per 31.12.2014 en alle volgende boekjaren. De belaste winsten kunnen gereserveerd worden door overboeking op een liquidatiereserve mits betaling van een afzonderlijke heffing van 10%. Deze heffing vormt de eindbelasting bij liquidatie, terwijl een uitkering van de liquidatiereserve als dividend nog een bijkomende roerende voorheffing opeisbaar maakt van 15% (eerste vijf jaar) of 5% (na vijf jaar).

Beide regelingen hadden echter – in het algemeen – tot gevolg dat de winsten gerealiseerd tijdens de boekjaren 2012 en 2013 nooit in aanmerking zouden komen voor een gunstig belastingregime en dat hierop steeds 25% roerende voorheffing zou verschuldigd zijn (ofwel als dividenduitkering ofwel bij latere vereffening).

Maar de regering Michel I heeft dringend geld nodig, zoveel is duidelijk. Tijdens de recente begrotingscontrole heeft men dan ook beslist om de nieuwe regeling van de liquidatiereserve voor KMO’s uit te breiden naar de boekjaren 2012 en 2013 met toepassing van de anticipatieve heffing van 10%.

Er is echter nog niets bekend over de concrete uitvoeringsmodaliteiten. Aangezien de berichten circuleren dat de regering reeds voor 2015 rekent op de extra inkomsten ingevolge de uitbreiding van de liquidatiereserve, valt het te verwachten dat hiervoor specifieke modaliteiten zullen uitgewerkt worden, die zich onderscheiden van de reeds bestaande regeling van de liquidatiereserve. Verder is het ook nog niet duidelijk hoe met deze winsten zal omgegaan worden in geval van latere dividenduitkering.

Voor kleine vennootschappen die tijdens de boekjaren 2012 en 2013 mooie winsten hebben gerealiseerd die nog niet zijn uitgekeerd is dit hoe dan ook welgekomen nieuws!

Uiteraard houden wij u op de hoogte van de verdere ontwikkelingen terzake.

Wenst u over dit alles meer te weten, neem dan contact op met Marc De Munter, Marc Sonck, Tanja De Decker of uw dossierverantwoordelijke.

2/04/2015