Baker Tilly

Geplande fiscale hervorming – vennootschapsbelasting

De vier partijen die deel uitmaken van de federale regering, gaven begin oktober hun zegen over het regeerakkoord. Stabiliteit en rechtszekerheid, eenvoud en transparantie, een rechtvaardig belastingsysteem, scheppen van een ondernemingsvriendelijk klimaat, respect voor de belastingplichtige,…. Dit zijn slechts een paar principes waarop de fiscale hervorming volgens het regeerakkoord zal steunen. Al moeten we onder de huidige budgettaire omstandigheden wellicht niet te euforisch worden…

Aan de start van de regeerperiode is onze nieuwe regering er feilloos in geslaagd om de verwachting te scheppen van een positieve evolutie. De aangekondigde trendbreuk wordt door vele ondernemers verwelkomd, en vertaalt zich in een verhoogd vertrouwen in de toekomst van hun bedrijven. Een vertrouwen dat bedrijfsleiders voortaan niet langer zullen worden beschouwd als misbruikers van het systeem. Het staat met zoveel woorden te lezen in het regeerakkoord “Ondernemers zijn mensen die risico’s nemen. Wie onderneemt, creëert meerwaarde voor zichzelf en voor anderen, de basis van welvaart en welzijn. Daarvoor verdienen zij respect en waardering.” Al getuigt het wellicht van enige naïviteit, menig ondernemer heeft genoeg aan lovende woorden om met hernieuwde motivatie aan de slag te gaan.. In hoeverre vertaalt deze beloofde trendbreuk zich ook in wetswijzigingen? Bij gebrek aan wetteksten is enig voorbehoud aangewezen, maar op basis van de informatie die momenteel beschikbaar is, zijn dit de meest belangrijke wijzigingen op het vlak van vennootschapsbelasting:

Verlenging van overgangsregime voor liquidatieboni

Een medio 2013 ingevoerde maatregel die voor veel frustraties zorgde bij bedrijfsleiders, was deze van de verhoging van de belasting op liquidatieboni : sinds 1 oktober 2014 worden de in de vennootschap opgepotte reserves bij liquidatie namelijk onderworpen aan 25% roerende voorheffing, net als een gewoon dividend. Om te vermijden dat ondernemingen nog snel werden vereffend, kon men gereserveerde winsten “vastklikken” aan 10%, en na een wachtperiode van vier of acht jaar, onbelast uitkeren via een kapitaalvermindering. Met de nieuwe regeling die is opgenomen in het regeerakkoord, wordt het regime van de zogenaamde “liquidatiereserve” ingevoerd. KMO’s zullen de belaste winst van het jaar kunnen reserveren op een afzonderlijke passiefrekening. Bij elke reservering zal 10% roerende voorheffing verschuldigd zijn, bij wijze van anticipatieve heffing. In ruil voor deze vervroegde reservering (en fiscale afrekening), worden deze winsten fiscaal behandeld als kapitaal, en kan deze liquidatiereserve bij ontbinding van de vennootschap belastingvrij worden uitgekeerd. Wanneer deze liquidatiereserve vervroegd wordt uitgekeerd, is een bijkomende voorheffing verschuldigd:

  • bij uitkering binnen 5 jaar na reservering, is bovenop de anticipatieve heffing van 10%, een bijkomende 15% roerende voorheffing verschuldigd : 10% + 15% = 25%;
  • bij uitkering van de liquidatiereserve na vijf jaar, is een aanvullende 5% roerende voorheffing verschuldigd : 10% + 5% = 15%;
  • bij uitkering bij ontbinding van de vennootschap volgt geen bijkomende heffing : 10% is de finale belasting.

Verwachte inwerkingtreding : aanslagjaar 2016.

Aanslag geheime commissielonen – ingrijpende hervorming

Momenteel kunnen vennootschappen onderworpen worden aan een aanslag geheime commissielonen van 309% indien vergoedingen niet op fiche zijn opgenomen (281.10 voor loontrekkenden of 281.20 voor bedrijfsleiders). Vooral in het kader van voordelen van alle aard gaf dit vaak aanleiding tot onverwachte en vooral onproportionele fiscale rekeningen. Ondanks de recente circulaires en parlementaire vragen omtrent dit onderwerp, ontstond nog menig discussie met de controlerende ambtenaar, en dienden interpretatieverschillen als voedingsbodem voor willekeur.

De wijziging die in het regeerakkoord staat aangekondigd, moet enige zin voor proportie en rechtszekerheid herstellen :

  • Minder formalisme: loskoppeling van de ficheverplichting, maar als aanknopingspunt het niet-bekendmaken van de identiteit van de genieter;
  • De aanslag geheime commissielonen zal enkel nog worden opgelegd indien de genieter niet meer kan worden belast op de ontvangen vergoeding of het voordeel;
  • Voortaan zal de bijzondere aanslag haar strafkarakter verliezen en enkel nog als doelstelling hebben de gemiste belastinginkomsten te dekken;
  • Hierdoor zal het tarief dalen van 300% naar 50% -100% (excl. crisisbijdrage);
  • Het niet naleven van de ficheplicht zal met een administratieve boete of gewone belastingverhoging worden bestraft;
  • Voor bepaalde kosten waar de grens tussen privé- en beroepskosten minder duidelijk is (bv receptiekosten, restaurantkosten,…), zou de wet voorzien dat deze geen aanleiding kunnen geven tot de aanslag geheime commissielonen, maar voor de vennootschap een verworpen uitgave uitmaken.

Schematisch (gevolgen voor vennootschap die vergoeding betaalt aan individu) :

Verwachte inwerkingtreding : 1 januari 2015, ook van toepassing op hangende geschillen.

Andere belangrijke aangekondigde/onderzochte maatregelen

  • Doorkijkbelasting voor inkomsten uit buitenlandse trusts, stichtingen en gelijkaardige juridische constructies in belastingparadijzen : de inkomsten uit deze structuren zullen vanaf 2015 rechtstreeks belast worden bij de genieter van de inkomsten, net alsof deze structuren niet zouden zijn opgericht. Mensen die in het verleden dergelijke onbelaste “vehikels” hebben opgezet doen er goed aan zich te laten adviseren door een expert om belasting in de personenbelasting te vermijden;
  • Intercommunales worden onderworpen aan vennootschapsbelasting, in plaats van aan de voordeligere rechtspersonenbelasting. Dit om concurrentieverstorende ongelijkheden weg te werken. In het kader van deze wijziging worden overgangsmaatregelen van toepassing vanaf 1 januari 2015.

In een volgende fase aangekondigde/onderzochte maatregelen

  • Hervorming/vereenvoudiging van het stelsel van de verworpen uitgaven : er zal worden nagegaan in hoeverre de wirwar van percentages kan vereenvoudigd worden op voorwaarde dat dit kan zonder budgettaire impact;
  • Mogelijke uitbreiding van de bestaande algemene vrijstelling van bedrijfsvoorheffing (1%) en van de (gedeeltelijke) vrijstellingen van bedrijfsvoorheffing voor onderzoek en ontwikkeling;
  • Aftrek van octrooi-inkomsten wordt mogelijks ook ingevoerd voor inkomsten uit softwarelicenties, wat het concurrentieel nadeel van België ten opzichte van haar buurlanden (zoals Luxemburg) moet wegwerken. Daar is de aftrek van octrooi-inkomsten voor software wel mogelijk, wat zorgde voor emigratie van (Belgische) bedrijven;
  • Hervorming van de fiscale procedure.

Ook op het vlak van de personenbelasting staan interessante wijzigingen op stapel, zoals de verhoging van het forfait beroepskosten. Meer informatie hierover kan u vinden in het volgende artikel.

Besluit

Vertrouwen in een verregaande fiscale hervorming of fiscale stabiliteit is wellicht te optimistisch onder de huidige budgettaire omstandigheden. Wel hopen we dat deze regering de moed heeft om een mentaliteitswijziging in gang te zetten die inderdaad evolueert naar een doelmatige en transparante fiscaliteit, met meer rechtszekerheid.

Wenst u over dit alles meer te weten, neem dan contact op met Tanja De Decker, Marc De Munter, Marc Sonck of uw dossierverantwoordelijke.

12/11/2014