Baker Tilly

Voordelen alle aard : opgelet voor fiscale gevolgen bij genieter of vennootschap

Wie zijn of haar beroep uitoefent binnen een vennootschapsstructuur, zal alle investeringen of uitgaven die verband houden met de professionele activiteit organiseren vanuit deze vennootschap. Maar zelfs wie op consequente wijze een strikte scheiding hanteert tussen professionele uitgaven (in de vennootschap) en privé-uitgaven, merkt dat het in praktijk niet altijd makkelijk is om beroepskosten en privé gebruik strikt gescheiden te houden. Het meest gekende voorbeeld is wellicht het privé gebruik van een bedrijfswagen, en het belaste voordeel van alle aard waarin dit privé gebruik resulteert. De laatste jaren zoekt de fiscus steeds vaker haar heil in de zogenaamde voordelen van alle aard om tot belasting in hoofde van de genieter te kunnen overgaan. En dit begrip is vaak ruimer dan gedacht…

Privé-gebruik van vennootschapsgoederen wordt door de fiscus nauwgezet in de gaten gehouden, want dit houdt een voordeel in voor de genieter. Elk voordeel dat een persoon ontvangt van een vennootschap waarmee hij een beroepsmatige band heeft (als werknemer, bedrijfsleider, …) is een zogenaamd “voordeel van alle aard” en moet in beginsel worden belast als een beroepsinkomen. Voor welk bedrag ? Ten belope van het bedrag dat overeenkomt met de waarde van het voordeel van alle aard. Dit is in beginsel de werkelijke waarde van het voordeel, zijnde het bedrag dat de verkrijger in normale omstandigheden zou moeten besteden om een gelijkaardig voordeel te verkrijgen. Maar het kan ook een forfaitair bedrag zijn zoals bepaald in het wetboek inkomstenbelasting (art. 18 KB/WIB 92). In de gevallen waarin de fiscale wet voorziet in een forfaitaire bepaling van het genoten voordeel, moet de verkrijger steeds belast worden op dit forfaitaire bedrag, ongeacht de werkelijke waarde van het voordeel. Zo wordt bijvoorbeeld het voordeel van het gratis ter beschikking hebben van een woning van de vennootschap of gratis gebruik van elektriciteit en verwarming reeds jaren op forfaitaire wijze bepaald. Een volledig overzicht van de fiscale behandeling van de meest courante voordelen van alle aard vindt u in bijgaande tabel.

Voordelen genoten door andere personen dan de werknemer of bedrijfsleider

Voordelen die worden toegekend aan personen die geen rechtstreekse beroepsmatige band hebben met de vennootschap, kunnen in beginsel geen belastbaar beroepsinkomen zijn voor deze genieters. Wanneer deze voordelen echter worden toegekend aan de echtgenote/echtgenoot/partner van de bedrijfsleider of werknemer, dan kan men in vele gevallen aannemen dat dit de bedrijfsleider of werknemer in staat stelde om zijn privé-uitgaven te beperken. Doordat hier wél een verband is met de beroepswerkzaamheid, zal dit gerealiseerde vermogensvoordeel in hoofde van de bedrijfsleider/werknemer een voordeel van alle aard uitmaken en als beroepsinkomen belast worden. Ingeval er geen professionele relatie is tussen de vennootschap en de genieter (ook niet onrechtstreeks via de werknemer/bedrijfsleider), dan kan de genieter niet belast worden op dit voordeel, en zal dit in hoofde van de vennootschap belast worden als een verleend abnormaal of goedgunstig voordeel.

Ficheverplichting

Een voordeel van alle aard moet steeds worden weergegeven op de individuele fiche 281.10 (voor loontrekkenden) of de fiche 281.20 (voor bedrijfsleiders). Teneinde hierop belast te worden, moeten deze genieters, op basis van voormelde fiches, het voordeel alle aard ook opnemen in hun aangifte personenbelasting (respectievelijk bij de codes 1250 of 2250 (gehuwde vrouw) of bij de codes 1400 of 2400 voor de bedrijfsleiders).

Wanneer deze voordelen van alle aard die worden toegekend aan werknemers of bedrijfsleiders niet worden verantwoord op de individuele fiches 281.10 of 281.20, kunnen ze worden onderworpen aan de geheime commissielonenaanslag van 309%. Hiervoor is het zelfs niet vereist dat deze voordelen boekhoudkundig in kosten werden geboekt bij de vennootschap. Zo kan ook het toestaan van een renteloze lening aan de bedrijfsleider, dus het niet aanrekenen van interesten op een lening of op een debetsaldo op rekening courant (R/C), gekwalificeerd worden als een voordeel van alle aard.

Wat de toepassing van de geheime commissielonenaanslag betreft geldt sinds de circulaire Ci.RH.421/628/803 van 22 juli 2013, dat deze aanslag enkel nog zal worden toegepast indien het voordelen van alle aard betreft :

  • waarvoor geen fiches werden opgemaakt door de vennootschap, en
  • die door de genieters niet werden opgenomen in hun aangifte personenbelasting, en
  • waarvoor de vennootschap de genieters niet wil identificeren of wanneer in hoofde van de verkrijger geen definitieve aanslag meer kan gevestigd worden in de personenbelasting.

Wat met de eigen bijdrage?

Indien de genieter van het voordeel een financiële tussenkomst betaalt, wordt deze eigen bijdrage uiteraard in mindering gebracht van het bedrag van het voordeel dat hij geniet en waarop hij belast wordt. Ook een boeking van het voordeel van alle aard op R/C van de genieter neutraliseert het voordeel en dus ook de ficheverplichting. Belangrijk is dat de boeking van deze schuldvordering op de genieter gebeurt tijdens het jaar van toekenning en niet naar aanleiding van een belastingcontrole.

Enkele voorbeelden

Ter beschikking gestelde woning : Wanneer een vennootschap een woning gratis ter beschikking stelt aan een werknemer of bedrijfsleider, zal deze belast worden op een voordeel van alle aard dat forfaitair wordt bepaald op basis van het kadastraal inkomen (KI) van deze woning. Indien het KI maximaal 745 euro bedraagt, is de waarde van het voordeel gelijk aan het geïndexeerd KI x 100/60 x 1,25. Bij een hoger KI is het voordeel veel hoger : nl. het geïndexeerd KI x 100/60 x 3,8. In bepaalde gevallen is de werknemer of bedrijfsleider echter contractueel verplicht om deze woning te betrekken in het kader van zijn beroepswerkzaamheid. Zo bijvoorbeeld voor een onderhoudsman die binnen korte tijdspanne ter plaatse moet zijn in een fabriek om reparaties uit te voeren wanneer zich defecten voordoen. Ook een conciërge of een filiaalhouder van een bankagentschap kan contractueel verplicht worden om een bepaalde conciërgewoning of het onroerend goed waarin het bankagentschap is gevestigd te betrekken. Indien deze personen worden verplicht om een woning te betrekken die hun persoonlijke/familiale behoeften overtreft, werden zij in het verleden zwaarder belast op het hogere KI van deze woning. In een recente circulaire bevestigde de fiscus dat het voordeel van alle aard in deze gevallen mag bepaald worden op basis van het KI van een woning die beantwoordt aan de behoeften van deze personen. Dit staat te lezen in circulaire Ci.RH.241/632.642 van 2 april 2014.

Inzake uitgespaarde debetinteresten op het debetsaldo van R/C van de bedrijfsleider oordeelde de rechtbank van eerste aanleg te Hasselt in een recent vonnis als volgt : de R/C van een bestuurder van een NV ten opzichte van deze vennootschap vertoonde een debetsaldo voor ongeveer 400.000 euro. Hierop werden geen debetinteresten aangerekend. Volgens de bestuurder was de reden hiervoor te vinden in het feit dat zij een lening van de NV ter waarde van ongeveer 1.000.000 euro had overgenomen, waardoor de vennootschap, voor dit bedrag een schuld had aan de bestuurder. De bestuurder ging ervan uit dat zij haar debetstand op de R/C volledig kon compenseren met haar vordering op de vennootschap wegens deze leningovername. De belastingadministratie was het hiermee niet eens en oordeelde dat geen compensatie mogelijk was tussen de debetstand enerzijds en de vordering op de vennootschap anderzijds. Deze debetinteresten waaraan de vennootschap verzaakt heeft door een renteloze lening van 400.000 euro toe te staan aan haar bestuurder, deed volgens de administratie een voordeel van alle aard ontstaan dat moet belast worden in hoofde van de bestuurder, ook als dit voordeel niet gepaard gaat met een kost in hoofde van de vennootschap. De rechtbank van eerste aanleg te Hasselt gaf de administratie in deze gelijk. Een belangrijk argument in deze rechtspraak was (onder andere) dat het debetsaldo van de R/C noch de reeds opgelopen debetinteresten werden afgeboekt ten opzichte van de beweerde openstaande schulden van de vennootschap aan haar bestuurder.

Plezierreizen: aangeboden door leveranciers aan bedrijfsleiders en hun partner, maken in hoofde van de bedrijfsleider een belastbaar voordeel van alle aard uit en zijn onderworpen aan de ficheverplichting. Wat de partner betreft, kan geoordeeld worden dat de reis niet werd aangeboden naar aanleiding van het uitoefenen van een beroepswerkzaamheid in de vennootschap, want zij had geen functie in de vennootschap, waardoor niet is voldaan aan de basisvoorwaarde om de kostprijs van deze reis als een belastbaar voordeel van alle aard te kwalificeren.

Stadskledij: De rulingcommissie sprak zich recent uit over de casus van een Belgische vennootschap (kledingwinkel) die aan haar personeel kosteloos kledij uit de eigen collectie ter beschikking stelt. Deze kleding is voorzien van een speciaal label voor het personeel en mag enkel worden gedragen tijdens hun werkzaamheden in de winkel. Hier besliste de rulingcommissie dat er geen sprake was van een voordeel van alle aard in hoofde van de personeelsleden. Wel zijn de kosten mbt deze kledij niet aftrekbaar in hoofde van de vennootschap aangezien het stadskledij betreft, geen beroepskleding (Voorafgaande beslissing 2013/434 dd. 26/11/2013).

Het verschil tussen een voordeel van alle aard en een abnormaal goedgunstig voordeel werd hierboven reeds kort toegelicht. Een voordeel van alle aard mag ook niet verward worden met:

Kosten eigen aan de werkgever:

kosten met een louter professioneel karakter die in eerste instantie werden betaald door de werknemer of bedrijfsleider en later door de vennootschap worden terugbetaald. Hieronder vallen ook de forfaitaire dagvergoedingen die kunnen worden toegekend aan bedrijfsleiders of werknemers.

Liberaliteiten:

bedragen die worden betaald door de vennootschap, zonder bekendmaking van de reden van betaling en de identiteit van de ontvanger. Dit bijvoorbeeld om de ontvanger te vrijwaren van taxatie in de personenbelasting.

Sociale voordelen:

deze voordelen zijn voor de genieter vrijgesteld van belasting en moeten derhalve ook niet op fiche worden opgenomen. Bijvoorbeeld: maaltijdcheques, collectieve voordelen van geringe waarde waarvoor het bedrag per genieter niet/moeilijk kan worden vastgesteld, geschenken van geringe waarde naar aanleiding van bepaalde gebeurtenissen die geen direct verband houden met de professionele activiteit (zoals bv. een huwelijk), e.d.m.. De mogelijkheden van deze sociale voordelen worden meer in detail toegelicht in onze volgende nieuwsbrief.

Wanneer excessieve voordelen worden toegekend door vennootschappen, komt men in het vaarwater van misbruik van vennootschapsgoederen. Voor meer informatie over de gevaren hiervan verwijzen wij naar het volgende artikel.

Wenst u over dit alles meer te weten, neem dan contact op met Tanja De Decker of uw dossierverantwoordelijke.

 

26/05/2014