Baker Tilly

Liquidatie van uw vennootschap aan 10% RV: start tijdig met de voorbereiding! - Fiscale aandachtspunten

Zoals ondertussen algemeen gekend, stijgt het tarief van de roerende voorheffing op liquidatieboni met ingang van 1 oktober 2014 van het huidige 10% tarief naar 25%. Vanaf die datum zal er dus geen onderscheid meer zijn tussen gewone dividenden en uitkeringen bij liquidatie van uw vennootschap. Integendeel, mocht u aandelen aanhouden die in de toekomst zullen kunnen genieten van het nieuwe 15% tarief voor zgn. 'KMO-dividenden' (zie nieuwsbrief nr 06/2013), dan zou het voordeliger lijken niet langer de winst in de vennootschap te reserveren en pas bij liquidatie uit te keren.

Fiscale aandachtspunten

Om nog van het 10% tarief te kunnen genieten dient de liquidatiebonus, met name het gedeelte van de liquidatie-uitkering dat het (gerevaloriseerd) bedrag van het gestort kapitaal overstijgt, het voorwerp uit te maken van een toekenning of betaalbaarstelling die niet later valt dan 30 september 2014. Dit betekent niet noodzakelijk dat de uitkering effectief moet hebben plaats gehad door storting op een rekening. Het volstaat in principe dat de uitkering beschikbaar ("betaalbaar") wordt gesteld en vatbaar is voor inning ten laatste op 30 september 2014.Niettemin lijkt het ons aan te raden (om discussies achteraf te vermijden) dat de uitkering effectief wordt gedaan en de fondsen worden gestort ten laatste op 30 september 2014.

Gezien de vereffening van een ontbonden vennootschap nogal wat tijd kan vergen (zie hieronder het deel inzake vennootschapsrecht), lijkt het dan ook aan te raden tijdig met de vereffeningsprocedure te starten, teneinde de finale liquidatiebonus na afsluiting van de vereffening te kunnen uitkeren ten laatste op 30 september 2014. Betekent dit dat het 10% tarief niet kan genoten worden indien de vereffening nog niet afgesloten is op 30 september? In principe niet. Er kan namelijk ook gewerkt worden met voorschotten of trapswijze uitkeringen van de liquidatiebonus. In de mate dat deze voorschotten of trapsgewijze uitkeringen het maatschappelijk kapitaal overschrijden, naar alle verwachtingen uitkeerbaar zullen zijn bij sluiting van de vereffening en effectief worden uitgekeerd aan de aandeelhouders ten laatste op 30 september 2014, kan redelijkerwijze worden aangenomen dat dergelijke uitkeringen van het 10% tarief gaan genieten, ook al sluit de vereffening formeel maar af na 30 september. Dit standpunt lijkt ook aangenomen te worden door de fiscale administratie en de rulingcommissie, zolang er maar geen sprake is van een constructie die als "fiscaal misbruik" zou kunnen worden bestempeld. Dit belet echter niet dat men best alles in het werk stelt om de sluiting toch nog voor 30 september 2014 rond te krijgen, teneinde elke onzekerheid of discussie met de fiscus te vermijden.

Tenslotte stelt zich nog de vraag of u van het 10% tarief kan genieten, indien uw vennootschap recentelijk gebruik heeft gemaakt van de overgangsregeling voor liquidatieboni, waarbij het netto bedrag (na inhouding van 10% roerende voorheffing) van de uitgekeerde belaste reserves terug in het maatschappelijk kapitaal werden ingebracht. In diverse publicaties heeft de administratie duidelijk gemaakt dat een liquidatie van een dergelijke vennootschap voor 1 oktober 2014 niet per se betekent dat de finale liquidatiebonus van het 10% tarief is uitgesloten of dat er bijkomend 15, 10 of 5% roerende voorheffing zal worden geheven zoals het geval is bij kapitaalverminderingen tijdens de zgn. sperperiode, d.i. de periode van 8 of (voor kleine vennootschappen) 4 jaar gedurende dewelke het kapitaal niet mag worden verminderd. Voorwaarde is dan wel dat de (vervroegde) liquidatie van uw vennootschap niet kwalificeert als "fiscaal misbruik", d.i. louter de bedoeling heeft gebruik te maken van het 10% tarief op de reserves die nog niet in het kapitaal werden ingebracht, terwijl er bijv. kort nadien een nieuwe vennootschap met dezelfde activiteit wordt opgestart. De administratie geeft hierbij enkele voorbeelden van gevallen waarin er geen sprake zou zijn van misbruik, bijv. bij liquidatie als gevolg van een zware ziekte of het overlijden van de zaakvoerder, of nog indien de zaakvoerder de pensioengerechtigde leeftijd bereikt en een eerdere liquidatie op het moment van het vastklikken van de reserves onredelijk zou zijn geweest. Uiteraard zijn er in de praktijk nog andere scenario's te bedenken, die niet echt te voorzien waren op het moment van deelname aan de overgangsmaatregel, bijv. het wegvallen van een sleutelfiguur in de onderneming, het opbreken van een cruciaal klantencontract, een zwaar bedrijfsongeval, enz.

Wenst u over dit alles meer te weten, neem dan contact op met Marc De Munter of uw dossierverantwoordelijke.

 

28/02/2014