Baker Tilly

Aftrek voor risicokapitaal: aanpassing n.a.v. Argenta arrest aan vrijheid van vestiging

Midden vorig jaar liep België een veroordeling op vanwege het Europees Hof van Justitie omdat de wetgeving rond de aftrek voor risicokapitaal een ongerechtvaardigde schending uitmaakt van de Europese vrijheid van vestiging in de mate dat het eigen vermogen toerekenbaar aan een vaste inrichting in een verdragsland wordt uitgesloten van de berekeningsbasis voor deze aftrek. De wet van 21 december 2013 ‘houdende diverse fiscale en financiële bepalingen’ (B.S. 31 december, 2de editie) bevat een nieuwe regeling voor de berekening van de aftrek in geval van een vaste inrichting of onroerend goed gelegen in een verdragsland, toepasselijk met ingang van aanslagjaar 2014.

Eigen vermogen toerekenbaar aan een buitenlandse vaste inrichting of onroerend

De wetgeving inzake aftrek voor risicokapitaal (of notionele interestaftrek, ‘NIA’) sloot tot nog toe het eigen vermogen uit dat toerekenbaar is aan vaste inrichtingen of onroerende goederen gelegen in landen waarmee België een dubbelbelastingverdrag heeft waarbij de inkomsten van die goederen in België worden vrijgesteld. In een procedure aangespannen door Argenta, dat het eigen vermogen toerekenbaar aan zijn Nederlandse vaste inrichting uitgesloten zag voor de berekening van de NIA, heeft het Europees Hof van Justitie uiteindelijk geoordeeld dat de Belgische regeling een niet gerechtvaardigde schending inhoudt van de Europese vrijheid van vestiging (Argenta Spaarbank NV t/ Belgische Staat, zaak C-350/11 van 4 juli 2013).

Nieuwe regeling

In de nieuwe regeling, die met ingang van aanslag 2014 in werking treedt, wordt het eigen vermogen dat toerekenbaar is aan vaste inrichtingen of onroerende goederen gelegen in verdragslanden niet langer uitgesloten van de berekeningsbasis voor de NIA. In plaats daarvan wordt de aftrek zelf verminderd met het deel ervan dat berekend wordt op het eigen vermogen van vaste inrichtingen of (rechten op) onroerende goederen die gelegen zijn in een land waarmee België een belastingverdrag heeft afgesloten. Specifiek voor vaste inrichtingen en onroerende goederen gelegen in verdragsladen binnen de Europese Economische Ruimte (‘EER’, zijnde de EU Lidstaten plus Noorwegen, Ijsland en Liechtenstein) geldt die vermindering van de NIA maar ten belope van de winst toerekenbaar aan deze activa bepaald overeenkomstig de Belgische regels. Het ongebruikte deel van de NIA kan dan toch nog in aftrek gebracht worden van het positief resultaat in België.

Wat met het verleden?

Vennootschappen met vaste inrichtingen of onroerende goederen in verdragslanden binnen de EER kunnen in principe nog steeds de NIA inroepen voor wat betreft het deel van hun eigen vermogen dat toerekenbaar was aan dergelijke inrichtingen of onroerende goederen. Ze kunnen hiervoor in principe een beroep doen op de administratieve procedure van de ambtshalve ontheffing om alzo de onterecht betaalde vennootschapsbelasting terug te vorderen. Hiervoor kan tot 5 jaar in de tijd teruggekeerd worden, dus thans tot aanslagjaar 2010 (boekjaar 2009).

Wenst u over dit alles meer te weten, neem dan contact op met Marc De Munter of uw dossierverantwoordelijke

 

24/01/2014