Baker Tilly

Fairness tax voor grote ondernemingen

Recent werd door de regering een nieuwe minimumbelasting ingevoerd voor grote ondernemingen. Deze zogenaamde ‘fairness tax’ van 5% zal van toepassing zijn met ingang van aanslagjaar 2014, en moet betaald worden door grote ondernemingen die geen of weinig vennootschapsbelasting betalen maar toch een dividend uitkeren aan hun aandeelhouders. Op deze wijze zullen deze ondernemingen hun winsten die als dividend worden uitgekeerd maar nog niet effectief zijn belast, door gebruik van de aftrek voor risicokapitaal of door compensatie met overgedragen verliezen, alsnog belast zien in de vennootschapsbelasting. Op deze fairness tax mag geen enkele aftrek worden toegepast. Noch mag deze belasting worden gecompenseerd met het verlies van het belastbaar tijdperk. De fairness tax vormt zo een minimale belastbare basis voor grote vennootschappen.

Toepassingsgebied - Alleen grote vennootschappen

Belangrijk om weten is dat vennootschappen die als KMO worden aangemerkt, niet aan de fairness tax onderworpen zijn. Om als KMO te worden beschouwd, gelden drie criteria: minder dan 50 werknemers, minder dan 7 miljoen euro omzet en een balanstotaal van minder dan 3,65 miljoen euro. Een onderneming die aan twee van deze drie criteria voldoet, wordt aanzien als KMO. Een vennootschap waarvan het jaargemiddelde van het personeelsbestand meer dan 100 bedraagt, is in elk geval geen kleine vennootschap. Voor ondernemingen die deel uitmaken van een groep, moeten deze criteria op geconsolideerde wijze worden beoordeeld.
Deze belasting is zowel van toepassing op Belgische vennootschappen als op Belgische inrichtingen van buitenlandse vennootschappen.

Belastbare basis fairness tax – geen toonbeeld van eenvoud

Zonder in detail te willen treden, kan de berekeningswijze van de basis voor toepassing van de fairness tax als volgt worden samengevat : De bruto uitgekeerde dividenden worden vergeleken met het uiteindelijk fiscaal resultaat dat werkelijk wordt onderworpen aan vennootschapsbelasting.
Indien de uitgekeerde dividenden hoger zijn dan de belastbare basis voor de vennootschapsbelasting, is de fairness tax van toepassing. De berekeningsbasis van de fairness tax (dus het deel van de uitgekeerde dividenden dat hoger is dan het fiscaal resultaat dat effectief belast is in de vennootschapsbelasting) wordt verder in twee opeenvolgende stappen verminderd.
Opmerkelijk hierbij is dat bij het bepalen van het fiscaal resultaat onder andere geen rekening wordt gehouden met de vrijgestelde meerwaarden op aandelen, wat voor holdingvennootschappen tot een sterke verhoging van de belastbare basis voor de fairness tax kan leiden.

Liquidatieboni en in dividenden geherkwalificeerde overdreven interesten worden in de context van de fairness tax niet beschouwd als dividend. Zijn ook uitgesloten : dividenden die belast worden aan 10% roerende voorheffing in het kader van de overgangsmaatregel voor liquidatieboni. Dit creëert mogelijks een opening voor een aantal ondernemingen om de gevolgen van de fairness tax te beperken.

Nog verschillende onduidelijkheden dus gebrek aan rechtszekerheid

Er bestaan nog tal van onduidelijkheden omtrent de praktische toepassing van deze belasting. Ook liet de Raad van State weten een aantal vragen te hebben bij het feit dat KMO’s zijn uitgesloten. Zij ziet hierin een mogelijke schending van het gelijkheidsbeginsel aangezien de regering geen afdoende verantwoording heeft gegeven voor deze uitzondering.
Ook het Europees Hof van Justitie kan nog roet in het eten gooien omdat de regels van de fairness tax mogelijks een inbreuk vormen op de Europese regelgeving, meer bepaald op de Europese Moeder-Dochterrichtlijn die bronbelasting op winstuitkering tussen Europese ondernemingen uitsluit. De regering heeft alvast proactief de Europese Commissie op de hoogte gebracht van de nieuwe maatregel.

Herverdeling van middelen dankzij fairness tax ?

De regering gaf aan dat een deel van de inkomsten uit de fairness tax zal worden aangewend om een belastingverlaging voor KMO’s in te voeren via een veralgemeende vrijstelling van doorstorting van bedrijfsvoorheffing. Voorzien is dat KMO’s vanaf 1 januari 2014 een deel van de bedrijfsvoorheffing die ze inhouden op de lonen van hun werknemers, niet moeten doorstorten naar de staatskas. Zo’n vrijstelling bestond al, maar voor KMO’s zou dat percentage worden opgetrokken. Een herverdering van middelen van grote ondernemingen naar KMO’s ?

Wenst u over dit alles meer te weten, neem dan contact op met Tanja De Decker, Marc Sonck of uw dossierverantwoordelijke

 

27/09/2013