Baker Tilly

Transfer pricing: een risico voor de financiële draagkracht van een onderneming of een bron van inzicht?

Als gevolg van de toenemende globalisering groeide transfer pricing de laatste jaren uit tot een belangrijk thema in de internationale fiscaliteit. Voor ondernemers die buiten de landsgrenzen actief zijn, wordt transfer pricing tegenwoordig erkend als een risicofactor die nauwgezet moet opgevolgd en gecontroleerd worden. Niet alleen belastingadministraties en fiscalisten erkennen het belang, ook in de algemene media wordt deze topic steeds vaker besproken met alle gevolgen van dien.

Het risico van foute of te agressieve transfer pricing stromen kan namelijk belangrijke proporties aannemen. Getuige daarvan de recente kritieken in de internationale media over grote ondernemingen zoals Google en Starbucks om er maar een paar te noemen. Het gekende Starbucks kwam zwaar onder vuur te liggen in het Verenigd Koninkrijk omdat het de afgelopen jaren geen euro (of pond) inkomstenbelasting betaalde op een winst van 1.3 miljard euro. Verontwaardigde klanten ondernamen acties om hun verkopen te boycotten en de spoorwegmaatschappij overwoog om Starbucks koffie niet langer te verkopen op hun treinen. Alle marketinginspanningen ten spijt een serieuze opdoffer voor de reputatie van het merk. Als pleister op de wonde beloofde de managing director van Starbucks UK om een significant bedrag aan vennootschapsbelasting te betalen in 2013 en 2014, losstaand van het belastbaar resultaat van de onderneming.

Transfer pricing is niet enkel een hot topic voor multinationale ondernemingen. Ook KMO’s die buiten de landsgrenzen opereren worden steeds meer en meer geconfronteerd met deze complexe problematiek. Waarom complex? Alles draait om de problematiek van het territorialiteitsbeginsel, waardoor de belastingadministratie van een land meent belasting te kunnen heffen op de winst die een onderneming realiseert binnen haar landsgrenzen. Maar wat als de fiscus, ten gevolge van transfer pricing stromen, die belastbare winst aan haar neus voorbij ziet gaan?

Een aantal factoren werken inzake transfer pricing als een waar knipperlicht : hoge winsten die worden afgeroomd door intra-groepsdoorrekening, of winstgevende ondernemingen die ineens niet langer rendabel zijn. Dit laatste kan een perfecte weergave van de realiteit zijn, maar wanneer dit gewijzigd winstprofiel een gevolg is van de aanpassing van het functieprofiel van een onderneming wil de fiscus daar vaak meer over weten. Het kan namelijk perfect mogelijk zijn dat de onderneming in België haar functies heeft afgebouwd en in een ander land haar activiteiten verder wil uitbouwen. Alleen zal de Belgische fiscus dan graag willen weten in welke mate de klantenportefeuille, know how en andere activa werden overgedragen naar het buitenland en wat de Belgische onderneming daarvoor als vergoeding heeft ontvangen. Multinationals stellen zich vragen bij het onstabiele fiscale klimaat in België en bouwen regelmatig de activiteiten in België af. Ook onze eigen ondernemers durven ten gevolge van het verslechterd fiscaal klimaat op zoek gaan naar opportuniteiten over de landsgrenzen heen.

De complexiteit van transfer pricing, de verhoogde relevantie en de budgettaire problemen in de meeste Europese landen, maakt dat ook KMO’s steeds meer in het vizier worden genomen bij gerichte transfer pricing controles. Voor de Belgische fiscus dikte de verhoogde aandacht voor transfer pricing in 2011 aan tot meer dan 67 miljoen euro aan belastinginkomsten. Als rechtstreeks gevolg daarvan werd beslist om het aantal transfer pricing specialisten van de Cel Verrekenprijzen te verhogen door ook controleurs uit lokale controlecentra op te leiden. Op deze wijze werd de capaciteit van de Cel Verrekenprijzen, een team specialisten inzake transfer pricing dat zelf gerichte controles uitvoert maar ook ondersteuning geeft aan regionale controlecentra, verdubbeld van 10 naar 20 personen. De resultaten bleven niet uit: in januari 2013 werden honderden specifieke transfer pricing vragenlijsten verstuurd naar grote maar ook meer dan ooit naar kleine ondernemingen die internationaal actief zijn. Men heeft één maand de tijd om op deze vragen om inlichtingen te antwoorden. En daar blijft het meestal niet bij: deze vragenlijst is meestal het begin van een diepgaande transfer pricing audit. Logisch gevolg van het verhoogd aantal vragenlijsten dat werd verstuurd, is dus dat ook het aantal controles rond verrekenprijzen zal toenemen in de komende maanden. En met het aantal controles stijgt ook het risico op aanpassing van de belastbare basis door het beperken van een kostenaftrek met een onredelijk karakter, of via de minimaal belastbare basis voor verliesvennootschappen die abnormale of goedgunstige voordelen ontvangen,…

Weinig Belgische KMO’s zijn hierop op de gepaste wijze voorbereid. Zij hebben meestal niet de mensen in huis met de kennis en ervaring, laat staan de middelen of tijd om gedetailleerde transfer pricing documentatie aan te leggen en controles voor te bereiden. En laat het nu net dàt zijn waar het in transfer pricing op aankomt: uw transfer pricing beleid voldoende onderbouwen, voorbereid zijn, aantonen dat de internationale facturatiestromen een correct beeld van de realiteit geven en marktconform zijn en dit standpunt met kennis van zaken verdedigen bij een controle. In België werden, net als in de meeste andere Europese landen onder invloed van de OESO richtlijnen terzake, vereenvoudigde transfer pricing regels ingevoerd voor KMO’s. Desondanks besteden vele ondernemers nog te weinig aandacht aan transfer pricing. Zij moeten namelijk in deze economisch moeilijke tijd hun focus leggen op hun activiteiten en vaak zelfs op hun voortbestaan. Maar vooral dàn kan een slechte transfer pricing audit de spreekwoordelijke druppel zijn…

Vandaar deze oproep om uw transfer pricing stromen tijdig te documenteren: maak een voldoende gedetailleerd transfer pricing rapport op om mogelijke winstcorrecties en boetes in de toekomst te vermijden. Houd ook rekening met de transfer pricing regelgeving in het buitenland: ook in de ons omringende landen hebben de belastingdiensten verhoogde aandacht voor dit probleem. Deze documentatie moet het marktconforme karakter van de facturatiestromen tussen groepsondernemingen aantonen, en omvat een:

  • Beschrijving van de groepsondernemingen, de activiteiten, de economische omgeving waarin ze opereren;
  • Beschrijving van de transfer pricing stromen binnen de groep;
  • Functionele analyse;
  • Risico-analyse;
  • Economische analyse: op basis van vergelijkbare situaties of op basis van relevante databanken;
  • Omschrijving van de principes die worden gehanteerd bij de intra-groepsdoorrekeningen: kostenbasis en winstmarge.

Zo bent u voorbereid ingeval u een vragenlijst van de Cel Verrekenprijzen in de bus krijgt en kan u met een gerust gemoed de controle zonder stress afwachten. Wanneer uw onderneming omvangrijke intragroepsdoorrekeningen heeft, bestaat steeds de mogelijkheid om proactief het akkoord van de fiscus te vragen via de Dienst Voorafgaande Beslissingen (of rulingcommissie).Ook de rulingcommissie gaf bij monde van verschillende collegeleden reeds aan dat transfer pricing hoog op hun agenda staat.

Bij wijze van positieve noot nog dit: transfer pricing wordt veel te vaak negatief bekeken, maar kan ook een belangrijke bijdrage leveren aan een verhoogd inzicht in uw onderneming. Los van alle fiscale planning die vaak met transfer pricing gepaard gaat, kan het nuttig zijn om even stil te staan bij de verschillende diensten en goederen die tussen groepsondernemingen worden doorgerekend. Niet zelden draagt deze transparantie ertoe bij dat men zich vragen stelt bij de winstmarges op sommige prestaties (of het gebrek eraan) en worden aanpassingen doorgevoerd om de efficiëntie en winstgevendheid te verhogen. Of hoe men van de nood ook een deugd kan maken…

Wenst u over dit alles meer te weten, neem dan contact op met Tanja De Decker of uw dossierverantwoordelijke

 

23/04/2013