Baker Tilly

Moet uw vennootschap de Wyninckx-bijdrage storten? Eerste maal uiterlijk op 28 februari!


Eén van de maatregelen die oorspronkelijk was opgenomen in de begroting 2012, maar er om praktische redenen uiteindelijk niet kwam, was de plafonnering van de zogenaamde 80%-grens.

Om een einde te maken aan de hoge aanvullende pensioenkapitalen van sommige topmanagers en bedrijfsleiders, had de regering het plan opgevat om een beperking in te voeren : de som van het wettelijk en het aanvullend pensioen zou voortaan het hoogste ambtenarenpensioen (+/-€ 72.000) niet mogen overschrijden. Was dit toch het geval dan waren de werkgeversbijdragen in het aanvullend pensioenplan niet langer fiscaal aftrekbaar.

In praktijk bleek de invoering van deze maatregel echter niet haalbaar omdat de pensioendatabank waaraan de fiscus werkte, nog onvoldoende informatie bevatte om controle op naleving van deze beperking mogelijk te maken. De beperking van de fiscale aftrek voor hoge aanvullende pensioenen werd daarom uitgesteld tot 1 januari 2016. Tot die datum is een tijdelijke maatregel van kracht : de Wyninckxbijdrage werd ingevoerd, genaamd naar de minister van pensioenen, Jos Wyninckx, die het maximum ambtenarenpensioen liet vastleggen in de Wet van 5 augustus 1978 (‘Wyninckx-wet’).

Tot 1 januari 2016 is dus een Wyninckx-bijdrage verschuldigd.

Dit is een bijzondere sociale bijdrage van 1,5% op het gedeelte van de premies, gestort voor de opbouw van een aanvullend pensioen, die de grens van 30.000€ overschrijden. Deze € 30.000 is niet uit de lucht gegrepen, maar zou overeenkomen met de premies die nodig zijn om een pensioenkapitaal van € 72.0000 op te bouwen. Dit grensbedrag wordt jaarlijks geïndexeerd, en geldt per onderneming en per werknemer of bedrijfsleider.

Huidige regeling voor werknemers

Als werkgever moet u voortaan een “bijzondere socialezekerheidsbijdrage voor aanvullende pensioenen” van 1,5 % betalen op het gedeelte van de premies of de bijdragen dat het bedrag van € 30.000 op jaarbasis overschrijdt. Stelt u vast dat u in een bepaald jaar voor een werknemer een totaal aan bijdragen of premiestortingen voor aanvullende pensioenopbouw heeft betaald dat die drempelwaarde overschrijdt, dan moet u in het vierde kwartaal van dat jaar de bijzondere socialezekerheidsbijdrage aanvullende pensioenen storten aan de RSZ. Hierbij dient rekening gehouden te worden met elke vorm van storting die bijdraagt tot de opbouw van het aanvullende pensioen, ongeacht de benaming of wijze van storting. Er is ook een specifieke regeling uitgewerkt voor de gevallen waarin de premies of bijdragen niet individualiseerbaar zijn. In bepaalde collectieve pensioenplannen is het namelijk onmogelijk om te bepalen voor welke werknemer de drempel overschreden is. Voor het al dan niet verschuldigd zijn van de bijzondere bijdrage ‘aanvullende pensioenen’ wordt dan rekening gehouden met de aangroei op jaarbasis van de verworven reserve van de aangeslotene, eerder dan met de premie. Zijn uitgesloten van de berekeningsbasis voor de Wyninckx-bijdrage: de 4,4 %-premietaks en de 8,86 % RSZ-bijdrage op de werkgeverspremie. Bij vragen over de berekeningsbasis kan u steeds terecht bij uw dossierbeheerder.

Huidige regeling voor bedrijfsleiders

De Wyninckx-bijdrage van 1.5% is ook verschuldigd op de premies die worden gestort voor de opbouw van een aanvullend pensioen in het voordeel van een zelfstandige bedrijfsleider, tenminste als deze de drempel van € 30.000per jaar en per zelfstandige overschrijden.
Voor de berekening van deze grens komen de premies voor de eigenlijke pensioenopbouw in aanmerking net als de premies voor overlijdensdekking. Komen niet in aanmerking: VAPZ-premies en de premies ter dekking van arbeidsongeschiktheid of hospitalisatie. Wanneer men overging tot externalisering van een bestaande onderhandse pensioenvoorziening, zal deze storting aan een verzekeraar of pensioenfonds niet in aanmerking komen voor het checken van de bijdragegrens van € 30.000.

Eerste maal Wyninckx-bijdrage verschuldigd op premies gestort in 2011!

Als werkgever moet u de Wyninckxbijdrage jaarlijks opnemen in de RSZ-aangifte van het vierde kwartaal, en storten op een aparte rekening bij de RSZ. Deze bijdrage is fiscaal aftrekbaar voor de werkgever, net als de premies of bijdragen waarop ze betrekking heeft.

Ook voor bedrijfsleiders dient te worden nagegaan of het jaarbedrag aan bijdragen of premies de drempel van € 30.000 overschrijdt. Is dat het geval, dan moet de vennootschap ten laatste op 31 december van elk jaar de bijzondere bijdrage storten aan het Rijksinstituut voor de Sociale Verzekeringen der Zelfstandigen (RSVZ).

Opgelet: De bijzondere socialezekerheidsbijdrage voor aanvullende pensioenen is van toepassing met terugwerkende kracht!
Ondanks het feit dat de Wyninckx-bijdrage werd ingevoerd door de programmawet van 22 juni 2012, is de bijdrage toch verschuldigd vanaf 1 januari 2012. Dit wil zeggen dat de eerste bijzondere socialezekerheidsbijdrage aanvullende pensioenen diende betaald te worden aan de RSZ/RSVZ uiterlijk op 31 december 2012 voor premies die werden gestort in het voordeel van werknemers of bedrijfsleiders gedurende 2011. Het eerste jaar werd echter uitstel van betaling verleend tot 28 februari 2013.

Vanaf 2013 is elk jaar een Wyninckx-bijdrage verschuldigd van 1,5% op het gedeelte van de premies die de grens van € 30.000 overschrijden, en dit in het vierde kwartaal van dat jaar. Bijvoorbeeld: indien in 2013 voor € 35.000 premies werden gestort voor het aanvullend pensioen van een bedrijfsleider, moet uiterlijk op 31 december 2013 een bijzondere socialezekerheidsbijdrage worden gestort gelijk aan 1,5% x € 5.000= € 75.

Bij laattijdige betaling is een interest van 1% per maand verschuldigd op het bedrag van de bijdrage dat te laat gestort wordt. Voor 2012 geldt deze nalatigheidsinterest vanaf 1 maart 2013. U doet er dus goed aan om bij hun pensioeninstelling of verzekeraar de nodige gegevens op te vragen om tijdig de aangifte bij de RSZ/RSVZ te doen.

Definitieve regeling ten laatste vanaf 1 januari 2016

Uiterlijk vanaf 1 januari 2016 zal de bijzondere socialezekerheidsbijdrage vervangen worden door een definitieve regeling die wel rekening zal houden met de beperking in functie van het maximum overheidspensioen. Tot 31 december 2015 bepaalt de premie dus of men bijdrage-plichtig is. Vanaf 1 januari 2016 zal worden gekeken naar het opgebouwde pensioen zelf, in de vorm van een maandelijkse rente, om te bepalen of de vennootschap een bijzondere socialezekerheidsbijdrage verschuldigd is of niet. Intussen werkt de overheid verder aan de opbouw van de pensioendatabank op basis van informatie die haar wordt overgemaakt door accountants (voor bestaande interne pensioenvoorzieningen), pensioeninstellingen en verzekeraars. Eens deze databank (beheerd door vzw SIGeDIS) operationeel is, heeft de overheid alle tools in handen om de controle op de definitieve regeling, de plafonnering van de 80%-grens, mogelijk te maken.

Wenst u meer informatie over de maatregelen die in uw specifieke situatie aangewezen zijn? Aarzel dan niet om Tanja De Decker of uw dossierbeheerder te contacteren.

 

27/02/2013