Baker Tilly

Waarom zijn intresten op leningen niet meer volledig aftrekbaar? De gevolgen van de nieuwe thin cap regels voor uw vennootschap


Onze Belgische fiscus wil een halt toeroepen aan zogenaamde onderkapitalisatie (in het Engels “thin capitalization”)? Wat is dit precies? Mag een ondernemer niet vrij kiezen om de investeringen in zijn vennootschap te financieren met eigen vermogen of met vreemd vermogen? Het antwoord moet gezocht worden in een poging van de Belgische staat om de fiscale inkomsten op te drijven, zoveel is duidelijk. Wat meer is: uw onderneming blijft niet noodzakelijk buiten het vizier van de Belgische fiscus.


Voor alle duidelijkheid: uiteraard bent u vrij om uw ondernemingsfinanciering te regelen met eigen vermogen of met vreemd vermogen. Deze keuze zal mee bepaald worden door de fiscale gevolgen van deze beslissing, met name door de verschillende fiscale behandeling van interesten en dividenden. Omdat interestbetalingen aanleiding geven tot een in principe aftrekbare kost voor de vennootschap-kredietnemer wordt vaak de voorkeur gegeven aan externe financiering, temeer omdat het behouden van het eigen vermogen in de vennootschap resulteert in een verhoging van de notionele interestaftrek. Op zich niet zo’n drama voor vadertje staat, ware het niet dat deze kennis al te vaak misbruikt wordt om op kunstmatige wijze de interestbetalingen op te blazen. Dit is wat de fiscale wetgever met deze maatregel wil vermijden, vooral wanneer internationale groepen van deze technieken gebruik maken om hun belastbare basis in België te verminderen: De Belgische vennootschap-kredietnemer creëert een aftrekbare kost (interest), en de buitenlandse vennootschap-kredietgever telt de ontvangen interest bij haar belastbare basis, maar is veelal gevestigd in een land waar de tarieven vennootschapsbelasting minder hoog zijn.

De Belgische thin cap regels waren tot voor kort dan ook enkel van toepassing op leningen verstrekt door financiers gevestigd in de zogenaamde “lage belasting”-jurisdicties, en hielden een debt/equity ratio aan van 7 op 1. In de mate dat de verhouding vreemd vermogen/eigen vermogen(1) hoger was dan 7 op 1 werd de aftrekbaarheid beperkt van interesten die werden betaald op leningen waarvan de werkelijke verkrijger niet onderworpen was aan een inkomstenbelasting of, voor die inkomsten onderworpen was aan een aanzienlijk gunstigere aanslagregeling dan deze die van toepassing is in België.

Door de Programmawet van 29 maart 2012 (gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad van 6 april 2012), werd deze de thin cap regel verstrengd om misbruik door winstverschuivingen beter tegen te gaan.

Wat zijn de nieuwe spelregels?

Intresten van leningen zijn niet meer aftrekbaar wanneer en in de mate dat:

  • een verhouding van 5 op 1 tussen vreemd vermogen en eigen vermogen wordt overschreden;
  • de werkelijke verkrijger van de inkomsten niet aan een inkomstenbelasting is onderworpen of voor die inkomsten onderworpen is aan een aanzienlijk gunstigere aanslagregeling dan deze die van toepassing is in België OF interesten worden betaald op leningen tussen “verbonden ondernemingen”.

Bedoeld zijn alle leningen met uitzondering van:

  • obligaties en andere gelijksoortige effecten uitgegeven door een openbaar beroep doen op het spaarwezen;
  • geldleningen verstrekt door financiële instellingen.

Het vreemd vermogen bestaat voortaan niet louter meer uit leningen vanuit belastingparadijzen, maar ook uit intra-groepsleningen. Daarmee worden de leningen bedoeld waarbij de werkelijke verkrijger van de intresten deel uitmaakt van een groep waartoe de schuldenaar behoort. De term “verbonden ondernemingen” is echter ruimer dan u wellicht denkt. Een paar voorbeelden om dit te verduidelijken:

Voorbeeld 1

Mr Janssen en zijn echtgenote brachten enige tijd geleden alle aandelen van hun werkvennootschap in in een familiale holding. De holding heeft een lening toegestaan aan de werkvennootschap. In de mate dat het bedrag van de lening (bv 300.000 euro) meer dan 5x het eigen vermogen bedraagt (bv. 35.000 EUR x 5 = 175.000 EUR), zal de interest (5% op 300.000 EUR) niet langer aftrekbaar zijn. Op basis van de nieuwe thin cap regels zijn de interesten van 15.000 EUR slechts aftrekbaar tot een maximaal geleend bedrag van 175.000 EUR, of 15.000 EUR x (175.000/300.000) = 8.749,50 EUR.

Voorbeeld 2

Ook wanneer Mr Janssen en zijn echtgenote samen de aandelen van vennootschap A (werkvennootschap) en vennootschap B (managementvennootschap) bezitten, vallen de geldleningen tussen de vennootschappen A en B onder de nieuwe thin cap regels. De vennootschappen A en B hoeven dus geen aandelen van elkaar te bezitten. Mr Janssen en zijn echtgenote zijn nl. de gezamenlijke zaakvoerders van beide vennootschappen, waardoor beide vennootschappen toch als verbonden vennootschappen worden beschouwd.

Anti-misbruik bepaling bij de thin cap regels

Teneinde constructies met derde partijen te counteren, werd tevens een antimisbruikbepaling ingevoerd. Bij leningen die worden aangegaan bij een derde, maar die zijn gewaarborgd door een groepsvennootschap of waarbij een groepsvennootschap de nodige fondsen ter beschikking stelt aan de derde partij om de lening te kunnen toestaan, wordt die groepsvennootschap geacht de werkelijke verkrijger van de intresten te zijn. De onderkapitalisatieregel is dan toch van toepassing, ook al is de lening formeel toegestaan door een niet-groepslid. Bijgevolg kan er toch sprake zijn van een aftrekbeperking wanneer de groepsvennootschap geheel of gedeeltelijk het risico van die leningen draagt en haar tussenkomst als hoofddoel belastingontwijking heeft.

Uitsluitingen en gunstregeling

Een aantal vennootschappen zijn uitgesloten van de onderkapitalisatieregeling en de aftrekbeperking. De voornaamste zijn de vennootschappen voor roerende leasing en vennootschappen waarvan de voornaamste activiteit bestaat uit factoring of onroerende leasing binnen de financiële sector.

In extremis werd een belangrijke gunstregeling uitgedokterd voor de zogenaamde 'cash pooling vennootschappen'. Dit zijn vennootschappen met als hoofdactiviteit het centraliseren en efficiënt herverdelen van cash binnen multinationale groepen. Een beperking van de fiscale aftrekbaarheid van intresten over de leningen van deze vennootschappen zou hun toekomst in België in gevaar gebracht hebben. Hierdoor werd een “netting” toegestaan om de impact van de nieuwe thin cap regeling te beperken; zo mogen de betaalde interesten verminderd worden met de verkregen interesten voor de toepassing van de thin cap regel. Net door deze gunstregeling zullen grote multinationale groepen wellicht weinig hinder ondervinden van de nieuwe thin cap regels.

Tenslotte is het nuttig om te weten dat België reeds lang ook een thin cap regel heeft voor geldleningen die worden toegestaan door aandeelhouders/natuurlijke personen of bestuurders aan hun vennootschap. In praktijk gebeurde het vaak dat vennoten relatief weinig kapitaal in hun vennootschap investeerden. De rest van het nodige vermogen werd als geldlening voorgeschoten, weerom omdat interest minder zwaar belast wordt/werd dan dividend. Misbruiken werden vermeden door invoering van de regel dat geldleningen die worden verstrekt door aandeelhouders/natuurlijke personen of door bestuurders niet groter mogen zijn dan het eigen vermogen van de vennootschap. Wanneer en in de mate dat deze grens wordt overschreden, is de interest niet fiscaal aftrekbaar en wordt deze geherkwalificeerd in een dividend, waardoor meestal een hogere roerende voorheffing verschuldigd wordt.

Met de nieuwe thin cap regels heeft de Belgische wetgever, in navolging van vele andere OESO landen, beslist om effectief werk te maken van de strijd tegen onderkapitalisatie in een poging om de fiscale inkomsten te verhogen. In praktijk zullen de grote internationale groepen wellicht buiten schot blijven en moeten KMO’s mogelijks één en ander herorganiseren om te vermijden dat zij de rekening betalen.

De nieuwe thin cap maatregel trad in werking op 1 juli 2012.

Wenst u over dit alles meer te weten, neem dan contact op met Tanja De Decker, Dany De Decker, Marc Sonck of uw dossierverantwoordelijke.

(1)Eigen vermogen wordt gedefinieerd als de som van de belaste reserves bij het begin van het belastbare tijdperk en het gestort kapitaal bij het einde van dit tijdperk.

 

24/09/2012