Baker Tilly

Update - Wijzigingen inzake vennootschapsbelasting


De grootste verontwaardiging rond de fiscale bom die de regering Di Rupo I op 28 december jl. in ons Belgenland dropte, lijkt stilaan weg te ebben. Door de ondoordachte manier waarop de nieuwe fiscale wetgeving werd geformuleerd, was al snel reparatie-wetgeving nodig om verwachte misbruiken tegen te gaan. Deze werd samen met een aantal aangekondigde maatregelen in wetgevende inkt gegoten in de Programmawet van 29 maart 2012. Omdat aan deze recente wijzigingen minder ruchtbaarheid werd gegeven, zetten we ze hieronder graag nog even voor u op een rij:

  • Uitbreiding van belastbaarheid van meerwaarden op aandelen voor vennootschappen
  • Bepaalde intresten op leningen zijn niet meer aftrekbaar
  • De nieuwe regels met betrekking tot roerende inkomsten zijn ook belangrijk voor vennootschappen
  • De verstrengde anti-misbruikwetgeving is een feit

Meerwaarden op aandelen aangehouden door een vennootschap


Meerwaarden op aandelen die worden aangehouden door een vennootschap zijn reeds geruime tijd vrijgesteld van vennootschapsbelasting indien de meerwaarde betrekking heeft op aandelen van een vennootschap die aan de vennootschapsbelasting (of aan een buitenlandse belasting van gelijke aard) zijn onderworpen. Ook na de “Di Rupo maatregelen” blijven meerwaarden op aandelen in beginsel vrijgesteld, maar voortaan enkel indien de vennootschap de aandelen gedurende een ononderbroken periode van één jaar in volle eigendom heeft aangehouden.

Is aan deze voorwaarde niet voldaan, zal deze meerwaarde belast worden aan 25 %.
Om alle twijfels weg te nemen : minderwaarden en waardeverminderingen op aandelen blijven niet-aftrekbaar.

Deze wijziging is algemeen van toepassing vanaf aanslagjaar 2013.

Intresten op bepaalde leningen niet meer volledig aftrekbaar

Om onderkapitalisatie (in engels “thin capitalization”) tegen te gaan, bestond in de meeste landen al een regel die intrestkosten niet aftrekbaar maakt vanaf een bepaalde grens. Deze grens wordt uitgedrukt in verhouding tot het eigen vermogen van de vennootschap die de intrest betaalt. Voor Belgische ondernemingen was de zogenaamde thin cap regel slechts van toepassing voor intresten die betaald werden aan een ontvanger gevestigd in een zogenaamd belastingparadijs.

Wat zijn de nieuwe spelregels?

  • intresten zijn niet meer aftrekbaar in de mate dat een verhouding van 5 op 1 tussen vreemd vermogen en eigen vermogen wordt overschreden
  • deze regel is ook van toepassing op leningen tussen groepsondernemingen

Vooraleer deze maatregel effectief in werking zal treden, is nog een Koninklijk Besluit nodig. Dit zou er uiterlijk op 1 juli 2012 komen.

Kwestie van op het ingezette élan te kunnen verdergaan, kondigde de Ministerraad van 27 april 2012 intussen al een amendement aan, in het voordeel van bedrijven die omwille van efficiëntie bepaalde financieringsactiviteiten in België centraliseren. Het is maar de vraag in hoeverre kleinere KMO’s van dit amendement zullen kunnen meegenieten….

Bijkomende heffing op roerende inkomsten

Wat betreft de ‘bijkomende heffing’ van 4% voor dividenden en intresten die de grens van 20.020 EUR op jaarbasis overschrijden, verwijzen we graag naar de vorige nieuwsbrief. Dat de schuldenaars en de uitbetalende instanties van de interesten en dividenden er vanaf 1 januari toe gehouden zijn om de uitbetaalde interesten en dividenden te melden aan een centraal aanspreekpunt, is oud nieuws. De belastingplichtige kan opteren om de bijkomende heffing van 4% aan de bron toe te laten. In dat geval, worden geen gegevens overgemaakt aan het centraal aanspreekpunt.

Waar minder aandacht aan besteed wordt, is het gegeven dat vennootschappen die intresten en dividenden uitbetalen zonder tussenkomst van een financiële instelling, worden aangemerkt als schuldenaar van de dividenden en intresten en in bepaalde gevallen verplicht zijn om:

  • bij de genieter te informeren of de bijkomende heffing van 4% dient ingehouden te worden (indien de grens niet is bereikt); of
  • de betaalde intresten of dividenden te melden aan het centraal aanspreekpunt.

Fiscaal technisch is de bijkomende heffing geen roerende voorheffing, waardoor een afzonderlijk aangifteformulier vereist is. Uw accountant of fiscaal raadgever kan u hierin verder bijstaan.

Uitbreiding antimisbruikwetgeving

Tenslotte een maatregel die menig fiscaal auteur in zijn pen heeft doen kruipen : de aangepaste antimisbruikbepaling die de fiscus moet toelaten om bepaalde verrichtingen naast zich neer te leggen indien deze bewijzen heeft of zelfs het vermoeden dat er sprake is van fiscaal misbruik.

De toepassing van de antimisbruikbepaling kan vermeden worden indien de keuze voor bepaalde rechtshandeling(en) verantwoord is door niet-fiscale redenen. Omdat men voor de meeste verrichtingen wel niet-fiscale motieven kan bedenken, zal men het belang hiervan in de weegschaal moeten leggen tegenover de fiscale motieven. Met andere woorden : als de economische motieven van die aard zijn dat ze aanwezig zijn in elke transactie van hetzelfde type of eerder onbelangrijk zijn in vergelijking met het fiscaal motief, zal de fiscus de verrichting toch kunnen belasten. Denk bijvoorbeeld aan typische argumenten voor een belastingneutrale fusie: kostenbesparing, synergie effecten, vereenvoudiging van het beleid, enz. Hoewel dit allemaal niet-fiscale redenen zijn, kan men verwachten dat deze niet volstaan om de toepassing van de antimisbruikbepaling uit te sluiten aangezien deze argumenten gelden voor iedere fusie.

De nieuwe bepaling gaat in vanaf aanslagjaar 2013.

Interessant weetje : de Raad van State stelde zich reeds kritisch op omtrent de grondwettelijkheid van de nieuwe anti-misbruikbepaling. Een voorafgaande beslissing in deze materie is uitgesloten : de rulingcommissie zal zich niet langer kunnen uitspreken over de toepassing van de nieuwe antimisbruikbepaling. De bevoegde Staatssecretaris pleit voor een dynamische aanpak : vraagt u zich af in wiens voordeel de dynamiek moet spelen ?

Wenst u over dit alles meer te weten, neem dan contact op met Tanja De Decker of uw dossierverantwoordelijke.

 

30/05/2012