Baker Tilly

De pensioenovereenkomst voor zelfstandigen

Zelfstandigen kunnen zowel in de tweede als derde pensioenpijler een extralegaal pensioen opbouwen om het wettelijk pensioen aan te vullen. Tot voor kort hadden zelfstandigen met een vennootschap uitgebreidere mogelijkheden bij de uitbouw van een extralegaal pensioen via de tweede pijler dan de zelfstandigen zonder vennootschap.

De zelfstandige met vennootschap kan zijn aanvullend pensioen in de tweede pijler namelijk opbouwen door individueel een vrij aanvullende pensioenverzekering ( hierna VAPZ) af te sluiten en daarnaast kan de vennootschap ook een groepsverzekering of een individuele pensioentoezegging ( hierna IPT) aangaan voor de bedrijfsleider. De zelfstandigen zonder vennootschap konden voor 2017 enkel een extralegaal pensioen opbouw via de tweede pijler door individueel een VAPZ aan te gaan.

Zelfstandigen zonder vennootschap zullen vermoedelijk vanaf inkomstenjaar 2017 echter een extra mogelijkheid verkrijgen om hun pensioen in de tweede pijler aan te vullen, aangezien de ministerraad eind juli 2016 een voorontwerp van de wet goedgekeurd heeft inzake de pensioenovereenkomst voor zelfstandigen. Zelfstandigen zonder vennootschap kunnen daarmee namelijk binnen de tweede pijler een extralegaal pensioen opbouwen. Deze kan eveneens afgesloten worden door meewerkende echtgenoten en gevestigde zelfstandigen in bijberoep die sociale bijdragen betalen die minstens even hoog zijn als de minimumbijdrage in hoofdberoep.

Het systeem is in grote mate gelijkaardig aan dat van de IPT, in die zin dat een RIZIV-bijdrage van 3,55% en een solidariteitsbijdrage van maximaal 2% verschuldigd zijn op de premies die gestort worden. Bijkomend wordt dit pensioenkapitaal bij uitkering belast tegen een tarief tussen 10% en 20%, afhankelijk van het moment van uitkering.

De jaarlijkse stortingen van de betaalde premies leveren de zelfstandige een belastingvermindering van 30% op, zolang de som van het opgebouwde pensioen uit de eerste en de tweede pijler maximaal 80% van het gemiddelde loon van de laatste drie gewerkte jaren bedraagt. Op deze manier kan een zelfstandige zonder vennootschap zijn wettelijk pensioen fiscaal optimaal aanvullen in de tweede pijler.

Voorlopig blijft voor de IPT de grens van het opgebouwde pensioenkapitaal in de eerste en de tweede pijler voorlopig behouden op 80% van het laatste normale brutojaarloon van de zelfstandige bedrijfsleider met vennootschap.

Wenst u over dit alles meer te weten, neem dan contact op met Yves Coppens of uw dossierverantwoordelijke.

 

27/04/2017