Baker Tilly

Regularisatie van studieperioden in het kader van pensioenopbouw

 

Steeds meer mensen studeren langer, wat er voor zorgt dat men pas later de loopbaan kan aanvangen. Het wordt dan ook vaak moeilijk om in het kader van een pensioen een volledige loopbaan te bereiken. Hier is in bepaalde gevallen een oplossing voor.

Met het oog op een hoger pensioen, is het namelijk mogelijk om studieperioden te laten regulariseren, mits het betalen van een vrijwillige bijdrage. Deze worden dan gelijkgesteld met een periode van tewerkstelling en tellen mee voor de berekening van het pensioen.

Indien u voor of na uw studies onmiddellijk als werknemer heeft gewerkt, dan dient de regularisatie van studieperioden te worden aangevraagd in het werknemerstelsel. Dit dient te worden aangevraagd binnen de 10 jaar na het beëindigen of stopzetten van de studies. Enkel de studieperioden vanaf 1 januari van het jaar waarin men 20 jaar is geworden, kunnen worden geregulariseerd. Als studieperioden worden beschouwd: de jaren waarin daglessen werden gevolgd die een volledige cyclus omvatten, de periode waarin een doctoraatsthesis werd voorbereid voor een periode van maximum 2 jaar, beroepsstages die verplicht zijn in het kader van de studies en die onmiddellijk na de studies plaatsvinden.

In het werknemerstelsel bedraagt de persoonlijke regularisatiebijdrage 7,5% van het gewaarborgd gemiddeld minimum maandinkomen van de maand waarin de regularisatie wordt aangevraagd. Op basis van de laatste cijfers (december 2012) kost de regularisatie van een studiejaar 1.387,50 EUR (op basis van een gemiddeld gewaarborgd maandinkomen van 1.541,67 EUR op 1/12/2012). Dit levert een jaarlijkse pensioenverhoging op van 308,33 EUR aan het gezinspensioen of 246,67 EUR aan het pensioen van een alleenstaande (cijfers 2012).

Indien u voor of na uw studies niet onmiddellijk als werknemer heeft gewerkt, maar als zelfstandige, dient de regularisatie te worden aangevraagd in het stelsel van zelfstandigen. Bijkomende voorwaarde is wel dat men binnen de 180 dagen na het beëindigen van de studies als zelfstandige in hoofdberoep is beginnen werken. In het stelsel van zelfstandigen geldt de tijdslimiet om te regulariseren van 10 jaar na het beëindigen van de studies niet en kan u dus tot aan uw pensioen regulariseren. De verschuldigde bijdrage is afhankelijk van de gelijk te stellen periode en het moment van de aanvraag. Voor studiejaren tot en met 1983, dient er een forfaitaire bijdrage te worden betaald. Voor studiejaren vanaf 1984, wordt de bijdrage berekend op basis van de inkomsten van het eerste refertejaar.

De betaalde bijdragen in zowel het werknemerstelstel als het zelfstandigenstelstel zijn integraal fiscaal aftrekbaar als sociale bijdragen.

Opgelet, geregulariseerde studieperiodes tellen niet mee voor de loopbaanvoorwaarde om vervroegd op pensioen te kunnen gaan maar enkel voor de berekening van uw pensioen. De wettelijke pensioenleeftijd ligt momenteel op 65 jaar. Tot 2012 kon u na een loopbaan van 35 jaar vervroegd met pensioen gaan op 60 jaar. Tussen 2013 en 2016 worden de leeftijds- en loopbaanvoorwaarden geleidelijk verhoogd, waardoor de minimumleeftijd om op pensioen te gaan in 2016 op 62 jaar komt te liggen op voorwaarde dat er wordt voldaan aan een minimumloopbaan van 40 jaar.

Of het al dan niet voordelig is studieperioden te regulariseren, dient geval per geval onderzocht te worden. Veel hangt immers af van het verloop en de duur van de toekomstige beroepsloopbaan. Daarom is het aangewezen om vooraf te laten nagaan of een regularisatie van studieperioden een pensioenvoordeel oplevert rekening houdend met het feit dat de eventueel teveel betaalde bijdragen niet worden terugbetaald.

Wenst u over dit alles meer te weten, neem dan contact op met Yves Coppens of uw dossierverantwoordelijke.

 

24/01/2014