Baker Tilly

Europese aanvullende vakantie


België heeft zijn vakantiewetgeving aangepast rekening houdend met de Europese richtlijn over de arbeidstijd. Door deze aanpassing hebben werknemers die een activiteit beginnen of hervatten voortaan recht op aanvullende vakantiedagen.


Binnen de reeds bestaande Belgische vakantiewetgeving, heeft een bediende recht op een aantal dagen betaalde vakantie per jaar. Het aantal vakantiedagen wordt bepaald op basis van de prestaties die geleverd worden tijdens het voorgaande kalenderjaar of ‘vakantiedienstjaar’. Indien men een volledig vakantiedienstjaar heeft gepresteerd, zal men het volgende kalenderjaar of ‘vakantiejaar’ recht hebben op 20 dagen betaalde vakantie. In de praktijk leverde dit echter een aantal problemen op. Onder andere werknemers die voor de eerste keer aan het werk gingen als werknemer of het werk hervatten na een lange periode van inactiviteit, hadden in dat jaar geen recht op betaalde vakantie.

De Europese Commissie heeft België daarom reeds in december 2008 hiervoor in gebreke gesteld en er op gewezen dat deze regeling in strijd is met de Europese Arbeidsrichtlijn 2003/88/EG. Deze richtlijn stelt dat elke werknemer reeds vanaf het eerste werkjaar recht heeft op vakantie met behoud van loon.

In de programmawet van 29 maart 2012 en het KB van 19 juni 2012, heeft de Belgische regering hier werk van gemaakt. Het stelsel van ‘Europese aanvullende vakantie’ zag hierbij het levenslicht. Deze regeling zorgt er voor dat werknemers die een activiteit beginnen of hervatten bij één of meerdere werkgevers, tijdens dat jaar toch aanspraak kunnen maken op vakantiedagen en vakantiegeld. De desbetreffende werknemers dienen wel een ‘aanloopperiode’ van 3 maanden te doorlopen. Bedienden in een 6-dagenweek hebben vanaf de laatste week van de aanloopperiode recht op 6 dagen aanvullende vakantie tijdens het kalenderjaar waarin men het werk begint of hervat. Na verloop van de aanloopperiode, heeft de bediende in een 6-dagenweek maandelijks nog recht op 2dagen aanvullende vakantie per maand dat de bediende heeft gepresteerd. Bedienden met een andere arbeidsregeling, hebben recht op het aantal dagen in verhouding tot de arbeidsregeling waarin men (tijdens de aanloopperiode) heeft gewerkt. Vooraleer men deze aanvullende vakantie kan opnemen, dienen wel eerst de wettelijke vakantiedagen te worden opgebruikt.

Bij het opnemen van de aanvullende vakantie, zal de bediende recht hebben op zijn normaal loon voor de dagen aanvullende vakantie. Dit vakantiegeld wordt beschouwd als een voorschot op het dubbel vakantiegeld van het jaar nadien en zal verrekend worden.

De huidige Belgische vakantiewetgeving blijft echter nog steeds bestaan. De nieuwe Europese aanvullende vakantie is een recht, bijgevolg dient een werknemer deze aanvullende vakantie niet verplicht op te nemen.

Deze nieuwe reglementering is retroactief van toepassing vanaf 1 april 2012.

Wenst u over dit alles meer te weten, neem dan contact op met Yves Coppens of uw dossierverantwoordelijke.

 

24/09/2012