Baker Tilly

Inhouding- en doorstortingsplicht ook voor schoonmaak/onderhoud!

 

De meeste ondernemers kennen dit principe wanneer het om aannemingswerken gaat, maar ook schoonmaak/onderhoudswerken van onroerende goederen vallen onder de noemer van “werken in onroerende staat”. Bijgevolg dient u bij de betaling van facturen voor dergelijke werken, steeds na te kijken of de schoonmaakfirma sociale of fiscale schulden heeft.

De fiscus en de RSZ maken wel degelijk gebruik van de invorderingsmogelijkheden die hen wettelijk zijn toegekend. Indien u de inhouding- en doorstortingsplicht niet correct hebt uitgevoerd is er quasi geen verweer mogelijk.

Welk bedrag moet u inhouden op de factuur van de schoonmaakfirma?

  • Indien er sociale schulden zijn, moet u als opdrachtgever 35% inhouden op die factuur en deze doorstorten naar de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid (RSZ).
  • Indien er fiscale schulden zijn, moet u als opdrachtgever 15% inhouden op die factuur en deze doorstorten naar de aangeduide ontvanger bij de belastingadministratie.

Wanneer moet u dit bedrag inhouden?

Op het moment dat u een factuur van de schoonmaakfirma betaalt.

Wat als u deze inhouding- en doorstortingsplicht niet correct uitvoert?

Hier moet u een onderscheid maken tussen 2 gevallen:

Geval 1: De schoonmaakfirma heeft sociale en/of fiscale schulden op het moment van het afsluiten van het contract

Geval 2: De schoonmaakfirma heeft geen sociale en/of fiscale schulden op het moment van het afsluiten van het contract, maar wel op het moment van het betalen van de factuur.

Geval 1: Indien u als opdrachtgever vaststelt dat de schoonmaakfirma op het moment van het afsluiten van het contract sociale of fiscale schulden heeft, bent u als opdrachtgever hoofdelijk aansprakelijk:

  • ­ voor alle sociale schulden die bestaan op het moment van het afsluiten van het contract en die ontstaan tijdens de uitvoering van het contract, maar beperkt tot maximaal de totale prijs van de werken toevertrouwd aan die schoonmaakfirma (excl. BTW). ­
  • voor alle fiscale schulden die bestaan op het moment van het afsluiten van het contract en die ontstaan tijdens de uitvoering van het contract, maar beperkt tot maximaal 35 % van de totale prijs van de werken toevertrouwd aan die schoonmaakfirma (excl. BTW).

Deze hoofdelijke aansprakelijkheid kan u echter vermijden door de inhouding en doorstortingsplicht op het moment van het betalen van de facturen correct uit te voeren.

Geval 2: Indien u als opdrachtgever de inhouding en doorstortingsplicht op het moment van het betalen van de facturen niet correct uitvoert, bent u als opdrachtgever 2 x het in te houden bedrag verschuldigd aan de RSZ en/of de fiscus. Bovendien hebt u dan waarschijnlijk reeds het volledige factuurbedrag aan de schoonmaakfirma betaald waardoor u het bedrag in feite 3 keer moet ophoesten.

 

Een gewaarschuwd persoon is er twee waard. Onthoud dan ook de volgende tips.

 

schoonmaak van onroerende goederen
=
werk in onroerende staat
=
inhouding- en doorstortingsplicht

 

RSZ : https://www.socialsecurity.be/site_nl/employer/applics/30bis/index.htm  
Fiscus:
https://eservices.minfin.fgov.be/portal/nl/public/citizen/services/attests  

 

 

  • Controleer de sociale en fiscale toestand van de schoonmaakfirma op het moment van het afsluiten van het contract en op het moment dat u een factuur dient te betalen.

 

  • Telkens wanneer u de sociale en fiscale toestand van de schoonmaakfirma nakijkt op de websites, drukt u het resultaat best af. U kan de toestand immers enkel vaststellen op de datum van de opzoeking (i.e. datum van afsluiten van het contract en datum van betaling factuur) en dus niet voor het verleden. Op die manier kan u, in geval van discussie, ook aan de RSZ en/of fiscus makkelijk aantonen dat er geen schulden waren op het moment van opzoeking.

 

 

Mocht u hierontrent vragen hebben, kan u steeds terecht bij Anne Roucourt of uw dossierverantwoordelijke.

 

30/05/2013