Baker Tilly

Misbruik van vennootschapsgoederen

 

Naast de burgerrechtelijke aansprakelijkheidsgronden voor bestuurders en zaakvoerders van een vennootschap, kunnen zij ook strafrechtelijk aansprakelijk gesteld worden. In deze bijdrage wensen wij een specifieke aansprakelijkheidsgrond te belichten m.n. het misdrijf van misbruik van vennootschapsgoederen (art. 492 bis Strafwetboek).


Dit misdrijf bestaat wanneer één of meer bestuurders van een burgerlijke of handelsvennootschap, alsook van een vzw, met bedrieglijk opzet en voor persoonlijke rechtstreekse of indirecte doeleinden gebruik hebben gemaakt van de goederen of van het krediet van de rechtspersoon, hoewel zij wisten dat dit op betekenisvolle wijze in het nadeel was van de belangen van de rechtspersoon en van die van zijn schuldeisers of vennoten.

Het misdrijf wordt gesanctioneerd met een gevangenisstraf van 1 maand tot 5 jaar en met een geldboete van 100 EUR tot 500.000 EUR (te vermenigvuldigen met opdecimes).

We overlopen eerst de constitutieve bestanddelen van dit misdrijf, om vervolgens een aantal voorbeelden te geven.

  1. Het misdrijf kan worden gepleegd door een bestuurder/zaakvoerder, in feite of in rechte, van een burgerlijke of een handelsvennootschap of van een vzw. Een bestuurder “in feite” is een persoon die niet benoemd is als bestuurder, maar zich wel als dusdanig gedraagt.
  2. Het misbruik kan betrekking hebben op alle roerende, onroerende, lichamelijke en onlichamelijke goederen (bv. gelden, gebouwen, materiaal, schuldvorderingen, naam, cliënteel, knowhow,…). Hierbij is het niet vereist dat de goederen eigendom zijn van de vennootschap. Daarnaast kan het ook betrekking hebben op het krediet van de vennootschap: financiële draagvlak, de bekwaamheid te lenen, te garanderen of borg te staan.
  3. Het gebruik omvat onder meer daden van verduistering (het zich wederrechtelijk toe-eigenen van een zaak) of verspilling (de roekeloze of nutteloze besteding van de zaak waardoor deze verloren gaat), maar ook daden van beheer (bv. het nemen van voorschotten) of een onthouding (bv. het niet opeisen door de vennootschap van een schuldvordering ten laste van een vennootschap waarin de bestuurder zelf een belangrijke aandeelhouder is).
  4. Dit misdrijf veronderstelt een werkelijke en betekenisvolle benadeling. Zo houdt een strijdigheid met het maatschappelijk doel niet automatisch een betekenisvol nadeel in voor de vennootschap. Men dient deze benadeling te beoordelen op het moment van het stellen van de handeling. Het gebruik is strafbaar indien het manifest in strijd is met het vermogensbelang van de vennootschap en met de vermogensbelangen van schuldeisers (hieronder vallen ook de werknemers) of vennoten.
  5. Tot slot dient er ook sprake te zijn van bedrieglijk opzet: het oogmerk zich de toevertrouwde zaak toe te eigenen of aan de eigenaar te ontnemen, er als eigenaar over te beschikken en persoonlijke rechtstreekse of onrechtstreekse doeleinden na te streven die vreemd zijn aan de belangen van de rechtspersoon. Het is echter niet vereist dat de dader louter tot doel zou hebben gehad om zichzelf een materieel voordeel te bezorgen, het kan ook van morele aard zijn (bv. misbruik van vennootschapsgoederen met de bedoeling vriendschapsbanden te onderhouden of met electorale doeleinden). Bovendien is het vereist dat de bestuurder/zaakvoerder wist dat hij voormeld nadeel zou toebrengen.

Een belangrijk punt is, zoals eerder vermeld onder punt 4, dat er een betekenisvol nadeel voor de vennootschap moet zijn. Indien de vennootschap bv. een marktconforme vergoeding ontvangt of de kost wordt terugbetaald aan de vennootschap, zal er in vele gevallen geen sprake zijn van misbruik van vennootschapsgoederen. Wel dient voor ogen gehouden te worden dat het opnemen in de boekhouding als voordeel van alle aard, vanuit juridisch standpunt, op zich geen reden is om niet te kunnen spreken van misbruik van vennootschapsgoederen. Excessieve bezoldigingen aan een bestuurder kunnen gekwalificeerd worden als misbruik.

Hieronder vindt u enkele voorbeelden die in het verleden reeds gekwalificeerd werden als misbruik van vennootschapsgoederen. Het moge duidelijk zijn dat de beoordeling van dit misdrijf steeds een feitenkwestie is.

  • persoonlijke schulden laten betalen door de vennootschap;
  • het meubilair van een vennootschap wegnemen en laten transporteren naar een andere vennootschap waarin de bestuurder een persoonlijk belang heeft;
  • geld uit de kas nemen voor privé-doeleinden;
  •  het uitlenen van een bedrijfswagen aan de echtgenote die niet meewerkt in de onderneming;
  • een duur huurcontract doen afsluiten door de vennootschap met een andere rechtspersoon waarin de bestuurder belangen had, daar waar het aangaan van een krediet en het zelf verwerven van een eigendom veel goedkoper was geweest;
  • de poetsvrouw voor de privé-woning laten betalen door de vennootschap;
  • facturen voor werken aan de privé-woning laten betalen door de vennootschap;
  • het laten afsluiten van contracten die voor de vennootschap nadelig zijn en waarbij de bestuurder ook contractspartij is voor wie het contract dan weer bijzonder voordelig is (bv. een commissieloon/voordeel);
  • aan een lage interest gelden ontlenen bij de eigen vennootschap;
  • een persoonlijke parkeerboete laten betalen door de vennootschap;
  • de secretaresse van de vennootschap de thesis van de zoon of dochter laten typen;
  • dagelijks telefoneren naar een studerende zoon of dochter in het buitenland op kosten van de vennootschap;
  • een bestuurder die zich excessieve bezoldigingen laat uitbetalen, die niet overeenstemmen met zijn werkelijke tegenprestatie én met de financiële draagkracht van de vennootschap;
  • de vennootschap krediet of persoonlijke of zakelijke waarborgen doen verschaffen voor persoonlijke schulden van de bestuurder/zaakvoerder;
  • het opnemen van gelden door bestuurders/zaakvoerders bij wijze van (voorschot op) een bezoldiging zonder dat er daarvoor een statutaire bepaling of een regelmatig besluit van de algemene vergadering voorhanden is;
  • een bestuurder die zijn zakenreis met een (al dan niet korte) persoonlijke vakantie verlengt en de verplaatsingskosten ten laste van de vennootschap legt (tenzij deze verlenging wordt toegestaan als voordeel in natura, of wanneer de betrokkene nadien spontaan de gemaakte kosten terugstort).

Wenst u over dit alles meer te weten, neem dan contact op met Anne Roucourt of uw dossierverantwoordelijke.

 
26/05/2014