Baker Tilly

Nieuwe gedragsregels voor banken bij kredietverlening aan KMO’s

Zoals reeds aangekondigd in onze nieuwsbrief van januari 2014, dienden de representatieve werkgeversorganisaties die de belangen van de KMO’s behartigen en de representatieve organisaties van de kredietsector een gedragscode op te stellen in uitvoering van de wet van 21 december 2013 inzake de financiering voor kleine en middelgrote ondernemingen.

U kan deze gedragscode terugvinden via deze link

Het koninklijk besluit van 27 februari 2014 bepaalt dat de gedragscode en de hieraan verbonden artikels in de wet van toepassing zijn per 1 maart 2014.

Hieronder bezorgen we u een bijkomend overzicht van de regelgeving die verder wordt uitgewerkt via de gedragscode.

1. Wederbeleggingsvergoeding

De wet legt vast dat een onderneming te allen tijde het recht heeft tot gehele of gedeeltelijke terugbetaling van het krediet. Daarvoor is er wel een wederbeleggingsvergoeding verschuldigd, maar de kredietgever mag geen bijkomende voorwaarden voor terugbetaling opleggen.
Voor de berekening van het bedrag van de wederbeleggingsvergoeding wordt er een onderscheid gemaakt tussen leningen op interest (bv. een investeringskrediet) en andere leningen (“kredietopeningen”)1.

Indien het een lening op interest betreft, kan er maximaal 6 maanden interest worden aangerekend over de terugbetaalde som en aan de contractueel bepaalde interest.

Voor andere leningen met een contractueel bepaald kredietbedrag van maximum 1 miljoen euro, geldt dezelfde regel: maximaal 6 maanden interest over de terugbetaalde som en aan de contractueel bepaalde interest.

Voor andere leningen boven 1 miljoen euro, geldt de contractsvrijheid met dien verstande dat de voormelde gedragscode voorziet in bepaalde richtlijnen:

  • De berekening is gebaseerd op het verschil tussen (1) de interesten die de bank van de kredietnemer zou ontvangen hebben, mocht deze volgens de contractueel bepaalde modaliteiten hebben terugbetaald en (2) de interesten die de bank in plaats daarvan zou ontvangen bij de herplaatsing van de fondsen aan een bepaalde referentie-interestvoet.
  • Men zal hierbij de periode in acht nemen die loopt tot aan de volgende contractuele herziening van de interestvoet, of bij het ontbreken hiervan, tot aan de eindvervaldag van het krediet.
  • De referentie-interestvoet voor betaalstromen t.e.m. 1 jaar is de Euribor, voor betaalstromen op meer dan 1 jaar de IRS. De bank is echter vrij om aanpassingen in plus of min aan te brengen aan deze referentie-rentevoeten op voorwaarde dat deze duidelijk gecommuniceerd worden aan de klant op het ogenblik van het afsluiten van het contract.

De gedragscode bepaalt dat deze wederbeleggingsvergoeding ook kan worden aangerekend in alle gevallen waarin de bank zich zou verplicht zien over te gaan tot de opzegging van het krediet op grond van een wanprestatie vanwege de onderneming.

2. Informatieplicht voor de banken

De banken dienen een onderneming op het moment van de kredietaanvraag een passende schriftelijke toelichting te bezorgen zodat de onderneming in staat is zich een algemeen beeld te vormen van de voor haar relevante kredietvormen.

Het is de gedragscode die verder specifieert wat er tenminste in dergelijke informatiedocumenten moet staan: de identiteit van de kredietgever, het soort krediet, looptijd, kredietbedrag, rentevoet, alle gebruikelijke kosten m.b.t. het aangaan en de normale uitvoering van een kredietcontract, terbeschikkingstelling, wederbeleggingsvergoeding, opsomming van eventueel te stellen zekerheden, periode waarvoor de in het document opgenomen informatie geldig is.

Bovendien dient de kredietgever het krediet aan te bieden dat qua soort het best is aangepast en dit rekening houdend met de financiële toestand van de onderneming op het ogenblik van het sluiten van de kredietovereenkomst en met het doel van het krediet.

Hiertoe dient zij alle informatie op te vragen die volgens haar noodzakelijk is om de haalbaarheid van het beoogde project na te gaan, waarvoor het krediet wordt aangevraagd, alsook van de financiële toestand van de onderneming en haar terugbetalingsmogelijkheden en lopende financiële verbintenissen.

In dat kader zal de onderneming op het moment van haar kredietaanvraag o.a. actuele (tussentijdse en gedetailleerde) financiële resultaten en haar financieel plan dienen voor te leggen.
De bank zal ook een overzicht opvragen van de vermogenstoestand van een persoonlijke zekerheidssteller.

De informatieplicht rust dan wel op de banken, de onderneming blijft gehouden om andere nuttige en beschikbare informatie (waarvan zij redelijkerwijze moet veronderstellen dat deze relevant is in het kader van de kredietbeslissing) aan te leveren die de bank in staat stelt om een correcte inschatting te nemen van de kredietpositie van de onderneming en bij te dragen tot de selectie van gepaste kredietvormen.

3. Kredietweigering

In geval een krediet geweigerd wordt door de kredietgever dient deze de belangrijkste elementen mee te delen aan de onderneming waarop die weigering is gebaseerd of die de risico-inschatting hebben beïnvloed. Dit moet op een transparante wijze en in verstaanbare bewoordingen gebeuren.
Deze mededeling zal in eerste instantie mondeling gebeuren. Enkel indien de onderneming dit uitdrukkelijk vraagt binnen maximum 6 maanden na de kredietaanvraag, zal de bank gehouden zijn een schriftelijke verklaring van de kredietweigering af te leveren.

Het verstrekken van dergelijke motivatie dient louter om de onderneming bij te staan in een juist begrip van de redenen van de weigering.

Deze wettelijke verplichtingen voor de kredietgevers zullen er ongetwijfeld toe leiden dat kredietgevers op een meer formele wijze informatie zullen opvragen aan de ondernemingen ter staving van hun dossier (o.a. tussentijdse financiële cijfers, business plan, verklaringen op vlak van kredietwaardigheid/terugbetalingscapaciteiten…).

Wenst u over dit alles meer te weten, neem dan contact op met Anne Roucourt of uw dossierverantwoordelijke.

________________________
1. Lening op interest: een som geld wordt overhandigd aan de kredietnemer, die daarop dit kapitaal verhoogd met de voorziene interest op regelmatige tijdstippen terugbetaalt.
Andere leningen: kredietopeningen waarbij de kredietnemer de gelden naar behoefte kan opnemen.

 
24/04/2014