Baker Tilly

Regering Di Rupo roept een halt toe aan de malafide aannemers en onderaannemers


Op 24 januari 2012 keurde de ministerraad het voorstel van Programmawet goed. Een maand later werd dit voorstel in een concreet wetsontwerp gegoten en ingediend bij de Kamer.
Staatssecretaris voor fraudebestrijding, John Crombez, gaat hierin duidelijk de strijd aan met sociale en fiscale fraude en dit niet enkel in de bouwsector.

We wensen hierbij uw aandacht te vestigen op 3 voorgestelde maatregelen. Hierbij schetsen we telkens eerst de huidige situatie en bestaande regelgeving, om vervolgens het nieuwe ontwerp van Programmawet toe te lichten.

Invoer van de ketenaansprakelijkheid voor sociale en fiscale schulden


Vandaag bestaat er reeds een inhoudings- en doorstortingsplicht voor opdrachtgevers en aannemers die vaststellen dat hun aannemers, respectievelijk onderaannemers fiscale en/of sociale schulden hebben.
Concreet moeten opdrachtgevers en aannemers op het moment van de betaling van hun facturen nakijken op de databank van sociale en fiscale schulden of hun aannemer, respectievelijk onderaannemer dergelijke schulden heeft:

  • Indien er sociale schulden zijn, moet de opdrachtgever of aannemer 35% inhouden op haar factuur en deze doorstorten naar de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid (RSZ);
  • Indien er fiscale schulden zijn, moet de opdrachtgever of aannemer 15% inhouden op haar factuur en deze doorstorten naar de aangeduide ontvanger bij de belastingadministratie.
Indien deze inhouding en doorstorting niet correct gebeurt, is de opdrachtgever of aannemer hoofdelijk aansprakelijk:
  • voor de sociale schulden ten belopen van maximaal de totale prijs van de werken toevertrouwd aan die aannemer, respectievelijk onderaannemer (excl. BTW);
  • voor de fiscale schulden ten belopen van  maximaal 35 % van de totale prijs van de werken toevertrouwd aan die aannemer, respectievelijk onderaannemer (excl. BTW).
  • De huidige wetgeving beperkt de hoofdelijke aansprakelijkheid dus tot de opdrachtgever of aannemer die zich onmiddellijk boven de aannemer, respectievelijk onderaannemer bevindt.
    Het ontwerp van Programmawet voorziet in de uitbreiding van de aansprakelijkheid naar opdrachtgevers en aannemers hogerop in de keten. Hierbij wordt de chronologische volgorde gerespecteerd: eerst wordt de aannemer die een beroep heeft gedaan op de nalatige onderaannemer aangesproken alvorens verder op te klimmen in de keten. Deze uitbreiding impliceert dat u als opdrachtgever of aannemer heel de keten van (onder)aannemers onder u zal moeten screenen om uw mogelijke aansprakelijkheid uit te sluiten.
    Let wel, u kan in dat geval de verschuldigde bedragen wel terugvorderen van de (onder)aannemers die nagelaten hebben de schulden van hun respectievelijke (onder)aannemer te vereffenen. Dit vereist echter wel steeds juridische stappen en kosten.
    Bovendien zou men deze ketenaansprakelijkheid voor sociale en fiscale schulden ook invoeren voor andere sectoren dan de bouwsector zoals de vleessector, de horeca, de sector van bewakingsdiensten,… Hiertoe dient echter nog een definitieve lijst van sectoren en activiteiten opgesteld te worden door de Koning na consultatie van de paritaire comités.

Uitbreiding van de meldingsplicht


In de bouwsector bestaat er vandaag reeds een meldingsplicht. Meer bepaald, dient de aannemer - op wie de opdrachtgever een beroep doet – alvorens hij begint met de werken in onroerende staat aan de RSZ alle inlichtingen te verstrekken die nodig zijn om de belangrijkheid van de werken te ramen en er de opdrachtgever en de onderaannemers van te identificeren (via de portaalsite van de Sociale Zekerheid-Unieke Werfmelding). Als er tijdens de uitvoering van de werken andere onderaannemers tussenkomen, zal de aannemer de RSZ hiervan voorafgaandelijk op de hoogte moeten brengen. Bijgevolg dient iedere onderaannemer die op zijn beurt een beroep doet op een andere onderaannemer, voorafgaandelijk de aannemer hiervan schriftelijk in kennis moeten stellen.

Er geldt momenteel 1 uitzondering op deze meldingsplicht, met name voor de aannemer die werken doet waarvan het totale bedrag lager is dan 25.000 € (excl. BTW) en die daarvoor geen beroep doet op een onderaannemer.
Indien een aannemer deze verplichting niet naleeft, is deze aan de RSZ een som van 5% van het totale bedrag van de werken (excl. BTW) verschuldigd. Indien een onderaannemer die niet naleeft, is deze een som verschuldigd van 5% van het totale bedrag van de werken toevertrouwd aan zijn onderaannemers.

Ook deze meldingsplicht zou op basis van het ontwerp uitgebreid worden naar andere sectoren. Opnieuw laat men de bevoegdheid aan de Koning om te bepalen voor welke sectoren en activiteiten er een voorafgaande melding van de aannemers en onderaannemers moet gebeuren bij RSZ.

Invoer van de hoofdelijke aansprakelijkheid voor de betaling van het loon


In bepaalde bedrijfssectoren (bv. vleesindustrie, schoonmaaksector) worden er vaak ingewikkelde constructies opgezet van aanneming en onderaannemers met als doel onderbetaalde arbeidskrachten voor zich te laten werken zonder zelf het risico te lopen om gesanctioneerd te worden.

Ook hier wil men paal en perk aan stellen en dus voorziet de regering in de invoer van een hoofdelijke aansprakelijkheid voor de betaling van de lonen van werknemers van de medecontractant. Wanneer de inspectie zwaarwichtige tekortkomingen vaststelt, zal deze een schrijven richten aan de opdrachtgever/hoofdaannemer om hen op de hoogte te brengen van de hoofdelijke aansprakelijkheid die ze kunnen oplopen. Die gaat echter pas in vanaf de 15de dag na de verwittiging van de inspectie.
Dit biedt bedrijven die te goeder trouw in zee zijn gegaan met een malafide onderaannemer de kans om het contract met die onderaannemer te verbreken en aldus de hoofdelijke aansprakelijkheid te vermijden. In dat geval zijn ze niet langer aansprakelijk, maar moeten ze wel op zoek naar een nieuwe (onder)aannemer om de geplande werken uit te voeren. Men zou dus kunnen overwegen om in de aannemingscontracten te voorzien dat het ontvangen van een dergelijke kennisgeving door de inspectie, een ontbindende voorwaarde uitmaakt.

Het is belangrijk er op te wijzen dat er een zwaarwichtige tekortkoming vereist is. M.a.w.: het louter te weinig betalen van een werknemer is niet voldoende voor de inspectie om de hoofdelijke aansprakelijkheid in te roepen. De betaling van een loon dat minder is dan het laagste loonbarema van de betrokken sector, wordt wel geacht een zwaarwichtige overtreding te zijn van de loonbetalingsplicht.

Bovendien kan men enkel aansprakelijk gesteld worden voor het loon dat opeisbaar wordt gedurende de periode van hoofdelijke aansprakelijkheid (i.e. vanaf de 15de dag na de kennisgeving tot en met 1 jaar na de kennisgeving). In dat kader is het dan ook van belang dat men bv. via een systeem van prestatieregistratie kan aantonen welke prestaties effectief aan u geleverd werden gedurende die periode van hoofdelijke aansprakelijkheid. Indien men dat niet kan aantonen dient men ofwel het niet betaalde gedeelte van het volledig loon van de betrokken werknemer te betalen, ofwel een percentage van dat loon. Dat percentage stemt overeen met het aandeel van de keten van de hoofdelijk aansprakelijke in de omzet van de in gebreke blijvende werkgever.

Daarnaast wordt er ook een aanplakkingsplicht ingevoerd voor zowel de werkgever die in gebreke blijft als de hoofdelijke aansprakelijke: deze zijn verplicht een afschrift van de kennisgeving door de inspectie aan te plakken op de plaats van de uitvoering van werken.

Zoals bij de twee voorgaande voorstellen zal ook deze aansprakelijkheid gelden voor de activiteiten vastgesteld door de Koning. Het is bijgevolg niet beperkt tot de bouwsector.

To be continued…


We benadrukken dat dit alles momenteel slechts een ontwerp is dat nog behandeld moet worden in de Kamer en mogelijk ook de Senaat alvorens het goedgekeurd kan worden. Bovendien dient er nog verder onderhandeld wordt met de verschillende beroeps- en belangenverenigingen. Wij volgen dit voor u op en houden u op de hoogte via onze volgende nieuwsbrieven.

Mocht u nu al meer informatie wensen omtrent de op til zijnde maatregelen of wenst u verdere toelichting bij de reeds bestaande wetgeving, neem dan contact op met Anne Roucourt of uw dossierverantwoordelijke.

 

2/03/2012