Baker Tilly

Vanaf 2015 verplicht btw op bestuurdersvergoeding rechtspersonen!


Rechtspersonen die als bestuurder, zaakvoerder of vereffenaar van een vennootschap optreden zullen vanaf 1 januari 2015 verplicht btw dienen aan te rekenen op hun vergoedingen. De keuze die de administratie tot op heden toeliet wordt onder Europese druk afgeschaft. Rechtspersonen die er in het verleden voor gekozen hadden dergelijke handelingen niet aan btw te onderwerpen zullen de nodige acties moeten ondernemen. Voor ondernemingen met geen of slechts een beperkt recht op aftrek van btw die deze prestaties krijgen aangerekend betekent de nieuwe maatregel mogelijks een serieuze meerkost (Beslissing Btw nr. E.T.125.180 dd. 20.11.2014).

 

Situatie tot 31 december 2014

Natuurlijke personen die optreden als bestuurder, zaakvoerder of vereffenaar van een vennootschap treden ten opzichte van derden op als organen van de rechtspersoon die zij vertegenwoordigen. Zij handelen bijgevolg niet zelfstandig en zijn dan ook geen btw-belastingplichtige voor de in het kader van hun statutaire opdracht verrichte handelingen.

Rechtspersonen daarentegen die als bestuurder, zaakvoerder of vereffenaar van een vennootschap optreden zijn in principe wel btw-belastingplichtig. Echter, tot voor kort eiste de administratie om praktische redenen hun btw-identificatie niet voor dergelijke prestaties. Dit liet hen toe om hun handelingen niet aan de btw te onderwerpen, wat voordelig kon zijn indien de vennootschap waarvoor werd opgetreden geen of slechts een beperkt recht op aftrek van btw had.

De administratie gaf deze rechtspersonen wel de keuze om hun handelingen wel degelijk aan de btw te onderwerpen. Zij moesten zich desgevallend voor btw registreren. Deze keuze was bindend voor alle handelingen die zij als dusdanig verrichten en was in principe onherroepelijk.

Situatie vanaf 1 januari 2015

Door het feit dat de Europese Commissie dit ‘keuzestelsel’ ter discussie stelt heeft de administratie nu besloten om deze keuzemogelijkheid af te schaffen, dit met ingang van 1 januari 2015. Voortaan moeten rechtspersonen die als bestuurder, zaakvoerder of vereffenaar van een vennootschap optreden zich verplicht laten registeren voor btw-doeleinden. De handelingen die zij als dusdanig stellen zijn vanaf 2015 zonder onderscheid onderworpen aan btw. Voor vennootschappen met weinig of geen recht op aftrek van btw (bv. patrimoniumvennootschappen) kan deze nieuwe maatregel alvast een serieuze meerkost betekenen.

Actie vereist!

Rechtspersonen die er vóór 2015 voor gekozen hadden hun handelingen niet aan btw te onderwerpen zullen bijgevolg actie moeten ondernemen. In de mate dat zij nog niet voor btw zijn geregistreerd voor het verrichten van andere belaste handelingen dient een dergelijke registratie alsnog te gebeuren. En dit zal snel moeten gebeuren. Het feit dat de administratie pas eind november deze beslissing neemt en publiceert, laat aan de betrokken rechtspersonen weinig ruimte om hun zaken in orde te maken.

Wat de overgang naar het nieuwe jaar betreft zal voor de rechtspersonen die eerder nog geen btw aanrekenden de btw slechts slaan op hun diensten verricht vanaf 1 januari 2015, behoudens en in de mate dat de vergoeding reeds ontvangen werd in 2014. In laatstgenoemd geval dient op die vergoeding (of het gedeelte ervan) geen btw te worden aangerekend.

Voor wat betreft de handelingen die vergoed worden door de uitkering van tantièmes zal er sowieso btw verschuldigd zijn wanneer de algemene vergadering waarin de beslissing tot uitkering ervan genomen wordt plaatsvindt in 2015. Hierbij wordt immers de btw pas opeisbaar op de datum waarop de jaarlijkse algemene vergadering van de betrokken vennootschap de beslissing tot uitkering van tantièmes neemt, dit ongeacht de datum waarop het boekjaar wordt afgesloten.

Het feit dat rechtspersonen die een bestuurders- of zaakvoerdersvergoeding krijgen voortaan steeds btw zullen moeten aanrekenen maakt ook dat zij een recht op aftrek (of een groter recht op aftrek) zullen genieten van de btw welke drukt op hun inkomende kosten. De vraag kan hierbij gesteld worden of zij eveneens een recht op aftrek zullen genieten van btw opgelopen vóór 2015. Het gaat hierbij om de zogenaamde historische btw-aftrek, welke ook reeds eerder opdook bij de afschaffing van de btw-vrijstelling voor notarissen en advocaten. De beslissing van de administratie van 20 november 2014 spreekt zich hierover alvast niet uit. Ons inziens is er op het eerste zicht in deze situatie ook geen wettelijke basis voor het toekennen van een bijkomende historische btw-aftrek. Het blijft wat dat betreft dus afwachten of en hoe de administratie dit verder zal invullen.

Voor natuurlijke personen die als bestuurder, zaakvoerder of vereffenaar van een vennootschap optreden, verandert er niets. Zij blijven nog steeds als niet-belastingplichtige aangemerkt.

Wenst u over dit alles meer te weten, neem dan contact op met Wim De Pelsmaeker of Veerle Van Den Steen of uw dossierverantwoordelijke.

 

25/11/2014