Baker Tilly

Jeugdhuizen met drankgelegenheid: btw-registratiedrempel in extremis verhoogd


De administratie publiceerde vandaag een bijgewerkte versie van haar beslissing aangaande de btw-registratieplicht van jeugdhuizen indien zij ook een drankgelegenheid heeft die voor derden toegankelijk is. In extremis werd de voorwaarde wat betreft de jaarlijkse omzet opgetrokken van EUR 50.000 naar EUR 80.000. Hiermee wordt deels tegemoet gekomen aan de verzuchtingen van de betrokken partijen. De regels gaan in werking vanaf 1 januari 2016 (Beslissing Btw nr. E.T.128.632 van 5 november 2015 – bijwerking).

 

Erkende jeugdhuizen zijn in principe vrijgesteld van btw voor de handelingen die zij stellen (art. 44, § 2, 2°, Btw-Wetboek). Zij hoeven bijgevolg geen btw aan te rekenen op de leveringen van goederen en diensten die zij verrichten. Het al dan niet hebben van een winstoogmerk speelt hierbij geen rol.

Bepaalde jeugdhuizen exploiteren ook een drankgelegenheid die voor iedereen toegankelijk is. Wat dat betreft kwam de administratie onlangs tot de conclusie dat een dergelijke exploitatie vreemd is aan het sociaal doel zodat geen vrijstelling kan worden toegepast op de omzet die hierdoor wordt gerealiseerd. Of er hierbij al dan niet sprake is van concurrentieverstoring speelt volgens de administratie geen rol.

Bij wijze van tolerantie gaat de administratie ervan uit dat er geen schending is van het sociaal doel en dat er bijgevolg geen belemmering is voor de toepassing van de vrijstelling (ook op de cafetariadiensten) wanneer aan een aantal voorwaarden cumulatief is voldaan.

Zo mag het jeugdhuis geen maaltijden tegen betaling verschaffen, ook geen lichte maaltijden zoals onder meer soepen, croques, kroketten (kaas, garnaal, …), belegde broodjes, deegwaren, omeletten, pannekoeken, enz.

Kleine caféhapjes die worden verbruikt zonder het gebruik van een bestek zijn wel toegestaan (bv. chips, droge worstjes, anjovis, olijven, koekjes, wafels, chocolade, hardgekookte eieren, enz.).

Tevens mag de door de jeugdhuizen gerealiseerde jaarlijkse omzet in het kader van de exploitatie van een dergelijke drankgelegenheid niet meer bedragen dan EUR 80.000. Initieel was er sprake van EUR 50.000 maar onder druk werd dit bedrag in extremis verhoogd.

Jeugdhuizen die in de loop van een kalenderjaar met hun horeca-exploitatie de omzetdrempel van EUR 80.000 overschrijden, moeten, tenzij de overschrijding toevallig is (vb. eenmalige gebeurtenis), vanaf het volgende kalenderjaar de omzet van de drankgelegenheid aan btw onderwerpen.

Als het jeugdhuis door het verschaffen van maaltijden, de omzet van de drankgelegenheid aan btw moet onderwerpen, zal het overigens ook een witte kassa moeten installeren (onder voorbehoud van de nieuwe regeling die wordt uitgewerkt).

Het nieuw standpunt van de fiscus heeft uitwerking vanaf 1 januari 2016. Jeugdhuizen moeten dus op basis van de door de drankgelegenheid in 2015 gerealiseerde omzet nagaan of zij vanaf 2016 al btw moeten afdragen over de opbrengsten ervan.

Wenst u over dit alles meer te weten, neem dan contact op met Wim De Pelsmaeker of Veerle Van Den Steen of uw dossierverantwoordelijke.

18/12/2015