Baker Tilly

Btw – echte lichte vrachtwagens mogelijks niet meer onderworpen aan de nieuwe aftrekbeperkingsmethoden


Bij echte lichte vrachtwagens zou binnenkort worden besloten om dan toch geen gebruik te moeten maken van één van de 3 methoden om de btw-aftrek te bepalen. Voor deze vervoermiddelen zou het beroepsgebruik worden vastgesteld op basis van de feitelijke omstandigheden. Mogelijks zullen hierbij nieuwe criteria worden uitgewerkt (Commissie voor de Financiën en de begroting van 17 april 2013).

Twee types lichte vrachtwagen

In onze vorige nieuwsbrieven (12/2012 en 1/2013) maakten we reeds melding van het lang verwachte addendum betreffende de btw-aftrek op gemengd gebruikte bedrijfsmiddelen, waanronder de bedrijfswagens (beslissing nr. E.T. 119.650/3 van 11 december 2012).

Wat betreft bedrijfswagens die zowel beroepsmatig als privé worden gebruikt en gratis ter beschikking worden gesteld van de werknemer of bedrijfsleider voorziet dit nieuwe addendum in 3 methoden om de verhouding privé / beroepsgebruik te bepalen (rittenadministratie, semi-forfaitaire methode en de 35%-regel).

Wat betreft lichte vrachtwagens maakt het addendum een onderscheid tussen de echte lichte vrachtwagens (vb. type pick-up met enkele cabine) en de overige lichte vrachtwagens (vb. type monovolume). Hoewel enkel de tweede categorie onder de aftrekbeperking van 50% valt, moet volgens het addendum voor beide types lichte vrachtwagens het beroepsgebruik worden bepaald volgens één van de drie methoden.

Concreet houdt dit in dat wanneer met een bestelwagen sporadisch naar de woonplaats wordt gereden, de btw-aftrek terugvalt van 100% naar 35% (methode 3) of naar een aftrekbedrag te bepalen volgens een meer omslachtige methode.

Dit laatste wierp heel wat vragen op en zorgde voor bijkomende onzekerheid.

Oplossing in de maak

Hierin komt binnenkort hoogstwaarschijnlijk verandering. Onlangs wees Staatssecretaris Hendrik Bogaert op een in de maak zijnde bijkomende publicatie bij het addendum.

Nog volgens de Staatssecretaris werd in samenspraak met vertegenwoordigers van de ondernemingen besloten om de echte lichte vrachtwagens te ontheffen van de verplichting het beroepsgebruik vast te stellen overeenkomstig één van de drie methoden. Het beroepsgebruik zou bijgevolg in principe moeten worden vastgesteld op basis van de feitelijke omstandigheden. Om te vermijden dat het beroepsgebruik van echte lichte vrachtwagens door de administratie geval per geval zal moeten worden vastgesteld, zullen in overleg met de betrokken sectoren indien mogelijk nieuwe criteria worden uitgewerkt, aldus nog de Staatssecretaris.

Over de aard van de criteria en een mogelijke datum van inwerkingtreding bestaat er nog geen duidelijkheid.

Wenst u over dit alles meer te weten, neem dan contact op met Wim De Pelsmaeker of Veerle Van Den Steen of uw dossierverantwoordelijke.

 

23/04/2013