Baker Tilly

Kostendelende verenigingen: actie vereist vóór eind deze maand!


Net voor het kerstverlof publiceerde de administratie een nieuwe circulaire waarin ze meer duiding geeft over de nieuwe regels aangaande de btw-vrijstelling voor dienstprestaties van zelfstandige groeperingen van personen (de zgn. kostendelende verenigingen). Belangrijk hierbij is dat zowel door reeds eerder bestaande als door recentelijk opgerichte zelfstandige groeperingen nog vóór eind deze maand actie dient te worden ondernomen naar de administratie toe. Zo dient o.a. een lijst te worden overgemaakt van de leden alsook van de aard van hun activiteiten. Dergelijke verenigingen komen hierdoor meer dan vroeger op de radar te staan (Circ. Nr. 31/2016 van 12 december 2016).

Btw-vrijstelling voor dienstprestaties van zelfstandige groeperingen van personen

De btw-wetgeving voorziet onder bepaalde voorwaarden in een vrijstelling voor diensten verricht door zelfstandige groeperingen van personen aan haar leden.

Bij dergelijke zelfstandige groeperingen van personen kan het zowel gaan om verenigingen met rechtspersoonlijkheid alsook om verenigingen zonder rechtspersoonlijkheid die onder een eigen benaming als afzonderlijke vereniging of groepering tegenover haar leden en tegenover derden optreedt. Bij de leden kan het zowel gaan om natuurlijke personen, rechtspersonen, groeperingen zonder rechtspersoonlijkheid, publiekrechtelijke instellingen, enz.

Wat betreft de vrijstellingsvoorwaarden werden met ingang van 1 juli 2016 een aantal wijzigingen (lees: versoepelingen) doorgevoerd. Zo kunnen zelfstandige groeperingen naast hun vrijgestelde handelingen voortaan eveneens belaste diensten en eventueel belaste leveringen van goederen verrichten. De vrijgestelde handelingen dienen wel overwegend te zijn. Tevens is niet langer vereist dat de leden tot dezelfde financiële, economische, professionele of sociale groep behoren. Het deel ‘belaste handelingen’ van elk lid kan voortaan ook een stuk hoger liggen dan 10% van de totale jaarlijkse omzet zoals het vóór 1 juli 2016 het geval was.

Degelijke vereenvoudigingen maken de figuur van de kostendelende vereniging aantrekkelijker als planningsopportuniteit.

Historische btw-aftrek

Met ingang van 1 juli 2016 kunnen zelfstandige groeperingen dus naast hun vrijgestelde handelingen eveneens belaste diensten en eventueel belaste leveringen van goederen verrichten. Indien zij dit effectief doen dan hebben zij vanaf die datum een gedeeltelijk recht op aftrek van btw.

Tevens kan een dergelijke groepering bij wijze van herziening haar recht op aftrek van de historische btw uitoefenen. Dit recht op aftrek van deze historische btw verviel in principe eind vorig jaar voor de btw die opeisbaar is geworden in 2013. De administratie aanvaardt evenwel dat deze btw alsnog mag worden gerecupereerd in de btw-aangifte met betrekking tot de handelingen van de maand december 2016 of van het vierde kwartaal 2016, in te dienen tegen uiterlijk 20 januari 2017.

Voor de btw die opeisbaar is geworden in 2014 of 2015 vervalt het recht op aftrek van deze historische btw respectievelijk eind 2017 of 2018.

Meldingsplicht

Alle zelfstandige groeperingen van personen zijn voortaan onderworpen aan een aangifte- en/of informatieplicht naar de administratie toe, dit ongeacht of ze al dan niet belaste activiteiten ontplooien.

Vooreerst dient, wat betreft zelfstandige groeperingen opgericht vanaf 1 juli 2016, binnen de maand na aanvang van de activiteit door hen aangifte te worden gedaan bij het bevoegd btw-controlekantoor. Binnen dezelfde termijn dient een lijst te worden voorgelegd van de leden alsook van de aard van hun activiteiten.

Aangezien de circulaire pas eind vorig jaar werd gepubliceerd wordt hierbij in een tolerantie voorzien. Zo wordt aanvaard dat alle zelfstandige groeperingen die hun activiteiten hebben aangevangen in de tweede helft van vorig jaar hun informatieverplichting tijdig zullen hebben vervuld wanneer dat uiterlijk op 31 januari 2017 gebeurt.

De zelfstandige groeperingen die uitsluitend vrijgestelde diensten verstrekken dienen de aanvang van hun activiteit te melden aan de hand van een zelf opgemaakt document dat een verplicht aantal vermeldingen bevat. Naar de toekomst toe zal de administratie hiervoor in een bijzonder aangifteformulier voorzien. Voor zij die zowel belaste als vrijgestelde handelingen verstrekken gebeurt de melding van de aanvang van activiteit aan de hand van een formulier 604A.

Voor zelfstandige groeperingen die reeds vóór 1 juli 2016 actief waren wordt de mogelijkheid geboden van een overgangsregeling gebruik te maken. Deze komt erop neer dat dergelijke groeperingen zich tot eind 2016 mochten beroepen op de oude wetsbepalingen zoals ze van toepassing waren vóór 1 juli 2016. Dergelijke zelfstandige groeperingen zijn echter eveneens verplicht hun bevoegd btw-controlekantoor in te lichten van hun bestaan. Hierbij dient ook een lijst te worden voorgelegd van hun leden alsook van de aard van hun activiteiten. Deze kennisgeving diende in principe ten laatste op 1 augustus 2016 plaats te vinden indien geen gebruik wordt gemaakt van de overgangsregeling. De administratie zal echter geen kritiek uitoefenen indien deze groeperingen uiterlijk op 31 januari 2017 betreffende formaliteiten naleven.

In geval van toetreding of vertrek van een lid, bij wijziging van activiteit van de groepering of van één van haar leden of bij stopzetting van de zelfstandige groepering moet het bevoegd btw-controlekantoor eveneens binnen de maand worden geïnformeerd (al naar gelang het geval via een document 604B, 604C of een zelf opgemaakt document).

Wenst u over dit alles meer te weten, neem dan contact op met Wim De Pelsmaeker of Veerle Van Den Steen of uw dossierverantwoordelijke.

12/01/2017