Baker Tilly

Vanaf 1 juni 2016 verplicht btw op bestuurdersvergoedingen: beslissing gepubliceerd!


Rechtspersonen die als bestuurder, zaakvoerder of vereffenaar van een vennootschap optreden zullen vanaf 1 juni 2016 verplicht btw dienen aan te rekenen. Wat dat betreft publiceerde de administratie eind vorige week haar lang verwachte beslissing. Hierna een overzicht (Beslissing Btw nr. E.T.127.850 van 30 maart 2016).

 

Principiële belastingplicht met verplichte btw-identificatie van rechtspersonen handelend als bestuurder, zaakvoerder of vereffenaar van een privaat- of publiekrechtelijke rechtspersoon

Tot en met 31 mei 2016 geldt de regeling dat rechtspersonen die als bestuurder, zaakvoerder of vereffenaar optreden, in tegenstelling tot de natuurlijke personen, btw-plichtige zijn. Tot op heden eist de administratie echter om praktische redenen hun btw-identificatie niet (Beslissing Btw nr. E.T.118.288 van 27 april 2010).

Aan deze tolerantie komt een einde met ingang van 1 juni 2016. De betrokken bestuurders-rechtspersonen dienen zich vanaf die datum verplicht als belastingplichtige te laten identificeren voor de diensten die zij in het kader van hun bestuursmandaat verrichten.

Evenwel, wanneer de toepassingsvoorwaarden vervuld zijn kunnen de bestuurders-rechtspersonen in aanmerking komen voor de btw-vrijstellingen van artikel 44 w.btw of voor de vrijstellingsregeling voor kleine ondernemingen van artikel 56bis w.btw en het Koninklijk besluit nr. 19 van 29 juni 2014.

Wie valt onder het toepassingsgebied van deze verplichte btw-identificatie?

Rechtspersonen die optreden als bestuurder (al dan niet aandeelhouder of vennoot, statutair of door de algemene vergadering benoemd), als dagelijks bestuurder of gedelegeerd bestuurder, als zaakvoerder (al dan niet vennoot, statutair of door de algemene vergadering benoemd) of als vereffenaar (statutair of door de algemene vergadering benoemd of gerechtelijk aangesteld) van een rechtspersoon dienen zich ingevolge de afschaffing van de administratieve tolerantie verplicht te laten identificeren voor btw (tenzij zij reeds zijn geïdentificeerd omwille van andere door hen buiten hun mandaat verrichte activiteiten). Zij kunnen bijgevolg vanaf 1 juni 2016 niet meer genieten van het keuzestelsel voor de handelingen die zij als zodanig verrichten.

Beoogd worden de mandaten als bestuurder, zaakvoerder of vereffenaar uitgeoefend onder bezwarende titel in een vennootschap (met rechtspersoonlijkheid) naar privaat of publiek recht en in andere rechtspersonen naar privaat of publiek recht (vzw’s, stichtingen, beroepsorganisaties, openbare instellingen, e.a.).

De registratie voor btw dient te gebeuren door het formulier 604A vóór 1 juni 2016 in te dienen bij het bevoegde btw-controlekantoor. Indien men reeds geïdentificeerd is voor een andere werkzaamheid dan dient het formulier 604B vóór 1 juni 2016 te zijn ingediend. Alertheid is dus geboden.

Quid wanneer de bestuurder-rechtspersoon deel uitmaakt van een btw-eenheid?

De bestuurdersvergoedingen zijn niet aan de btw onderworpen wanneer de bestuurder-rechtspersoon en de rechtspersoon waarin hij dat bestuurdersmandaat uitoefent lid zijn van dezelfde btw-eenheid.

In het bijzonder in het kader van de opheffing van het keuzestelstel heeft de Minister van Financiën beslist dat meerdere bestuurders-rechtspersonen samen met hun exploitatievennootschap een btw-eenheid kunnen vormen indien voldaan is aan de drie volgende voorwaarden : (1) de bestuurders-rechtspersonen zijn zowel aandeelhouder als bestuurder van de exploitatievennootschap, (2) de bestuurders-rechtspersonen bezitten samen rechtstreeks meer dan 50% van de stemrechten verbonden aan de maatschappelijke rechten van de exploitatievennootschap en (3) er bestaat een overeenkomst tussen de bestuurders-rechtspersonen op grond waarvan zij er zich toe verbinden dat elke beslissing inzake de oriëntatie van het beleid van de exploitatievennootschap moet genomen worden met hun toestemming (bij unanimiteit). Geen enkele beslissing van de bestuurders-rechtspersonen gebonden door deze overeenkomst kan opgelegd worden aan één van de andere vennoten die gebonden zijn door deze overeenkomst, noch de statuten van de bestuurders-rechtspersonen. Noch die van de gecontroleerde vennootschap mogen bepalingen bevatten die strijdig zijn met de bepalingen van deze overeenkomst.

De administratie voegt er in haar beslissing aan toe dat de aanvraag voor toetreding of het vormen van een btw-eenheid naar aanleiding van de opheffing van het keuzestelsel ten aanzien van de belastingplicht van bestuurders-rechtspersonen reeds nu mag worden ingediend, dus voorafgaand aan het tijdstip waarop de bestuurders-rechtspersonen de hoedanigheid van btw-belastingplichtige zullen verwerven. Anderzijds kunnen de aanvragen die op basis van wat voorafgaat door de administratie eerder ten onrechte zouden zijn afgewezen opnieuw worden onderzocht. Een nieuw dossier dient in dit geval niet te worden ingediend. De vertegenwoordiger van de btw-eenheid dient de oorspronkelijke aanvraag aan te vullen middels een brief of een email gericht aan het bevoegde btw-controlekantoor.

Wat bepaalt of de bestuurder-rechtspersoon al dan niet met Belgische btw dient te factureren?

Voor de bepaling van de plaats van de dienst verricht door de bestuurder-rechtspersoon zijn de normale plaatsbepalingsregels van toepassing. Dit betekent dat er een onderscheid dient te worden gemaakt naargelang de bestuurde vennootschap een btw-belastingplichtige is (B2B) dan wel wordt aangemerkt als een niet-belastingplichtige (B2C).

Voor de diensten van vereffening is de administratie van oordeel dat, ook al is er slechts één onroerend goed aanwezig bij de te vereffenen rechtspersoon, de plaats van de diensten wordt bepaald op grond van de hoofdregel en dus niet op grond van de uitzonderingsregel gelinkt aan de plaats waar het onroerend goed is gelegen.

Wat bepaalt of de oude of de nieuwe regeling van toepassing is?

Het tijdstip waarop de dienst is verricht, dit is in principe het ogenblik waarop de dienst is voltooid, bepaalt of de handeling aan het nieuwe dan wel aan het vroegere stelsel is onderworpen.

Wanneer de dienst uiterlijk op 31 mei 2016 is verricht en de bestuurder-rechtspersoon opteerde in het verleden om zijn handelingen niet aan de btw te onderwerpen, dan is er geen btw verschuldigd op deze bestuurdersbezoldiging. Het tijdstip waarop hij zijn factuur uitreikt of het tijdstip waarop de bezoldiging wordt betaald speelt hierbij geen rol.

Wanneer de dienst wordt verricht na 31 mei 2016 is de handeling van de bestuurder-rechtspersoon sowieso onderworpen aan het nieuwe stelsel. Echter, wanneer zich een oorzaak van opeisbaarheid heeft voorgedaan uiterlijk op 31 mei 2016, dan is er geen btw verschuldigd tot beloop van het passend bedrag. Voor diensten verricht door een Belgische rechtspersoon-bestuurder ten behoeve van een Belgische afnemer houdt dit in dat er geen btw is verschuldigd tot beloop van het gefactureerde of ontvangen bedrag wanneer ten laatste op 31 mei 2016 een factuur wordt uitgereikt, of wanneer de prijs of een gedeelte ervan wordt ontvangen. Voor intracommunautaire diensten houdt dit in dat er geen btw is verschuldigd tot beloop van het ontvangen bedrag wanneer ten laatste op 31 mei 2016 de prijs of een gedeelte ervan wordt ontvangen.

De diensten van rechtspersonen die handelen als vereffenaar zijn onderworpen aan dezelfde regeling als hiervoor uiteengezet.

Voor diensten verricht door een belastingplichtige voor een publiekrechtelijk lichaam wordt de btw opeisbaar op het moment waarop de betaling of een deel ervan wordt ontvangen, met uitzondering voor de situaties waarin de btw verschuldigd is door de ontvanger van de dienst of de medecontractant. Aldus, wanneer de prijs of een gedeelte ervan wordt ontvangen uiterlijk op 31 mei 2016 is er geen btw verschuldigd tot beloop van het ontvangen bedrag. Wanneer de dienst is verricht na 31 mei 2016 is er btw verschuldigd over deze handeling op voorwaarde dat de btw na die datum opeisbaar wordt.

Voor tantièmes gelden er afwijkende opeisbaarheidsregels. Hier gaat de administratie ervan uit dat het tijdstip van opeisbaarheid gelijk is aan de datum waarop de jaarlijkse algemene vergadering van de uitkerende vennootschap de beslissing neemt tot uitkering van de tantièmes, ongeacht de datum waarop het boekjaar wordt afgesloten en ongeacht de datum waarop de factuur wordt uitgereikt of waarop de tantièmes worden betaald.

Wat wanneer ook vrijgestelde diensten worden verleend aan de bestuurde vennootschap?

Het mandaat van een bestuurder-vennootschap verleent de bestuurder een algemene bevoegdheid van het beheer, de controle en de leiding over de bestuurde vennootschap.

Wanneer de bestuurder-rechtspersoon, buiten het kader van zijn statutaire opdracht van beheer, controle en leiding, ook andere diensten verleent aan de bestuurde vennootschap dienen elk van deze prestaties in principe afzonderlijk en zelfstandig te worden beschouwd. Indien deze opdeling door de bestuurder-rechtspersoon niet objectief of nauwgezet wordt toegepast, beschouwt de administratie in de gegeven omstandigheden minimum 25 pct. van de aan de bestuurder-rechtspersoon toegekende vergoedingen als vergoeding voor de taken als bestuurder. Er zal daarbij ook rekening worden gehouden met de verhouding tussen beide vergoedingen zoals die vóór 1 juni 2016 werden toegekend. In voorkomend geval dient men zich te baseren op de statutaire en contractuele bepalingen. De afgesplitste bestuurdersactiviteiten zijn met ingang van 1 juni 2016 onderworpen aan btw. Voor het overige wordt de btw-positie van de bestuurder-rechtspersoon bepaald door de aard (vrijgesteld of belast) van de andere diensten die worden verricht.

In haar beslissing heeft de administratie het verder ook nog over de btw-vrijstelling voor het beheer van collectieve beleggingsinstellingen, de btw-vrijstelling voor bemiddeling en beheer inzake verzekeringen en de bemiddeling bij financiële diensten.

Het goede nieuws: aftrek van voorbelasting met ingang vanaf 1 juni 2016

De belaste prestaties verlenen met ingang van 1 juni 2016 een recht op aftrek van voorbelasting volgens de gewone regels.

Voor de aanschaf van goederen of diensten in de hoedanigheid van niet-belastingplichtige die vervolgens worden gebruikt als bedrijfsmiddel voor hun economische activiteit, is het niet toegestaan om een herziening – zelfs geen gedeeltelijke - door te voeren van de btw die de verwerving heeft bezwaard. Hetzelfde geldt voor de andere goederen en diensten, niet-bedrijfsmiddelen, die op 1 juni 2016 nog niet werden gebruikt of verbruikt. Hier speelt dus geen historische btw-aftrek zoals wel het geval was bij notarissen, gerechtsdeurwaarders, advocaten en recentelijk esthetische chirurgen en ziekenhuizen.

Vrijstellingsregeling voor kleine ondernemingen

Deze regeling houdt in dat over de verrichte diensten geen btw wordt geheven. Omgekeerd heeft de kleine onderneming dan ook geen recht op aftrek van voorbelasting. Interessant is hier dat, daar waar deze regeling slechts mogelijk is mits de jaaromzet gerealiseerd in België tijdens het voorgaand kalenderjaar niet meer bedraagt dan 25.000 EUR, de administratie in de praktijk een tijdelijk lichte overschrijding met 10% van het drempelbedrag aanvaardt. Bij een activiteit die start in de loop van een kalenderjaar wordt het drempelbedrag proportioneel verminderd à rato van het aantal kalenderdagen die verstreken zijn tussen 1 januari van het betrokken kalenderjaar en de begindatum van de economische activiteit. Ook de tantièmes dienen in de berekening van het bedrag aan jaaromzet te worden meegeteld.

Wenst u over dit alles meer te weten, neem dan contact op met Wim De Pelsmaeker of Veerle Van Den Steen of uw dossierverantwoordelijke.

5/04/2016