Baker Tilly

Esthetische chirurgie en btw: beslissing gepubliceerd


Vorig weekend verraste de btw-administratie ons met een vervroegd paasgeschenk. Zij publiceerde de langverwachte beslissing aangaande de opheffing van de btw-vrijstelling voor ingrepen en behandelingen met een esthetisch karakter. Deze toelichting blijkt lijvig en heeft als doel de nieuwe btw-regels te duiden en te becommentariëren. Artsen en ziekenhuizen gaan alvast een uitdagende periode tegemoet waarbij de nodige waakzaamheid en alertheid geen overbodige luxe blijken teneinde de nieuwe regeling correct te kunnen toepassen (Beslissing btw nr. E.T.127.740 van 22 maart 2016).

 

Afschaffing vrijstelling esthetische chirurgie vanaf 1 januari 2016

Waarom het makkelijk maken (of houden) als het ook moeilijk kan. Deze indruk krijgt men alvast bij de nieuwe btw-regeling voor esthetische chirurgie. Als gevolg van de ‘tax shift’ is vanaf begin dit jaar de medische btw-vrijstelling niet langer van toepassing op de door artsen verrichte ingrepen en behandelingen, inclusief bijgaande onderzoeken, met een esthetisch karakter.

Het betreft meerbepaald deze ingrepen en behandelingen die niet voorkomen in de RIZIV-nomenclatuur, alsook deze die er wel in voorkomen maar die niet beantwoorden aan de voorwaarden om in aanmerking te komen voor terugbetaling.

De btw-vrijstelling vervalt eveneens voor de ziekenhuisverpleging en de medische verzorging alsook de diensten en de leveringen die daarmee nauw samenhangen die op dergelijke ingrepen en behandelingen betrekking hebben.

Kortom de ingrepen en behandelingen alsook de medische verzorging in dit kader die uitsluitend de verfraaiing van het uiterlijk tot doel hebben zonder enig therapeutisch of reconstructief doel zijn voortaan belastbaar met btw. Het psychologisch voordeel dat gepaard gaat met het veranderen van het lichaamsuiterlijk volstaat niet om de ingreep als deels therapeutisch te kwalificeren.

De administratie maakt een onderscheid tussen drie behandelingsfasen (diagnose, ingreep of behandeling en nazorg), elk met hun eigen btw-regeling. Zo blijft de voorafgaande diagnose in principe vrijgesteld van btw, tenzij deze tegelijkertijd gepaard gaat met enige belastbare ingreep of behandeling. De nazorg en de consultaties na de hospitalisatie door een arts zijn wel onderworpen aan btw, tenzij deze prestaties in aanmerking komen voor terugbetaling. De thuiszorgprestaties door andere zorgverleners dan artsen (bv. verpleegkundigen) die worden verricht bij een patiënt na de hospitalisatie voor een met btw belaste ingreep of behandeling blijven zelf vrijgesteld van btw.

Wie wordt btw-belastingplichtige?

In haar beslissing gaat de Administratie dieper in op de diverse samenwerkingsvormen die binnen de beroepssector gebruikelijk zijn en zij benadert dit gedetailleerd vanuit een btw-technisch oogpunt.

Hierbij zijn er verschillende mogelijkheden (arts verricht zijn prestaties als natuurlijke persoon of door middel van een eenpersoonsvennootschap, mogelijks geheel of gedeeltelijk binnen een associatie of een professionele vennootschap met of zonder rechtspersoonlijkheid).

Ook de erkende ziekenhuizen kunnen voor btw-doeleinden in verschillende hoedanigheden optreden (ziekenhuisverpleging en medische verzorging, esthetische ingrepen en behandelingen zelf via loontrekkende artsen, inning van de erelonen, …). Ook privéklinieken kunnen diverse juridische vormen aannemen.

Het is hierbij belangrijk vooraf duidelijk te identificeren binnen welke structuur men zich al dan niet bevindt teneinde de juiste persoon of vennootschap te registeren voor btw.

Bijzondere regelingen

Teneinde de administratieve lasten ietwat te vereenvoudigen wordt voorzien in drie facultatieve bijzondere regelingen. Bij elk van deze is de nodige waakzaamheid geboden.

De eerste regeling betreft de ontheffing voor de arts van de verplichting tot indiening van de btw-aangiften. Hierbij zal de verschuldigde btw worden aangegeven via de btw-aangifte van het ziekenhuis, de privékliniek of een gemachtigde derde. Deze regeling is enkel mogelijk voor artsen die buiten hun activiteit in het ziekenhuis of de privékliniek geen met btw belaste handelingen verrichten. Artsen die ook een privé-kabinet hebben waar esthetische behandelingen verricht worden zijn bijgevolg van deze regeling uitgesloten.

Let op: de arts ziet in dergelijk systeem af van enig recht op btw-aftrek. Anderzijds blijft hij wel de wettelijke schuldenaar van de af te dragen btw. Loopt er bijgevolg iets fout bij de afdracht van de btw door het ziekenhuis, dan is het de arts die hiervoor finaal kan opdraaien.

De tweede regeling betreft een bijzondere wijze van betalen. Hierbij worden, voor esthetische ingrepen en behandelingen in het ziekenhuis of een privékliniek het ereloon in naam en voor rekening van de arts geïnd door het ziekenhuis of de privékliniek en doorgestort aan de Schatkist. Voor esthetische ingrepen en behandelingen verricht in het privé-kabinet van de arts moet deze zelf instaan voor een eventuele doorstorting van btw aan de Schatkist.

Via dergelijk systeem behoud de betrokken arts zijn recht op aftrek van btw, ook voor belastbare esthetische ingrepen en behandelingen uitgevoerd in een ziekenhuis of privékliniek. Ook hier blijft de arts in alle situaties wettelijke schuldenaar van de btw.

Beide bovenstaande regelingen noodzaken het naleven van bepaalde verplichtingen en formaliteiten, zoals het opstellen van een overeenkomst tussen de leden welke aan de respectievelijke btw-controlekantoren kenbaar moeten worden gemaakt.

De derde regeling betreft de reeds bestaande vrijstellingregeling kleine ondernemingen. Deze regeling is mogelijk wanneer de omzet die in beginsel aan btw onderworpen zou zijn, niet meer bedraagt dan EUR 25.000 op kalenderjaar. Deze vrijstellingsregeling is niet combineerbaar met de andere twee bijzondere regelingen. Zij is daarentegen wel combineerbaar met een andere bijzondere regeling, namelijk deze voorzien voor het verrichten van onderzoekswerk, met inbegrip van klinische proeven (Beslissing BTW nr. E.T.116.111 van 21 februari 2011).

Recht op btw-aftrek en aftrek historische btw

Artsen die zowel btw-belastbare handelingen als vrijgestelde handelingen verrichten worden aangemerkt als gemengde btw-belastingplichtigen. Zij genieten hierdoor van een gedeeltelijk recht op btw-aftrek. Dit geldt ook voor ziekenhuizen en privéklinieken.

Naar analogie met wat het geval was voor notarissen en gerechtsdeurwaarders in 2012 en voor advocaten in 2014 hebben artsen, ziekenhuizen en privéklinieken bij wijze van regularisatie het recht om eveneens een aftrek te verrichten van de historische btw. Dit betreft een (gedeeltelijk) recht op aftrek van btw op kosten opgelopen vóór 2016. Hiervoor dient bij het btw-controlekantoor een inventaris van de nog herzienbare btw te worden ingediend en dit uiterlijk op 30 juni 2016. Het recht op aftrek van de historische btw zal ten vroegste (gefaseerd) uitgeoefend kunnen worden in de btw-aangifte die betrekking heeft op de maand of het kwartaal volgend op de maand waarin de inventaris is ingediend.

Het gedeeltelijk recht op btw-aftrek en de aftrek van de historische btw zijn niet mogelijk voor zij die voor de “ontheffing van de verplichting tot indiening van periodieke aangiften” kiezen of opteren voor de “vrijstellingsregeling kleine ondernemingen”.

Btw-registratie en btw-boekhouding

In de mate dat dit nog niet is gebeurd dienen de artsen (of de doktersvennootschappen), de ziekenhuizen of de privéklinieken zich voor btw te laten registreren indien zij btw-belastbare handelingen stellen. Hiertoe dient een document nr. 604A (Aangifte van aanvang van werkzaamheid) te worden gebruikt. Zij die al over een btw-identificatienummer beschikken of reeds een aanvraagdossier hadden ingediend en wiens fiscaal regime ingevolge voornoemde wetswijziging moet worden aangepast, dienen alsnog een document nr. 604B (Aangifte van wijziging van werkzaamheid) in te dienen.

Wat betreft de timing van de indiening had de Administratie reeds eerder voorzien in een overgangsregeling waarbij de aanvragen tot btw-identificatie of tot wijziging als tijdig worden aangemerkt wanneer ze geschieden uiterlijk 31 maart 2016. De nieuwe administratieve beslissing verlengd deze datum naar 31 mei 2016.

Bedoelde btw-belastingplichtigen (uitgezonderd zij die voor de “ontheffing van de verplichting tot indiening van periodieke aangiften” kiezen of opteren voor de “vrijstellingsregeling kleine ondernemingen”) zijn vanaf 1 januari 2016 gehouden een volledige btw-boekhouding te voeren (facturatie, btw-aangiften, boek voor inkomende en uitgaande facturen, dagontvangstenboek (voor diensten zonder facturatie), jaarlijkse klantenlisting, …). Rekening houdend met het formalistisch karakter van de btw-wetgeving is het ook wat dat betreft uitermate belangrijk onmiddellijk op een correcte wijze op het juiste spoor te zitten.

Bijzondere overgangsmaatregelen

De overgangsregeling welke vroeger reeds werd bekendgemaakt wordt in de Administratieve beslissing hernomen. Deze komt erop neer dat de geviseerde belastbare handelingen verricht door artsen en ziekenhuizen van btw blijven vrijgesteld indien de volgende voorwaarden cumulatief zijn vervuld:

  • uiterlijk op 29 februari 2016 werd met de patiënt een overeenkomst gesloten om de ingreep/behandeling te verrichten op een welbepaalde datum;
  • de ingreep/behandeling wordt effectief uitgevoerd tegen uiterlijk 30 juni 2016.

Nieuw hierbij is dat de vanaf 1 maart 2016 verrichte handelingen die niet van deze overgangsregeling zouden kunnen genieten, zonder enige sanctie wegens laattijdigheid, nog zullen kunnen worden aangegeven in de btw-aangifte met betrekking tot de handelingen van juni 2016 (maandaangevers) of van het tweede kwartaal 2016 (kwartaalaangevers).

Actie vereist!

Zoals blijkt is op korte termijn de nodige actie vereist. Zo dient in bepaalde gevallen te worden onderzocht welke belastingplichtige voor btw-registratie in aanmerking komt (arts of doktersvennootschap) en dient, indien dit nog niet is gebeurd, het btw-registratiedossier te worden ingediend (document nr. 604A). Dit dient te zijn gebeurd uiterlijk 31 mei 2016.

Indien reeds eerder een aanvraag tot registratie werd ingediend en indien geopteerd wordt voor een bijzondere regeling dan dient deze wijziging eveneens te worden overgemaakt aan het btw-controlekantoor (document nr. 604B). Dit dient ook te zijn gebeurd uiterlijk 31 mei 2016. De overeenkomst die hiertoe vereist is moet ook worden overgemaakt of medegedeeld (naargelang de partij) aan de respectievelijke controlekantoren.

Voor het eventueel uitoefenen van de aftrek van de historische btw dient bij het btw-controlekantoor een inventaris van de nog herzienbare btw te worden ingediend en dit uiterlijk op 30 juni 2016.

Bedoelde btw-belastingplichtigen (uitgezonderd zij die voor de “ontheffing van de verplichting tot indiening van periodieke aangiften” kiezen of opteren voor de “vrijstellingsregeling kleine ondernemingen”) zijn vanaf 1 januari 2016 gehouden een volledige btw-boekhouding te voeren.

Wenst u over dit alles meer te weten, neem dan contact op met Wim De Pelsmaeker of Veerle Van Den Steen of uw dossierverantwoordelijke.

31/03/2016