Baker Tilly

Btw-aftrek bedrijfswagens: hou rekening met de nieuwste regels!


Mogelijks dient u binnenkort opnieuw na te gaan of de btw-aftrek op uw gemengd gebruikte bedrijfswagens die u in 2015 hebt toegepast al dan niet dient te worden herzien. In dit kader heeft de administratie eind vorig jaar een nieuwe circulaire gepubliceerd met daarin enkele verduidelijkingen en vereenvoudigingen. Het is dus in uw voordeel hiermee rekening te houden (circulaire nr. 36/2015 van 23 november 2015).

 

Btw-aftrek bedrijfswagens

Sinds 1 januari 2011 gelden in België nieuwe regels wat betreft de btw-aftrek op gemengd gebruikte bedrijfsmiddelen. Ingevolge deze wijziging is btw op gemengd gebruikte bedrijfswagens die gratis ter beschikking worden gesteld van een werknemer of bedrijfsleider enkel nog aftrekbaar voor het effectief beroepsmatig gebruik.

Voor het bepalen van dergelijk beroepsgebruik voorziet de administratie sinds 2012 in drie methoden, nl. de rittenadministratie, de semi-forfaitaire methode en de forfaitaire methode van 35% (zie ook onze nieuwsbrieven 1/2013 en 9/2013). Wat betreft de lichte vrachtwagens wordt nog bijkomend voorzien in een vierde methode (35%- of 85%-regel) (zie ook onze nieuwsbrief 4/2013).

Indien u voor de berekening gebruik maakt van methode 1 en/of 2 dan dient jaarlijks een herziening te worden verricht indien het effectief beroepsgebruik van het afgelopen jaar afwijkt van wat werd vooropgesteld. Deze herziening dient binnenkort te gebeuren, namelijk in de btw-aangifte van maart 2016 of deze van het eerste kwartaal van 2016.

De administratie publiceerde eind vorige jaar een nieuwe circulaire met daarin haar laatste standpunten, alsook enkele interessante verduidelijkingen en vereenvoudigingen. Hiermee wordt best rekening gehouden bij het uitvoeren van de volgende herziening. Hierna worden de belangrijkste wijzigingen aangehaald.

Bedrijfswagens in het kader van een loonbeleid

Methode 2 (semi-forfaitaire formule) en methode 3 (forfait van 35%) kunnen enkel toegepast worden indien de bedrijfswagens daadwerkelijk als werkinstrument of exploitatiemiddel worden gebruikt.

Dit wordt nu verduidelijkt door te stellen dat het moet gaan om voertuigen die minstens 10% beroepsmatig moeten worden gebruikt.

De administratie voorziet hierbij in een vereenvoudiging voor bedrijfswagens die ter beschikking worden gesteld in het kader van een loonbeleid. Door het feit dat in dergelijke gevallen veelal enkel sprake is van privégebruik (woon-werkverkeer is ook privégebruik) dreigden dergelijke gevallen immers wat betreft de btw-aftrek volledig uit de boot te vallen.

Om dit te vermijden aanvaardt de administratie nu dat er in dergelijke gevallen altijd sprake is van daadwerkelijk gebruik als werkinstrument of exploitatiemiddel. Hierdoor zal in deze gevallen ook gebruik kunnen worden gemaakt van de methodes 2 en 3.

Handelsvertegenwoordigers

Voor handelsvertegenwoordigers die ver van de werkplek wonen valt de toepassing van methode 2 vaak nadelig uit en de toepassing van een rittenadministratie blijkt vaak (te) omslachtig.

Daarom aanvaardt de administratie voortaan in dergelijke gevallen dat het beroepsgebruik 50% bedraagt (tenzij gebruik wordt gemaakt van methode 3), zonder dat hiervoor nog een rittenadministratie moet worden bijgehouden.

Woon-werkverkeer

Bepaalde (delen van) trajecten worden niet langer als woon-werkverkeer (privé) aanzien. Dit is het geval voor een verplaatsing van een werknemer met een bedrijfswagen naar een verzamelplaats (al dan niet op de maatschappelijke zetel) om van daaruit gezamenlijk verder te rijden naar een specifieke werf. Het geldt ook voor een verplaatsing van de werknemer met een bedrijfswagen naar de maatschappelijke zetel om er materialen en gereedschap op te halen vooraleer naar de werf te rijden.

De verplaatsing met een firmawagen door een advocaat-stagiair of een advocaat-medewerker tussen zijn woonplaats en het advocatenkantoor waar hij of zij duurzaam voor werkt blijft daarentegen een privéverplaatsing.

Extra opties of duurder model

Wanneer bij het gratis ter beschikking stellen van een bedrijfswagen aan een werknemer of bedrijfsleider door deze laatste een vergoeding wordt betaald voor aanvullende opties of voor een duurder model, dan stelt zich daarbij de vraag of die tenlasteneming de tegenprestatie vormt van de terbeschikkingstelling van de bedrijfswagen of eerder een bijdrage voor de bijkomende opties. Volgens de administratie blijft dit een feitenkwestie.

De administratie aanziet het wel als een gratis terbeschikkingstelling van de bedrijfswagen (en niet als een belastbare verhuur) wanneer aan een aantal voorwaarden is voldaan.

Zo moet het gaan om een eenmalige vergoeding die wordt gevraagd bij de aanvang van de terbeschikkingstelling van de bedrijfswagen. Tevens moet de keuze voor de opties of het duurder model facultatief zijn.

Fiscale lichte vrachtwagens

Wat betreft de fiscale lichte vrachtwagens stelt de administratie expliciet dat er sprake is van een volledig beroepsgebruik als uit de aard van het voertuig en rekening houdend met de beroepsactiviteit en de omstandigheden waarin het wordt gebruikt, blijkt dat een volledig beroepsgebruik zeer waarschijnlijk is. In dergelijk geval is er een volledig recht op aftrek van de btw.

Voorts bespreekt de administratie o.a. nog de gevallen waarbij een bedrijfsleider over meer dan één wagen beschikt. Ook wordt ingegaan op de gevolgen van de aftrekbeperking voor gemengde belastingplichtigen of voor een btw-eenheid.

Wenst u over dit alles meer te weten, neem dan contact op met Wim De Pelsmaeker of Veerle Van Den Steen of uw dossierverantwoordelijke.

23/02/2016