Baker Tilly

Werken in onroerende staat aan privéwoningen en toepassing van het verlaagd btw-tarief van 6%. Wat wijzigt er vanaf 1 januari 2016?


De ouderdomsvereiste voor de toepassing van het verlaagd btw-tarief bij werken in onroerende staat aan privé-woningen verhoogt vanaf 1 januari 2016 van 5 naar 10 jaar. Omdat deze maatregel tot gevolg heeft dat de bouwheer hierdoor mogelijks geconfronteerd wordt met een hogere btw-kost wordt voorzien in bepaalde overgangsmaatregelen. De toepassing ervan vereist de nodige actie wat nog voor het eind van dit jaar dient te gebeuren. Opletten geblazen dus!

 

Werken in onroerende staat en bij uitbreiding de handelingen bedoeld in artikel 20 van het Koninklijk Besluit nr. 1 – zoals ondermeer, installatie voor verwarming en airconditioning, sanitaire installatie, elektrische installatie, elektrische belinstallatie, installatie van alarmtoestellen tegen brand en diefstal, installatie van een huistelefoon, keukeninstallatie, levering en plaatsing van wandbekleding en vloerbedekking, enz. – verricht aan woningen, die uitsluitend of hoofdzakelijk worden gebruikt voor privédoeleinden, vallen onder bepaalde voorwaarden onder de toepassing van het 6% btw-tarief.

Voor de toepassing van het verlaagd tarief van 6% moet de woning minstens vijf jaar oud zijn. Met ingang van 1 januari 2016 wordt de ouderdomsvereiste verhoogd van 5 jaar naar 10 jaar. Voor werken die in 2016 aan een privéwoning worden verricht is de nieuwe ouderdomsvereiste van 10 jaar vervuld wanneer de woning voor het eerst in gebruik is genomen in de loop van het jaar 2006 of eerder.

Omdat deze maatregel voor woningen die nog geen 10 jaar oud zijn tot gevolg heeft dat de bouwheer wordt geconfronteerd met een hogere btw-kost voorziet de Minister van Financiën evenwel in een overgangsmaatregel: “Werkzaamheden onderworpen aan een stedenbouwkundige vergunningsplicht of meldingsplicht waarvoor de aanvraag of melding is gedaan uiterlijk op 31 december 2015 kunnen blijven genieten van de toepassing van 6% btw volgens de huidige regels in de mate dat de betrokken facturen worden uitgereikt uiterlijk op 31 december 2017. Hetzelfde geldt voor contracten die zijn opgemaakt uiterlijk op 31 december 2015.”

Deze overgangsmaatregel is van belang voor werken die nog niet voltooid zijn eind 2015 en die vóór die datum nog niet volledig gefactureerd of betaald zijn, enerzijds, en voor de werken die starten na 31 december 2015, anderzijds.

De toepassing van deze overgangsmaatregel vraagt de naleving van een aantal nieuwe formaliteiten.

Overgangsmaatregel en formaliteiten

Voor woningen die nog geen 10 jaar oud zijn, voorziet de Minister van Financiën in een overgangsmaatregel die toelaat om ook nog na 31 december 2015 het btw-tarief van 6 % te kunnen toepassen onder de voorwaarden van de huidige tariefregeling. Deze maatregel kan uitsluitend worden ingeroepen voor woningen die voor het eerst in gebruik zijn genomen in de loop van het jaar 2007, 2008, 2009 of 2010.

Woningen die na 31 december 2010 voor het eerst in gebruik zijn genomen kunnen zich NIET beroepen op de huidige tariefregeling, noch op de overgangsmaatregel. Voor dergelijke woningen geldt het normaal btw-tarief van 21%.

De toepassing van de overgangsmaatregel voorziet in de naleving van volgende nieuwe voorwaarden en formaliteiten:

De woning moet tussen 1 januari 2007 en 31 december 2010 voor het eerst in gebruik zijn genomen.

Op 31 december 2015 moet voldaan zijn aan alle toepassingsvoorwaarden van de huidige regeling. Bovendien dienen volgende nieuwe formaliteiten te worden nageleefd:

De aannemingsovereenkomst met betrekking tot de concrete werken dient gesloten te zijn uiterlijk op 31 december 2015. De overeenkomst verkrijgt vaste dagtekening door registratie van de overeenkomst op een registratiekantoor naar keuze, of door de opname van de hoofdinhoud van de overeenkomst in een authentieke (notariële) akte, of door verzending per email van een leesbare kopie van de overeenkomst naar het btw-controlekantoor van de dienstverrichter uiterlijk op 31 december 2015, of indien de dienstverrichter/aannemer uiterlijk op het einde van dit jaar een kopie van de overeenkomst aan zijn btw-controlekantoor bezorgt. Ongeacht de indieningswijze van de kopie van de overeenkomst zal het btw-controlekantoor een ontvangstbewijs uitreiken met vermelding van de datum van ontvangst en de coördinaten van de betrokken partijen (dienstverrichter en bouwheer). Hou evenwel rekening met de sluiting van de btw-controlekantoren vanaf 25 december 2015 tot en met 3 januari 2016. Indien de dienstverrichter/aannemer in die periode een kopie van de overeenkomst op zijn btw-controlekantoor wil neerleggen, dan volstaat het een kopie van die overeenkomst via een per post aangetekende zending te versturen uiterlijk op 31 december 2015. De overeenkomst moet voldoende gedetailleerd en gespecifieerd zijn (coördinaten van de partijen, adres van de woning waar de werken worden uitgevoerd, concrete beschrijving van de aard van de werken en de overeengekomen prijs). Een algemene overeenkomst voor de toekomstige uitvoering van onbepaalde werken is hoe dan ook niet toegestaan. Een offerte is ook onvoldoende. Enkel gedetailleerde werken kunnen in aanmerking komen voor de overgangsmaatregel. Bij uitbreiding werd gisteren nog beslist dat, in de gevallen waarin in een verlegging van de btw-heffing wordt voorzien, een kopie van de overeenkomst ook mag worden neergelegd op het btw-controlekantoor van de ontvanger van de dienst die schuldenaar is van de btw (beslissing E.T.129.030/2 van 17 december 2015).

Zoals hiervoor vermeld wordt voorzien in de fysieke neerlegging van een kopie van betreffende overeenkomst, maar ook in de verzending ervan per e-mail naar het bevoegde btw-controlekantoor. Bij uitbreiding werd gisteren nog beslist dat, in het specifieke geval van onderhoudscontracten, de administratie aanvaardt dat de indiening van een kopie van die overeenkomsten kan worden vervangen door het indienen van een lijst van deze onderhoudscontracten waarbij navolgende gegevens minimaal dienen te worden vermeld: de identiteit van de dienstverrichter (benaming en btw-identificatienummer), de identiteit van de medecontractant (naam & voornaam of maatschappelijke benaming, adres en in voorkomend geval het btw-identificatienummer), de ligging van de woning en de aard van de werken.

Wanneer het werken betreffen die onderworpen zijn aan een stedenbouwkundige vergunning, dan dient de aanvraag met betrekking tot de concrete werken uiterlijk op 31 december 2015 te zijn ingediend. De indieningsdatum moet worden aangetoond aan de hand van een door de gemeente uitgereikt ontvangstbewijs, of het bewijs van aangetekende verzending, of het bewijs van digitale indiening via een overheidsplatform. De aannemer/dienstverrichter moet een kopie bewaren van die aanvraag, het bewijs van de indieningsdatum en de stedenbouwkundige vergunning.

Wanneer het werken betreffen die onderworpen zijn aan een stedenbouwkundige meldingsplicht, dan moet het meldingsformulier met betrekking tot de concrete werken uiterlijk 31 december 2015 zijn ingediend. De indieningsdatum moet worden aangetoond aan de hand van een door de gemeente uitgereikt ontvangstbewijs, of het bewijs van aangetekende verzending, of het bewijs van digitale indiening via een overheidsplatform. De aannemer/dienstverrichter moet een kopie bewaren van het meldingsformulier en van het bewijs van de indieningsdatum.

Tenslotte dient de factuur m.b.t. deze werken uiterlijk 31 december 2017 te worden uitgereikt.

Wenst u over dit alles meer te weten, neem dan contact op met Wim De Pelsmaeker of Veerle Van Den Steen of uw dossierverantwoordelijke.

18/12/2015