Baker Tilly

Btw op elektriciteit vanaf 1 april 2014 naar 6% voor huishoudelijke afnemers


Vanaf 1 april 2014 wordt voor de levering van elektriciteit aan huishoudelijke afnemers het btw-tarief verlaagd naar 6%. Een op het eerste zicht eenvoudige maatregel die bij nader inzicht wel tot een aantal moeilijkheden aanleiding zal kunnen geven (beslissing nr. E.T.125.294 van 1 april 2014).

 

Residentieel of professioneel?

De toepassing van het verlaagd btw-tarief van 6% wordt voorbehouden voor ‘huishoudelijke afnemers’. Hierbij werd geopteerd om te werken met het gangbare onderscheid in de sector tussen ‘residentiële’ en ‘professionele’ contracten om het toepasselijke btw-tarief te bepalen.

Levering van elektriciteit aan natuurlijke personen kan slechts gebeuren aan het verlaagd tarief wanneer hun contract met de elektriciteitsleverancier werd gesloten in de hoedanigheid van huishoudelijke afnemer (een zogenaamd residentieel contract), hetgeen impliceert dat het contract geen btw-nummer noch ondernemingsnummer in hoofde van die klant vermeldt.

Andere contracten zijn en blijven onderworpen aan het normale btw-tarief van 21%. Dit geldt bijgevolg ook voor contracten met natuurlijke personen waarbij een btw-nummer of ondernemingsnummer in hoofde van de klant wordt vermeld (professioneel contract). Concreet betekent dit dat een zelfstandig natuurlijk persoon met een professioneel contract uitgesloten wordt van het verlaagde btw-tarief, ook al gebruikt hij de elektriciteit slechts gedeeltelijk voor zijn beroepswerkzaamheid. Indien hij een residentieel contract had gesloten, dan had hij wel kunnen rekenen op het verlaagd tarief van 6%.

Vennootschappen en andere rechtspersonen zijn sowieso geen huishoudelijke afnemers en kunnen bijgevolg niet genieten van het verlaagd tarief van 6%, dus ook niet wanneer zij geen of weinig recht op aftrek van btw genieten.

De beslissing bevat ook regels aangaande de voorlopige heffing van btw op tussentijdse voorschotfacturen alsook betreffende de definitieve heffing van de btw op de afrekenings- en slotfactuur met betrekking tot de verbruiksperiode waarin de btw-tariefwijziging zich heeft voorgedaan.

De beslissing behandelt ook de invloed van de nieuwe regeling op de maatregelen met betrekking tot de jaarlijkse toekenning van een hoeveelheid gratis elektriciteit in Vlaanderen. Ook wordt veel aandacht besteed aan de invloed van de nieuwe regeling op allerhande in gebruik zijnde kortingen (eenmalige kortingen, recurrente kortingen, gezamelijke kortingen voor gas en elektriciteit).

Wenst u over dit alles meer te weten, neem dan contact op met Wim De Pelsmaeker of Veerle Van Den Steen of uw dossierverantwoordelijke.

 

24/04/2014