Baker Tilly

Btw en advocaten: de administratie verduidelijkt


Vanaf 1 januari 2014 zijn de diensten van advocaten onderworpen aan btw. Tot op heden was er nog heel wat onduidelijkheid omtrent de concrete invulling hiervan. In dit kader publiceerde de administratie recentelijk haar langverwachte circulaire (Circulaire AAFisc nr. 47/2013 (E.T. 124.411) d.d. 20 november 2013).

 

Advocaten als volledige, gemengde of gedeeltelijke btw-belastingplichtige?

Zoals algemeen geweten, wordt de btw-vrijstelling voor advocaten vanaf 1 januari 2014 opgeheven. De nieuwe belastbaarheid beoogt, op enkele uitzonderingen na, alle prestaties van alle advocaten, advocaat-medewerkers en - stagiairs.

Afwijkingen betreffen de ‘advocaat-vennoot’ van een advocatenvennootschap die als werkend vennoot louter zijn bedrijvigheid heeft ingebracht in een vennootschap die als gewone belastingplichtige optreedt. De administratie eist voor dergelijke vennoten geen btw-registratie hoewel zij de keuze hebben dit wel te doen.

Een andere afwijking betreft de ‘advocaat-medewerker’ en de ‘advocaat-stagiair’. Deze zijn in principe wel verplicht een btw-registratie aan te gaan maar zij kunnen opteren voor een volledige ontheffing van de btw-formaliteiten. Nadeel is wel dat zij hierdoor hun recht op btw-aftrek verliezen, terwijl hun diensten wel belastbaar blijven naar hun opdrachtgever toe (via een systeem van self-billing).

Opvallend is ook dat pro deo-dienstprestaties onderworpen zijn aan een ‘nultarief’ zonder verlies van het recht van btw-aftrek door diegene die deze diensten verstrekt.

Bepaalde prestaties van advocaten blijven vrijgesteld (schuldbemiddeling, voorlopige bewindvoering, …). Tevens worden advocaten voor bepaalde prestaties niet geacht btw-plichtige te zijn (inbreng van activiteiten, het optreden als plaatsvervangend rechter, …). Als gevolg hiervan zullen advocaten in een dergelijke situatie kwalificeren als gemengde of gedeeltelijke belastingplichtige. Het onderscheid tussen volledige, gemengde en gedeeltelijke belastingplicht is voornamelijk van belang voor het recht op btw-aftrek. Het is hierbij van uitermate belang van bij de aanvang duidelijk het correcte statuut van de advocaat te bepalen, een oefening die de nodige btw vakkennis vereist.

Ook wat betreft de advocatenkantoren zelf en de mogelijke samenwerkingsverbanden op dat vlak zijn er verschillende mogelijkheden met elk hun eigen gevolgen op het vlak van hun btw-statuut. Ook hier is het belangrijk van bij de start de juiste keuzes te maken.

Opeisbaarheid van de btw – wat met de overgangsmaatregelen?

De circulaire gaat dieper in op het ogenblik waarop btw opeisbaar wordt door de Staat. Hier gelden de normale btw-regels. Zo worden prestaties van advocaten opeisbaar op het ogenblik van de voltooiing van de dienst, tenzij voordien een betaling werd ontvangen of een factuur werd uitgereikt (overgangsregeling). Voor diensten aan particulieren waarbij geen factuur wordt uitgereikt wordt de btw opeisbaar bij de effectieve ontvangst van de betaling. De circulaire voorziet ook in een afwijkende regeling voor diensten van advocaten verricht aan de overheid (B2G). Hierbij wordt de btw opeisbaar op het ogenblik waarop de bevoegde overheid instemt met het bedrag van de kosten en erelonen.

Wat betreft de overgang van 2013 naar 2014 voorziet de circulaire in een gedetailleerde overgangsregeling. Prestaties welke in 2013 werden geleverd kunnen nog met vrijstelling worden gefactureerd, op voorwaarde dat ze afzonderlijk worden gefactureerd en dit uiterlijk op 31 januari 2014. Voorschotten welke nog dit jaar zijn ontvangen voor toekomstige prestaties die in 2014 zullen worden verricht blijven eveneens vrijgesteld. Voorwaarde hierbij is wel dat deze voorschotten duidelijk kunnen worden toegewezen aan gedetailleerde advocatenprestaties en zij er niet hoofdzakelijk op gericht zijn om een latere btw-heffing te vermijden.

Recht op btw-aftrek – historische btw-aftrek

Advocaten hebben met ingang van 1 januari 2014 recht op aftrek van de btw welke zij oplopen op hun inkomende facturen. De mate waarin zij deze btw in aftrek kunnen brengen zal afhankelijk zijn van hun statuut. Wanneer zij naast hun belastbare prestaties ook vrijgestelde handelingen verrichten of handelingen buiten de btw dan kwalificeren zij als gemengde of gedeeltelijke btw-belastingplichtige en zien zij hierdoor hun recht op btw-aftrek beperkt.

De btw welke advocaten in het verleden (vóór 2014) hebben betaald (de zgn. historische btw) zal gedeeltelijk kunnen worden herzien. Dit bedrag zal dienen te worden afgezet tegen de btw welke verschuldigd is over de uitgaande handelingen.

Concreet – de eerste stappen

Vooreerst zullen advocaten zich voor btw-doeleinden dienen te laten registreren bij het btw-controlekantoor waaronder zij ressorteren, en dit uiterlijk tegen 15 december 2013. Hiertoe dienen zij een document 604A in te dienen. Advocaten die al over een btw-nummer beschikken (bv. voor intracommunautaire verwervingen) zullen een document 604B moeten indienen.

Tevens zijn advocaten vanaf 1 januari 2014 gehouden een btw-boekhouding te voeren (facturatie, btw-aangiften, boek voor inkomende en uitgaande facturen, dagontvangstenboek (voor diensten zonder facturatie), jaarlijkse klantenlisten, intracommunatiaire opgave (bij grensoverschrijdende diensten), …). Rekening houdend met het formalistisch karakter van de btw-wetgeving is het ook wat dat betreft uitermate belangrijk onmiddellijk op een correcte wijze op het juiste spoor te zitten.

Wenst u over dit alles meer te weten, neem dan contact op met Wim De Pelsmaeker of Veerle Van Den Steen of uw dossierverantwoordelijke.

 

28/11/2013