Baker Tilly

Aftrek btw – ook op kosten vóór oprichting vennootschap


Vennoten die vóór de oprichting van hun vennootschap noodzakelijke investeringen hebben gedaan voor de toekomstige exploitatie van een onroerend goed, kunnen in principe recht op btw-aftrek uitoefenen in hoofde van de nog op te richten vennootschap. Het feit dat de factuur niet gericht is aan de vennootschap vormt op zich geen probleem (Hof van Justitie, zaak C-180/10 van 1 maart 2012). Dit standpunt is soepeler dan wat de Belgische btw-administratie vooralsnog toestaat.

Btw op handelingen vóór de oprichting van de vennootschap…


In 2006 hadden enkele Poolse vennoten een groeve voor natuursteen gekocht met de bedoeling deze te exploiteren. Pas in 2007 richtten zij een vennootschap op. Hierbij werd het onroerend goed in de vennootschap ingebracht en werd de aankoop-btw in aftrek gebracht. De initiële aankoopfactuur stond echter op naam van de vennoten, niet van de vennootschap. De Poolse belastingdienst verwierp de btw-aftrek, aangezien de verkrijger van het onroerend goed niet de vennootschap zelf was en de factuur was opgemaakt vóór de oprichting van de vennootschap. De zaak kwam uiteindelijk voor het Hof van Justitie.

… is aftrekbaar

Het Hof is het niet eens met de Poolse belastingdienst. De neutraliteit van de btw vereist dat de eerste investeringsuitgaven ten behoeve en ter verwezenlijking van een onderneming als een economische activiteit worden aangemerkt. Hieruit volgt dat eenieder die dergelijke investeringshandelingen verricht, die nauw verband houden met en noodzakelijk zijn voor de toekomstige exploitatie van een onroerend goed, te beschouwen is als een belastingplichtige.

Het feit dat de factuur niet gericht is aan de vennootschap vindt het Hof op zich ook geen probleem. Een factuur moet inderdaad een aantal vermeldingen bevatten, zoals de datum van uitreiking alsook de volledige naam en het volledige adres van beide partijen. De Lidstaten kunnen nog andere vormelijke verplichtingen opleggen, maar zij mogen geen bijkomende verplichtingen opleggen bovenop deze welke voorkomen in de Btw-Richtlijn. Het neutraliteitsbeginsel verlangt dat de btw-aftrek wordt toegestaan indien de materiële voorwaarden daartoe zijn vervuld, ook wanneer een belastingplichtige niet voldoet aan bepaalde formele vereisten.

Hoe zit het in België?

De btw-administratie aanvaardt reeds enige tijd dat kosten gemaakt door een nog niet geïdentificeerde natuurlijk of rechtspersoon, welke onmiskenbaar ter voorbereiding van de economische activiteit werden gemaakt, aftrekbaar zijn, zelfs indien deze handelingen de btw-identificatie voorafgaan. Echter, wanneer een goed werd gekocht in de hoedanigheid van niet-belastingplichtige en vervolgens de hoedanigheid van belastingplichtige werd verkregen, mag de btw geheven van de aankoop van dat goed niet in aftrek worden gebracht (Beslissing nr. E.T. 18235 van 10 november 2005).

Het standpunt van de Belgische btw-administratie is vooralsnog minder soepel wat betreft de verplichte factuurvermeldingen welke meestal determinerend zijn. Wel bestaat er een tolerantie in het kader van fusies en overnames. In dat geval mag de overnemende vennootschap de btw aftrekken op facturen die nog aan de vorige juridische entiteit zijn geadresseerd. Deze tolerantie geldt enkel voor zover deze facturen die betrekking hebben op handelingen waarvoor de btw opeisbaar is geworden vóór het tijdstip waarop de overdracht uitwerking heeft (Parl. Vr. nr. 1210 van 28 januari 1998).

Wenst u over dit alles meer te weten, neem dan contact op met Wim De Pelsmaeker of Veerle Van Den Steen of uw dossierverantwoordelijke.

 

30/05/2012