Baker Tilly

Belastingvermindering voor energiebesparende investeringen: discriminatie van eigenaars ten opzichte van huurders


Op 15 maart 2012 heeft de FOD Financiën een persbericht verstuurd en dit naar aanleiding van een arrest van het Grondwettelijk Hof van 8 maart 2012.

In dit arrest heeft het Grondwettelijk Hof bevestigd dat gehuwde (of wettelijk samenwonende) eigenaars van een woning, die voor inkomstenjaar 2009 welbepaalde energiebesparende investeringen hebben uitgevoerd, benadeeld zijn ten opzichte van gehuwde huurders in eenzelfde situatie. Dergelijke benadeling rust niet op een redelijke verantwoording waardoor men kan spreken van een schending van het gelijkheidsbeginsel, zoals opgenomen in de Grondwet.

Deze discriminatie vindt zijn oorsprong in de beginjaren van de belastingvermindering voor energiebesparende investeringen. Van aanslagjaar 2004 tot aanslagjaar 2005 konden immers enkel eigenaars, bezitters, opstalhouders, erfpachters of vruchtgebruikers genieten van een dergelijke belastingvermindering. Ter herinnering, deze belastingvermindering houdt in dat men 40% van welbepaalde energiebesparende uitgaven tot een bepaald maximumbedrag in mindering kan brengen.

Bij deze eigenaars werd de vermindering evenredig verdeeld volgens het eigendomsaandeel van beide partners in de woning. Deze verdeling had als nadeel dat een deel van de belastingvermindering onbenut werd indien één van de partners een lage belastingschuld had door een laag belastbaar inkomen. Het onbenutte deel van de belastingvermindering was onherroepelijk verloren aangezien het niet kon worden overgedragen naar de partner met het hoogste inkomen en er geen overdracht naar het volgende jaar voorzien was.

De discriminatie ontstond toen het toepassingsgebied voor de energiebesparende uitgaven werd uitgebreid naar de huurders (i.e. vanaf aanslagjaar 2006). De omdeling voor gehuwde huurders wordt immers berekend in functie van het belastbaar inkomen van elk van hen in verhouding tot de som van de belastbare inkomsten van beide partners. Indien één van de partners geen of een beperkt inkomen heeft, wordt verhoudingsgewijs een grotere belastingvermindering toegekend aan de andere partner waardoor de belastingvermindering (meestal) volledig benut kan worden.

Sinds aanslagjaar 2010 is deze ongelijke behandeling van de baan aangezien vanaf dan de omdeling gebeurt op basis van het belastbaar inkomen en dit voor zowel de gehuwde eigenaars als huurders.

De fiscus heeft inmiddels bekend gemaakt dat de benadeelde belastingplichtigen zelf geen actie dienen te ondernemen maar dat de administratie op eigen initiatief de fouten zal rechtzetten voor de aanslagjaren 2006 tot en met 2009. Voor aanslagjaar 2006 en 2007 geldt dit enkel voor zover de aanslag uitvoerbaar verklaard werd vanaf 1 januari 2008.

Dit arrest is eveneens belangrijk inzake de belastingvermindering voor uitgaven ter beveiliging van woningen tegen inbraak of brand aangezien zich hier ook eenzelfde discriminatie voordoet. De fiscus erkent dit probleem en zal ook de rechtzettingen automatisch doorvoeren voor aanslagjaar 2008 – 2011.

Wenst u over dit alles meer te weten, neem dan contact op met Yves Coppens of uw dossierverantwoordelijke.

 

17/04/2012