Baker Tilly

De schenking van roerende goederen met voorbehoud van vruchtgebruik: Vlabel mildert haar standpunt

De schenking van roerende goederen met voorbehoud van vruchtgebruik was tot op heden vaak het middel bij uitstek om aan successieplanning te doen. De Vlaamse Belastingdienst (VLABEL) zorgt voor onzekerheid door de formulering van hun standpunt (nr. 15004) op 21 maart 2016, gepubliceerd op 4 april 2016, dat werd aangevuld op 25 april 2016.

Bij schenking van roerende goederen (hieronder begrepen: aandelen, deelbewijzen, gelden, …) met voorbehoud van vruchtgebruik maken de geschonken goederen, in principe, geen deel meer uit van de nalatenschap van de schenker en worden zij in principe niet meer belast met erfbelasting. Schenken met voorbehoud van vruchtgebruik zorgt bovendien voor ‘een veilig gevoel’ bij de schenker die zowel de controle als de inkomsten, van de geschonken goederen, kan behouden.

Twee mogelijkheden:

  • De goederen kunnen worden geschonken met voorbehoud van vruchtgebruik, middels akte voor Belgische notaris. Bij betaling van 3% (rechte lijn en tussen partners) of 7% (anderen) schenkbelasting, berekend op de waarde van de volle eigendom van de geschonken goederen, worden zij bij beëindiging van het vruchtgebruik niet meer onderworpen aan schenk- of erfbelasting. Hieraan werd tot op heden niets gewijzigd.
  • Een schenking voor Belgische notaris was geen vereiste. De roerende goederen mochten ook met voorbehoud van vruchtgebruik worden geschonken voor een Nederlandse notaris. Door schenking voor een Nederlandse notaris werd de schenking niet geregistreerd in België en waren bijgevolg ook geen schenk- of erfbelastingen verschuldigd. Één uitzondering: op schenkingen, die binnen de drie jaar (of zeven jaar voor een familiebedrijf) na de schenking gevolgd werden door het overlijden van de schenker, waren wel erfbelastingen verschuldigd. Dit was het standpunt tot voor kort.

De Vlaamse Belastingdienst publiceerde op 4 april 2016, aangevuld met een bijkomende alinea op 25 april 2016, hun standpunt, waarin zij beslissen dat gesplitste inschrijvingen van effecten en geldbeleggingen worden vermoed een bevoordeling te zijn en daarom worden belast met erfbelasting.

Er is wel mogelijkheid tot het leveren van het tegenbewijs om te vermijden dat erfbelasting moet betaald worden. Dit kan op dezelfde manieren als bij een gesplitste aankoop.

  1. Er mag geen causaal verband zijn tussen de schenking en de gesplitste inschrijving. De begunstigde van de schenking moet vrij over de gelden hebben kunnen beschikken, wat bijvoorbeeld het geval is als wordt aangetoond dat de schenking door de verkrijger van het vruchtgebruik niet specifiek bestemd was voor de financiering van de aankoop van de blote eigendom in het kader van de gesplitste aankoop
  2. Er wordt aangetoond dat 3% schenkbelasting betaald werd op de schenking die de gesplitste inschrijving voorafgaat. De registratie van de schenking moet voor de inschrijving gebeuren.

Het standpunt inzake de gesplitste inschrijvingen van effecten en geldbeleggingen zou pas geldig zijn voor alle inschrijvingen vanaf 1 juni 2016.

Deze laatste alinea werd toegevoegd en gepubliceerd op 25 april 2016.

Voor bijkomende vragen kunnen jullie terecht bij Natalie Meersman en Dany De Decker.

 

25/04/2016