Baker Tilly

Dalende beurskoersen ... (boekhoudkundige) gevolgen voor uw geldbeleggingen en financiële vaste activa binnen uw vennootschap?


Door de aanhoudende beursdalingen en verliezen dienen we ons af te vragen of het niet verplicht is om tot waardeverminderingen over te gaan van de financiële vaste activa en geldbeleggingen in de portefeuille van de vennootschap. Om hierop een antwoord te krijgen dienen we ons te baseren op de Boekhoudwetgeving.

Een omschrijving wanneer we aandelen/deelnemingen dienen op te nemen onder de financiële vaste activa dan wel onder de geldbeleggingen zou ons te ver leiden.

Doch achten we het aangewezen om even stil te staan bij de Boekhoudwetgeving.

Ingevolge Art. 46 K.B. 30.01.2001 moeten de afschrijvingen en de waardeverminderingen voldoen aan de eisen van voorzichtigheid, oprechtheid en goede trouw.

De bijzondere regels betreffende financiële vaste activa, ingevolge Art. 66 § 2 K.B. 30.01.2001 bepalen “…Voor de deelnemingen en de aandelen die in de rubriek “Financiële vaste activa” zijn opgenomen wordt tot waardevermindering overgegaan in geval van duurzame minderwaarde of ontwaarding, verantwoord door de toestand, de rentabiliteit of de vooruitzichten van de vennootschap waarin de deelnemingen of de aandelen worden aangehouden. …”

De bijzondere regels betreffende de geldbeleggingen, ingevolge Art. 74 & Art 75 K.B. 30.01.2001 bepalen “Art. 74 Op geldbeleggingen en liquide middelen worden waardeverminderingen toegepast wanneer de realisatiewaarde op de datum van de jaarafsluiting lager is dan de aanschaffingswaarde.”

“Art. 75 Er worden aanvullende waardeverminderingen geboekt op de geldbeleggingen en liquide middelen om rekening te houden hetzij met de evolutie van hun realisatie- of marktwaarde, hetzij met de risico’s inherent aan de aard van de betrokken producten of van de gevoerde activiteit”.

Op basis van het bovenstaande kunnen we besluiten dat de waarderingsregels voor geldbeleggingen strenger zijn dan voor de financiële vaste activa.

Voor geldbeleggingen moeten er waardeverminderingen aangelegd worden van zodra de realisatiewaarde op de datum van de jaarafsluiting lager is dan de aanschaffingswaarde. Tevens moeten er aanvullende waardeverminderingen worden geboekt om rekening te houden met hetzij de evolutie van hun realisatie- of markwaarde, hetzij met de risico’s inherent aan de aard van de betrokken producten of van de gevoerde activiteit.

Daarentegen dienen er slechts waardeverminderingen op financiële vaste activa geboekt te worden van zodra er een duurzame minderwaarde of ontwaarding, verantwoord door de toestand, de rentabiliteit of de vooruitzichten van de vennootschap waarin de deelnemingen of de aandelen worden aangehouden.

Bij de opmaak van de balans dient het bovenstaande steeds opgevolgd te worden.

Tevens dienen wij in het bovenstaand kader nog 2 aandachtspunten mee te geven : - Bovenstaande is slechts van toepassing op bepaalde vennootschapsvormen; - Bij het bepalen van de fiscale winst is de boekhoudwetgeving doorslaggevend, tenzij de fiscale wet geen uitdrukkelijke afwijkingen bevat.


Wenst u over dit alles meer te weten, neem dan contact op met Ives Amerijckx of uw dossierverantwoordelijke.

 

14/12/2011